Columns

Krokussen in bloei, interview Leo Fijen en God als troost
We zijn minder kerkelijk geworden, maar niet minder spiritueel
De wereld draait door....
De geboorte van een nieuwe kerk
De dame in het bejaardenhuis>
Voedsel voor de ziel....
Armoede in cijfers
Berusting en slecht gedrag
Ik zag ze vallen....
Blijf positief
De wereld zingt Gods lof.....
De liefde is fijn.....
Ik liep door de woestijn van het leven en zag.....
Ecospiritualiteit en rentmeesterschap
Tandems en andere rariteiten ...
Over tederheid
Oecumene in brede zin.....
Religieuze wereldleiders zijn de weg kwijt
Beminnen.....
Goede tijden, slechte tijden.....
Soms gaat de wereld ons vol vuur voorbij in de media
PKN verliest leden door haar stijl
Erbij horen.....
De zaaier ging uit.....
Muskietennetten en dat kindje
Poëzie ...
A-sociaal of juist niet ...
De culturele kloof tussen kerk en wereld
Echtheid vergt de moed om kwetsbaar te zijn
Een profeet is iemand die de wacht houdt
Een fijne zomer toegewenst
Profeten toen en nu
De kunst van leven
Politiek in Nederland 2010
In gebed bid ik tot Jezus van Nazareth
Vandaag zat ik in de zon
Handelingen 5,12-16 en Johannes 20, 19-31
Je kunt beter droog brood eten in vrede, dan een feestmaal bijwonen waar ruzie is
Je weet maar nooit....
Egoïsme
De armoede in Nederland
Auschwitzherdenking 2010
Christenvervolging
Oecumenische viering
Ik kan niet meer zwijgen
Door de kracht en rust van ons hart in balans komen
Uw lichtend spoor
De droom
Over moslima's, kaalkoppen en ezels
Onderweg van Jeruzalem naar Jericho

Krokussen in bloei, interview Leo Fijen en God als troost

Vorige week liep ik naar de kerk en zag gele krokussen volop in bloei staan. Verrassend vroeg voor de tijd van het jaar. Vandaag echter zet de winter in met alras temperaturen van rond de min 10. Bloeiende krokussen symbool van hoop en daarna felle kou in de nacht. Hoe kan leven zich aandienen. Het interview met Leo Fijen, bekend van KRO’s Kruispunt op televisie gaat over diepe verslagenheid en toch weer hoop. Over de gebrokenheid van het bestaan en de diepste pijn van sterven. Over de ogen van God, de handen van God en de barmhartigheid van God in andere mensen. Maar ook dat lijden de onvermijdelijke vraag stelt, waarom ik? Theologe Marjet de Jong stelt zich zeer terughoudend op in dit interview met Leo Fijen, die diverse interviews heeft gehouden met ouders van vermoorde kinderen.

Fijen stelt als inzicht na deze interviews, dat als je geslagen wordt door het leven, dan besef je pas hoe groot het geschenk leven is. Het is een mooi interview geworden met een gedreven mens, Leo Fijen, nu hoofd KRO/RKK religie en cultuur, auteur van inmiddels 10 boeken. Zijn laatste boek heet Leven met de dood. Leo vertelt in dit interview over zijn eigen leven en het aangrijpende leven van anderen. Levensverhalen die duidelijk maken wat mensen meemaken. Hoe mensen, die in het duister leven, de schokkendste ellende veroorzaken aan goedwillende onschuldige mensen. Het is om te huilen wat mensen meemaken. En het is om met de meeste bewondering te ervaren hoe mensen die getroffen worden door de dood hun leven toch weer min of meer op de rails krijgen. Zelfs zegt Fijen, getroffen door de mensen die hij interviewde, dat zelfs dan als je alleen nog maar de vraag kunt stellen waarom ik God, God een troost is.

En dan staan er engelen op, engelen in mensengedaante die de barmhartigheid van God met zich dragen. Zij bieden troost, ook als anderen allang jouw verhaal niet meer willen aanhoren. Ik hoop dat in de gemeenschap van kerkzijn zulke mensen steeds weer opstaan. Christen willen zijn in de praktijk. Mens willen zijn onder de mensen. Dat is kerkzijn, voorbij de huidige kerkstructuren geleid door managers. Als er geen zielenherders meer te vinden zijn binnen de hiërarchie van de kerken, dan moeten wijzelf kerkzijn. Dat uit zich in mededogen, in compassie ( ook al een beladen woord), in hulpschenkende handen, ogen en oren. In tijd voor de ander met geduld. Jezus van Nazareth, Christus onder de christenen, heeft het allemaal in praktijk gebracht. Hij volgde zijn eigen hart en overtuiging. Ik wens u hetzelfde toe.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 30 januari 2012

We zijn minder kerkelijk geworden, maar niet minder spiritueel

Uit onderzoek van Joep de Hart, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, tevens bijzonder hoogleraar aan de PThU, is gebleken dat wij minder kerkelijk zijn geworden, maar niet minder spiritueel. De manier van geloven is volgens De Hart wel veranderd. We vertrouwen meer dan vroeger op onze intuïtie en zijn op zoek naar onze eigen waarheden. Daar gebruiken we ook internet veel vaker voor. Wel zien we dat regelmatige kerkgangers veel meer vrijwilligerswerk op zich nemen dan mensen die niet naar de kerk gaan. Zij proberen in praktijk te brengen wat Jezus van Nazareth bedoeld heeft. En zetten zich in voor de ander en de kerk.

Over het verschil tussen religiositeit en spiritualiteit stelt hoogleraar en onderzoeker Joep de Hart dat voor veel mensen deze naadloos in elkaar overlopen. Maar dat kerkelijk leiders en mensen die heel diep in de nieuwe spiritualiteit zitten in sommige gevallen graag een duidelijke grens trekken. Je zou kunnen zeggen dat zij elkaars spirituele pad niet vertrouwen. Wat zij beiden delen is de universele religieuze kern in de mens die voortkomt uit hoop dat dit leven niet alles is. Dat zet de mensen aan tot bidden en mediteren. Tussen die twee is nauwelijks verschil te merken.

Volgens De Hart maken de evangelische kerken en de bevindelijk gereformeerde kerken wel groei door. Deze groei is echter niet genoeg om de verdergaande secularisatie te voorkomen. Hij stelt dat in 2050 het laatste lid van de PKN het licht uit doet en in 2065 de laatste katholiek.

Deze woorden zijn gedeeltelijk uit een verslag van Gauwain van Kooten Niekerk, student religiewetenschappen te Nijmegen van de debatavond “Religie, de kerk voorbij” in De Nieuwe Liefde, te Amsterdam.

Secularisatie en diversiteit zijn woorden die op die avond vielen. Manuela Kalsky is helemaal niet bang voor diversiteit, juist de tussenruimte tussen mensen met verschillende geloofsuitdrukkingen is van belang. Daar kunnen wij elkaar vinden. Met respect voor ieders overtuiging. De verschillen zullen als wij openstaan voor en de dialoog zoeken met de andersdenkenden tot begrip, verdraagzaamheid en respect leiden.

Ik ben het hiermee eens. Echter zie ik ook zo’n twee en een half miljoen zoekers, die individueel en op kleine eilandjes hun geloof belijden. Mens eigen zoeken zij naar spirituele en religieuze bevrediging van hun ziel, maar ook naar verbondenheid met anderen die dezelfde waarden nastreven. Eenheid is geen oplossing, diversiteit niet verkeert. Toch lijkt het mij met het oog op de toekomst van religie en kerkelijk verband nuttig en zelfs noodzakelijk om deze twee en half miljoen zoekers een landelijke kerk aan te bieden. Een kerk die religiositeit en spiritualiteit verbindt in liturgie, in vorm en inhoud. Overal in het land klinkt de roep om een plek als deze te creëren. Het is zeker geen gegeven dat alleen in Amsterdam speelt. Hele horden van buiten de Randstad trekken regelmatig naar de hoofdstad om in de Dominicuskerk of De Nieuwe Liefde of op andere spiritueel religieuze plaatsen te kerken.

Je kunt die mensen toch niet in de kou laten staan. Wat ontbreekt zijn goede integere mensen die in staat zijn om voor deze zoekers kerken te stichten die voldoen aan hun verlangens. Kerken in de naam en gedachtegoed van Jezus van Nazareth en vorm gegeven op een wijze die spiritueel verbindt.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 18 januari 2012

De wereld draait door....

De koningin naakt met haar hoofd op een ander lichaam gefotoshopt. Kroonprins Willem Alexander naakt met peniskoker. Dat zijn de Lucky TV beelden bij De Wereld Draait Door van deze week. Vreemd, dat Geert Wilders nu niet gaat Twitteren en er schande van spreekt! Ik begrijp de humor en de achterliggende gedachte van de maker van Lucky TV wel, maar hoe zou u het vinden om zo voor geheel Nederland (en daarbuiten) te kijk gesteld te worden?

Ook de nieuwste televisieserie over ons koningshuis roept bij mij vraagtekens op. Televisie is waarheid voor veel kijkers. Zij kunnen het onderscheid tussen fictie en non-fictie niet beoordelen. Deze serie is weer een volgende uiting van het nodeloos neerhalen van het aanzien van bekende personen op de nationale omroep. De commerciële omroepen zijn daar meester in, bijvoorbeeld door dat walgelijke programma Boulevard van RTL4. Nu volgt de publieke omroep.

Naast de tendens van onverdraagzaamheid in onze samenleving is er ook de tendens tot kwetsen. Onnodig kwetsen van bekende medeburgers. Wilders is daar een kwade genius in. Onder het mom van vrijheid van meningsuiting kwetst hij vriend en vijand. Tot in de Tweede Kamer toe. Is dat nou wat wij willen? Een samenleving waar moreel verval zelfs is doorgedrongen tot in de Tweede Kamer der Staten Generaal van ons land.

Zo viert het hufterig gedrag, onverdraagzaamheid en verder sluipende verwijdering door angst tussen burgers de boventoon. Ik vind dat verschrikkelijk. En eerlijk gezegd maak ik mij erg veel zorgen over de toekomst door dit giftige verval van zeden, normen en waarden. Ik denk dat veel programmamakers en politici zich niet bewust zijn van de schade die zij aanrichten door zo in de publieke ruimte te participeren.

Volgens mij is het nog altijd zo, dat “goed voorbeeld doet goed volgen” een wijs gezegde is. Denk nu niet dat ik een slaafse onderdaan ben van ons koningshuis of ergens bivakkeer in de streng behoudende hoek van het politieke klimaat. Dat is zeker niet zo. Maar op zoveel terreinen zie ik grensoverschrijdend gedrag, vervaging van normen en waarden, egoïsme dat gelegitimeerd is, dat regelmatig mijn hoofd en hart meewarig schudden over zoveel schandalige praktijken. Programmamakers, politici, bankiers, bestuurders, beursmagnaten, maar ook religieuzen en andere vertrouwenspersonen zijn onderhevig aan gelegitimeerd wangedrag. Zelfs zelfverrijking, zedenschandalen, belastering en andere vormen van asociaal gedrag worden legitiem geacht. En de politiek staat erbij en kijkt ernaar of erger: doet er aan mee.

Als gewoon eenvoudig burger schud ik mijn hoofd, voel de verontwaardiging en de machteloosheid over al deze praktijken. Wat kun jij als goedwillend burger doen om het tij te keren? Programma’s maken zoals wij dat bij Radio Kerken in Keistad doen. Een druppeltje verdraagzaamheid op de gloeiende plaat wangedrag en egoïsme. Ik weet het. Toch beter dan niets doen en de boel de boel te laten. Ieder van ons kan op zijn of haar eigen wijze iets doen in eigen kring om een iets betere samenleving te helpen opbouwen. Dat vraagt soms moed, je nek uitsteken. Soms ook is het zo eenvoudig. Begin alvast maar met wat vriendelijkheid in het contact met anderen. Dat zal een heleboel bijdragen aan het verspreiden van verdraagzaamheid.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 11 januari 2012

De geboorte van een nieuwe kerk

Nu we midden in de schandalen zitten van een Rooms Katholieke kerk, die de behoedende naam kerk niet meer waardig is, wordt het tijd voor andere gedachten over kerkzijn. Als een Rooms Katholieke kerk gedragen wordt door misbruikers en managers in plaats van herders, dan is het einde nabij van kerkzijn. De excuses van aartsbisschop Eijk waren zonder enige empathie voor de slachtoffers. Daar zat een manager bij Twan Huijs op televisie, die met zijn verstand sprak over onnoemelijk leed en pijn van de slachtoffers. Maar zat daar ook een herder, die de pijn en het leed van deze mensen ervaarde? Ik zag hem niet, die Goede Herder. Die herder, waarvan ik verwachtte dat hij plat op zijn buik voor de slachtoffers om vergeving zou smeken. Ik zag hem niet.

Ook de brief van de bisschoppen eindigt met de claim op goedheid van de leiding van de Rooms Katholieke kerk: “Wij vonden het pijnlijk ook voor de grote meerderheid van onze priesters en religieuzen die wel leefden en leven naar hun roeping en wier werkzaamheden zegenrijk zijn geweest of nog steeds zijn. Tot hen zeggen wij: wij hebben groot respect voor uw blijvende toewijding en inzet.” Natuurlijk, het zal je maar gebeuren dat je werknemer bent bij een instelling als de Rooms Katholieke kerk, met collega’s die de schande van sexueel misbruik van minderjarigen op hun geweten hebben en ondertussen braaf voor bleven gaan in de Heilige Mis, de zegen uitspraken en de hostie uitdeelden, mensen in het huwelijk inwijden en baby’s, peuters en kleuters doopten uit naam van die heilige kerk. Jouw collega’s en jouw kerk…… Ik kan mij voorstellen, dat Rooms Katholieke gelovigen en pastoraal werkers en priesters massaal uittreden uit een overjarig instituut vol mannenhiërarchie, die naar nu blijkt volstrekt onbetrouwbaar blijkt.

Het wordt tijd voor de Nieuw Katholieke Kerk, zonder die naar binnen gekeerde mannenheerschappij, weg van misbruik, weg van een Paus die condooms in 2012 nog steeds verbiedt, weg van de uitsluiting van vrouwen als priester, weg van de angst voor excommunicatie of ontslag. De Nieuw Katholieke Kerk, kerk met een hart, waar herders en herderinnetjes voorgaan op de weg van zorg en verdraagzaamheid voor een ieder.

Rik Bronkhorst,

Terug naar boven, geplaatst op 20 december 2011

De dame in het bejaardenhuis

In het bejaardenhuis waar mijn moeder woont is het vaak erg stil. Buiten de maaltijden waar een ieder, ook uit de buurt, tegen betaling kan komen eten is het erg stil in de grote ontmoetingszaal. Als ik het bejaardenhuis binnenkom dan zit er bijna altijd een oude nog kwieke mevrouw op een stoeltje te wachten. Tenminste, daar lijkt het op. Bij navraag blijkt dat zij daar bijna de gehele dag zit, omdat zij niet tegen het alleen zijn kan. Zo zit zij daar in die tochtige hal, waar de glazen deuren bij het open en dichtgaan een vleug kou naar haar toe blazen. Toch blijft zij, met winterjas aan, daar iedere dag weer zitten. Uren zit zij zo, altijd vriendelijk, altijd verwachtingsvol uitnodigend tot een praatje. Soms gaat er iemand naast haar zitten, dan glundert zij. Vroeger heeft zij een gezin gehad met een man en een paar kinderen. Haar man is overleden, haar kinderen komen niet meer. Waarom? Ik weet het niet. Zo op het oog is het een heel aardige dame. Maar je weet nooit de reden waarom mensen elkaar uit het oog verliezen.

Een aantal keren per week is er in de grote ontmoetingszaal een accordeonvereniging aan het oefenen. Dan zijn er altijd wat bejaarden die komen luisteren, de dame is er ook bij. Soms maken wat ouderen een dansje. De mannen met de pink van de omvattende arm omhoog. Bij gebrek aan mannen dansen ook veel vrouwen samen. De dame danst nooit, zij wacht ook daar op wat komen mag, maar eigenlijk nooit komen zal. Deze dame intrigeert mij. Ik heb al eens een praatje met haar gemaakt, maar ik wil niet nieuwsgierig zijn. Zij vertelt niets over haarzelf, nog over anderen. Wel groet zij mij en een ieder altijd allervriendelijkst. Ook ziet zij er niet ongelukkig uit. Ik denk dat zij het leven neemt zoals het komt.

Nu is een aantal maanden terug haar broer met zijn vrouw ook in hetzelfde bejaardenhuis komen wonen. Ondanks de ziekte van deze schoonzus en ondanks de drukke verzorgende taak van haar broer voor zijn vrouw zijn deze mensen zeer actief in het onderhouden van hun sociale contacten. Ook de wachtende dame komt bij hen over de vloer. Zij mag, kwam mij ter ore, één keer per week anderhalf uur bij broer en schoonzus op bezoek komen. Dat doet zij dan ook. Maar weer vroeg ik mij af waarom deze op het oog vriendelijke dame een bezoekregeling krijgt voorgeschoteld. Is zij lastig in de omgang? Verzorgt zij zich niet goed? Zit zij ook op bezoek zwijgend als altijd? Ik weet het niet. Zo op het oog is er niets mis met haar. Dus maak ik af en toe een praatje met haar en groet haar altijd vriendelijk. Toch heeft zij voor mij ook iets aandoenlijks, iets eenzaams, iets hulpbehoevends. En ik voel mij machteloos om iets meer voor haar te doen.

Met mijn hoogbejaarde moeder heb ik wel eens over haar gesproken, maar, is mij duidelijk geworden, in een bejaardenhuis leeft een ieder grotendeels op zichzelf. Moe van alle kwaaltjes van zichzelf en de anderen. Een enkeling daar gelaten, die nog kras genoeg is en de behoefte voelt om zich in te zetten voor de andere bewoners. Ik groet dus maar en loop door. Maar voel me toch iedere keer weer schuldig.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 8 december 2011

Voedsel voor de ziel....

Steeds weer klinkt uit diverse hoek, waaronder onderzoeksbureaus en kerkelijke gezagsdragers, de angstroep dat de kerken leger en leger geraken, ontvolken.
Ik ken die kerken ook. Waaraan ligt dat? Aan God? Aan de Boodschap? Aan de vorm en inhoud waarin voorgangers die boodschap over trachten te brengen? Aan de (niet)gelovigen zelf? Zijn de verwachtingen te hoog gespannen bij het bezoeken en beleven van een kerkdienst? Moet het altijd feest zijn voor jongeren? Is de Boodschap niet meer relevant genoeg gezien de ontwikkelingen in onze samenleving op het gebied van nieuwsgaring en mediaconsumptie? Wat het ook zijn mag, ik zie ook kerken, modern en orthodox, die groeien.
Daarnaast zijn er vele “modernen” of “nieuw-spirituelen” die op eigen wijze kerk zijn en vieren. Het geloof in de Hogere Macht, de Levensadem, in God is volgens mij groeiende.
Mensen geloven “ergens”in. Hoe je dat ook benoemd, het is een zoeken van die mens naar vervulling van behoefte buiten het materiële om. Zoeken naar voer voor de ziel, zeg maar.

Dat zoeken en niet meer of onvoldoende vinden van dat voer voor de ziel in de huidige kerken, waar men gewend was op zondag geloof te belijden, dat gaat zich meer en meer richten op “geloof in de huiskamer.” Er ontstaan overal in het land geloofsgroepen bij mensen thuis. Zelf ken ik er ook een aantal. Onder het genot van een al dan niet goed voorziene maaltijd en een glas water of wijn bespreken mensen een gedeelte uit de Bijbel. Een thema uit de Bijbel, een thema uit de samenleving met een link naar de Bijbel. Er wordt gebeden. Om de beurt gaat iemand voor in gebed. Er wordt gegeten en gelachen, soms gehuild om lotgevallen van een deelnemer die dat deelt met zijn disgenoten. Soms wordt er gezongen. Soms speelt iemand muziek of draagt een gedicht voor, of een passage uit een boek.
Deze avonden zijn ontspannend, maar ook inspirerend en voedsel voor de ziel.

Heb je dan geen behoefte meer aan de kerk op zondag? Het grotere verband, zal ik maar zeggen? Ja zeker wel. Maar in de praktijk blijkt dat die vorm van “geloof beleven in de huiskamer” er echt toe doet.
Mensen verbinden zich meer aan elkaar. Er ontstaan kringen van mensen die omzien naar elkaar. Ook buiten die maandelijkse of tweewekelijkse ontmoetings- en bezinningsavonden om. Daarnaast is het fijn om elkaar en anderen op zondag te ontmoeten in groter verband in de kerk. Zelfs als de ziel door de eerder aangehaalde verschraling daar niet meer zo aan zijn of haar trekken komt. Sommige mensen gaan dan ook nog maar eens per maand naar hun eigen kerk of geloofsgemeenschap, anderen shoppen langs meerdere kerken al dan niet in de woonplaats.
Mensen zijn nieuwsgierig van nature en gaan gericht kijken over de grens van de eigen kerkmuren heen. Ik geloof dus niet zo in ontkerkelijking in de zin van dat er minder gelovigen zijn heden ten dage. Nee, juist in deze materialistische tijd zoeken mensen naar voer voor de ziel. Wat een geruststelling in een fatsoensnormen overschrijdende samenleving die aan de top en aan de basis harder schijnt te worden.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 30 oktober 2011

Armoede in cijfers

Eind 2009 leven er 15.698.000 mensen in Nederland. Zij leven in 6,9 miljoen huishoudens. Daarvan leven 531.000 huishoudens onder de lage inkomensgrens, de armoedegrens die wij de overheid laten trekken. We spreken dan over 1.090.000 personen, vrouwen, mannen, kinderen en bejaarden, samenlevend of alleenstaanden. Een alleenstaande op het sociaal-minimum heeft als inkomen 917 euro per maand inclusief zijn of haar vakantiegeld dat daar per maand omgerekend in is opgenomen. Voor gezinnen met twee kinderen is dit 1450 euro, daar zit dus het vakantiegeld in.

Eind 2009 is het aantal kinderen dat in armoede leeft gestegen. 331.000 kinderen leven in armoede. Ruim vier op de tien leeft in een bijstandsgezin. Die bijna zes dus niet, die leven in een gezin met werkenden of anderszins. Deze jonge mensen beginnen hun leven met een grote achterstand op het terrein van sociaal-emotionele ontwikkeling, onderwijs, gezondheid, inkomen. Een kwart van de gezinnen op of onder het minimum eten niet iedere dag een warme maaltijd. Gewoon omdat er geen geld is.

Het aantal werkende armen volgens het SCP, het Sociaal Cultureel Planbureau, is in 2010 gestegen naar 576.000. Hun aandeel in de armoede ellende van Nederland is gestegen van 50% naar 59%. De laagste inkomens “profiteren” van huursubsidie, zorgverzekering, kwijtscheldingsregelingen ( als je de weg weet), thuiszorg en Wmo-voorzieningen. De hoogste inkomens hebben profijt van hypotheekrenteaftrek, fiscale behandeling van eigen woning, hoger onderwijs, kinderopvang en uitvoerende kunst. De midden inkomens profiteren het minste van dit alles.

De verwachting is dat de laagste en de midden inkomens gezien de bezuinigingen erop achteruit gaan in inkomen. Waarschijnlijk komt er een toename van armoede in Nederland met 9 of 10 procent van de huishoudens. Maar wat betekent armoede in de kwaliteit van leven voor deze mensen? De meesten onder hen zullen in de armoede blijven. Dat betekent minder kans op toekomst voor henzelf, voor hun kinderen als ze die hebben. Zij kunnen niet volop mee in de samenleving. Hun sociale contacten verminderen, zij gaan geen nieuwe relaties aan door de armoede, zij zijn minder in staat mee te gaan met anderen in leven en samenleven. Armoede heeft grote gevolgen op het leven van mensen, zeker als zij al vier jaar of langer op of onder de armoedegrens moeten leven.

Bij de Protestantse Kerk is het aantal hulpvragen verdubbeld in twee jaar tijd. Bij de Rooms-Katholieke Kerk is dat aantal met ruim 20% gestegen. Dat is ook het beeld bij andere kerken. Ondertussen stijgt de werkloosheid, stijgt de inflatie, stijgt de nationale schuld, bezuinigingen treffen ons steeds meer. Dat is geen rooskleurig vooruitzicht als je al op of onder de armoedegrens leeft. Wat gebeurt er in de geest van mensen als je hen de hoop op beter ontneemt? Dan krijg je verknipte uitwassen, uitbarstingen van gefrustreerde onvrede. Dat benauwt mij ten zeerste in een toch al onverdraagzame samenleving waar de schreeuwers en brallers in en buiten de politiek het openbare leven verontreinigen. Het is aan de politiek om inzicht en mededogen, hoop en toekomst te faciliteren voor een ieder in Nederland. Maar dat zie ik niet. De praktijk geeft anders aan. Een bron van grote zorg voor ieder weldenkend mens in dit prachtige land.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 3 oktober 2011

Berusting en slecht gedrag

Vandaag wil ik met u eens “praten” over enkele gedachten uit het boek Prediker.
Prediker roept op tot het volgende: berusting.
Heb je een goede dag geniet er dan van. Heb je een slechte dag, aanvaardt die dan.
Prediker heeft geen hoge dunk van de mensen zelf. Hij zegt: “Geen mens is zo rechtvaardig dat hij of zij alleen maar goed doet en nooit iets dat verkeerd is.”
De mens doet ook onnodig moeilijk. Dat is nooit Gods bedoeling. God gaat er van uit dat “leven” betekent in alle eenvoud genieten van het goede dat leven biedt. De mens haalt veel te veel in zijn of haar hoofd dat er niet toe doet.

Verder gaat Prediker uit van het volgende hij constateert dat goede mensen vaak veel te lijden hebben onder de valsheid, de hebzucht en de tirannie van slechtwillenden.
Hij zegt: “In de wereld doet zich de ongerijmdheid voor dat het goedwillende mensen vergaat als bozen en dat bozen het vergaat als rechtvaardigen.”
Dit is ook het verhaal van Job en staat verder te lezen in verschillende psalmen. Maar ook dat is slechts ijdelheid in de betekenis van zinloosheid. Ook de boze, de kwaadwillende mens zal sterven.
Voor mij is het een troost dat ook de boze mens tenslotte in het sterven als kwijt raakt wat zijn boze daden hem of haar hebben opgeleverd. Tevens geloof ik sterk in het “Hemelse Gericht”, Dat ieder mens na te zijn gestorven op aarde zich zal moeten verantwoorden voor God en verantwoording zal moeten dragen voor zijn of haar daden en gedrag op aarde.
Dat is voor mij een hele troost. Dat tuig en kwaadwilligen hun deel dan alsnog krijgen, terwijl ze op aarde hun gericht zijn ontlopen. Ergens moet er toch gerechtigheid zijn?! Zonder welke het leven op aarde jungle is en zinloos.
Prediker zegt: “Want alles wat je doet, zelfs in het verborgene, zal Gods oordeel niet ontlopen.” Uiteindelijk dus is er gerechtigheid. Een hele troostrijke gedachte.

Slecht gedrag doet mensen soms achter een slechtwillende aanlopen. Zelfs kopiëren mensen het slechte gedrag van anderen. Onvoorstelbaar dus dat ik deze week in de Tweede Kamer meneer Wilders zich zag misdragen. Zijn taalgebruik en gedrag zijn verre beneden de maat. Een volksvertegenwoordiger onwaardig. Of zou het zo kunnen zijn dat de heer Wilders juist vertolkt en kopieert wat zijn achterban aan geestelijke bagage heeft. Waar ikzelf bang voor ben is dat slecht gedrag slecht gedrag doet volgen. Dat er weer meer onverdraagzame taal en daden zullen volgen op wat deze politicus ten toon spreidt. Zorgelijk.
Wij drijven af van rede en fatsoen. Wij drijven steeds verder weg van fatsoenlijk en “menselijk” met elkaar omgaan in goedheid. Slecht taalgebruik, slecht gedrag, slechte omgangsvormen de heer Wilders maakt zich sterk voor een beter Nederland, zegt hij. Maar ondertussen voedt hij de negatieve krachten in dit prachtige land volop.
En daar kunnen wij met z’n allen toch niet in berusten?! Zelfs met de troostende gedachte dat niemand “ooit” zijn of haar gedrag en daden ontlopen kan. Ik ga er van uit dat goedwillende mensen, aardige mensen, vredelievende mensen, niet hebzuchtige mensen, fatsoenlijke mensen zijn. En zolang u en ik in de spiegel kunnen kijken, iedere ochtend maar weer, en kunnen blijven kijken zonder ons te hoeven schamen voor ons gedrag en onze daden, dat er dan toch nog steeds hoop is op fatsoen en gerechtigheid.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 23 september 2011

Ik zag ze vallen....

Weet u dat nog? Die mensen die uit de Twin Towers sprongen?
Ik zag ze vallen en vond het gruwelijk.
Daarom deze tekst van Huib Oosterhuis.
Verder doe ik er vandaag het zwijgen toe.
Want hier past stilte na die enorme klap.

Gij die weet....

Gij die weet wat in mensen omgaat
aan hoop en twijfel, domheid,
drift, plezier, onzekerheid.
Gij die ons denken peilt, en ieder woord
naar waarheid schat, en wat onzegbaar is
onmiddellijk verstaat.
Gij toetst ons hart, en Gij zijt groter
dan ons hart, op elk van ons houdt
Gij uw oog gericht en niemand,
of hij heeft een naam bij U,
en niemand valt, of hij valt in
Uw handen.

Huib Oosterhuis.

Terug naar boven, geplaatst op 13 september 2011

Blijf positief

De voornaamste oorzaak van de vele problemen en het vele lijden ligt voor Thich Nhat Hanh in het gebrek aan begrijpen en inzicht. Omdat we onszelf en de ander niet begrijpen en doorzien veroorzaken we lijden en bestendigen we het lijden.
Deze wijze woorden zijn neergelegd in het boekje Thich Nhat Hanh, een bijzondere leraar met een introductie van Ton Kamphof, die bij radiokik al meermalen voor de microfoon is geweest. Thich Nhat Hanh heeft zijn leven positief en zeer ingrijpend veranderd.
We neigen ertoe onze waarneming te vervormen, wat pijnlijke gevoelens en conflicten kan veroorzaken, schrijft Ton Kamphof.
Ik denk dat hij en zijn geliefde leermeester gelijk hebben.
Als wij allen een situatie of zelfs een voorwerp van zekere kunstzinnigheid moeten beschrijven, dan kijkt een ieder er anders tegenaan. Dan zijn de uitspraken over wat er nu echt gebeurd is of wat er echt te zien is in ruime mate verschillend. Met andere woorden wij vervormen onze waarneming naar ons eigen inzicht. Bestaat de waarheid dan niet? Bestaat de objectieve waarheid dan niet? Is er dan geen eenduidig antwoord op de simpele vraag wat zie je of wat was dat voor situatie? Natuurlijk wel. Een letterlijke opsomming van feiten geeft het meest juiste beeld van dat wat zich voordoet of heeft voorgedaan. Maar zelfs dan vergeet je wel eens iets te benoemen waardoor er net een iets ander beeld ontstaat. Dat is geen opzet maar ons geheugen kan ook niet alles snel reproduceren. Hoewel er mensen zijn die zichzelf daar onfeilbaar in achten. Ergens in de Bijbel staat: Wees voorzichtig met wat je lippen verlaat. Spreek niet te vrijuit. Ik begrijp dat de schrijver door schade en schande gevoed tot deze uitspraak komt. Maar ligt daar ook niet de verbittering op de loer, die leidt tot geslotenheid, tot afwenden, tot uiteindelijk iemand zo voorzichtig wordt dat hij of zij in contact iedere vorm van open een gesprek in gaan mist?
En dat, beste lezer, vind ik nou jammer. Je ontmoet zo zelden nog een openminded persoon, die gewoon vrijuit met je communiceert zonder achterdocht, negatieve bijgedachten en wegkruipen achter een scherm van voorzichtigheid. Gewoon iemand die open en eerlijk met je praat, voor je open staat, van het goede uitgaat. Waar komt dat door? Is het het tijdsbeeld? Zijn het eerdere ervaringen? Worden we zo opgevoed? Wat is dat toch? Kijk, als een dwaas je hele hebben en houden zo maar aan de eerste de beste op straat overgeven, dat lijkt ook mij dom. Maar een beetje vertrouwen hebben in je medemens, dat is toch heel gewoon? Ik ga er nog steeds vanuit dat de meeste mensen het goede met mij voor hebben. En geloof me, ik ken de andere kant. Soms van mensen met faam en aanzicht, soms zelfs van mensen die mij dichtbij stonden, soms zelfs van autoriteiten. De negativisten zitten overal verweven in onze samenleving. Dat is niet anders. Maar is dat een reden om niet open en eerlijk te blijven communiceren met mensen? Ik denk dat de samenleving er een stuk beter voor zou staan als wij allemaal gewoon oprecht zijn in contact met de ander. Ook als dat soms wat ongelukkig uit iemands mond komt. Niet direct uitgaan van het negatieve. Blijf positief. Want als u en ik dat niet meer zijn, wie zijn wij dan om naar een ander te wijzen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 28 augustus 2011

De wereld zingt Gods lof.....

Ik zou daar aan toe willen voegen: Alle goedwillende mensen der wereld zingen Gods lof, op welke wijze dan ook, op ieders eigen wijze, christen of anders gelovige, ze doen het met dezelfde intenties.
In de westerse wereld zoeken mensen te midden van al die voor het grijpen liggende luxe naar “iets” dat hun ziel voedt. Je ontmoet niet zo vaak meer iemand die aan onthaasting doet. Die de tijd heeft, of beter gezegd neemt, om je echt te ontmoeten.
Druk, druk, druk, ja ik ben zo druk, ik heb haast geen tijd om jou even te ontmoeten. Dat laatste wordt er niet bij gezegd. Daar wordt zelfs niet even over nagedacht.

Of... bij een “ontmoeting”: “Wat doe jij voor de kost?” En direct word je gewikt en gewogen op de status die dat met zich meebrengt. Er wordt zeker niet gevraagd: “Wie ben jij? Wat voel jij? Wat denk jij? Wat doe jij voor anderen?” Nee, daar komt men niet aan toe.
Uiterlijkheden, buitenkant, tastbare bron van leegte in status, in bezit, in vergetelheid zoeken.
De auto, het huis, de inrichting van dat huis, de vakanties, de kleding, de hebbedingetjes, dat zijn de (af)godsbeelden van deze tijd.
Wie zijn dat dan? Henk en Ingrid, Jip en Janneke, de familie Splinter-Winter, het gezin Rijk tot Tevreden, wij allemaal? Ja, wij bijna allemaal. U, ik, wij, zijn zoekers geworden naar buitenkant. Gelukszoekers, wij allemaal.
Is daar iets mis mee? Wel nee, zolang je om blijft zien naar de minder bedeelde medemens, vriendelijk de ander in de ogen kijkt en te woord staat, gewoon een aardig mens blijft.
Maar is dat zo?
Ja, voor de meerderheid van de mensen is dat zo. Echter een ruime minderheid vindt dat niet zo vanzelfsprekend en zoekt de onvrede op. Komt dat door eigen frustraties? Ja, dat denk ik wel. Het ligt minder aan u en mij en meer aan henzelf, denk ik dan. Jammer, wat heet: vervelend! Want u en ik, wij hebben daar last van, dagelijks van die ontevreden koppen, die ongeïnteresseerde blikken, die harde taal, dat onuitstaanbare gedrag. Onverdraagzaamheid heet dat. Onverdraagzaamheid ondanks al die luxe die maar voor het oprapen ligt. Ik kan er niets aan doen, maar ik denk dat er in onze huidige samenleving een grote mate van ontevredenheid heerst omdat men zich maar wil blijven voeden met die buitenkantdingen. Het hart, de ziel, het gevoel wil ook wat. Een van die zaken die daarbij van nut zijn heet ontmoeting. Wij zijn sociale wezens en we willen andere mensen ontmoeten. Echt ontmoeten. Echt met die ander in gesprek zijn, Echte warmte voelen van die ander voor onszelf en andersom. Of spreek ik uit een allang vervlogen droom tot u. Begrijpt u echt niet waar ik het over heb?

Op andere, arme werelddelen leeft het geloof in God, in Jezus van Nazareth, in de Geest van het Goede. Kerken en gelovigen zingen en spreken over Gods lof. Zij hebben geen auto, geen fatsoenlijk huis, (geen hypotheek of lening ook), geen hebbedingetjes. Zij hebben vaak ook geen vriendelijke, sociale samenleving, de terreur van de straat, de terreur van de overheid heerst daar nog veel meer dan bij ons. En wat gebeurt er? Als je het niet meer bij de mensen, de overheid, de samenleving kan vinden, dan zoek je jouw heil bij God. Logisch, lijkt mij. Want er blijft op aarde niet veel over om van te genieten. Gelukszoekers noemen wij die mensen als zij bij ons over de grens komen. Gelukszoekers. Maar verschillen zij dan zo wezenlijk van ons eigen manier van geluk zoeken?
Verwarrend hoor, wat en wie er nu gelijk heeft. Een ding weet ik wel: wij leven nog steeds in een veilig, welvarend en sociaal land. Dat wil ik in ieder geval graag behouden.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 5 juli 2011

De liefde is fijn.....

De liefde is fijn, de liefde is heerlijk, ik meen dat Ramses Shaffy dat eens uitsprak in een interview, misschien wel in een lied. Ja, ik kan mij daar wel in vinden. De vraag is echter blijft die liefde zo fijn en zo heerlijk met het verstrijken van de tijd. In den beginne... was er niets, plotseling of langzaam groeiend is daar dan de liefde. Verliefdheid eerst? Of langzaam groeiende liefde, uitbreidend als een zoete honingplas vol aandacht en passie. Misschien behoort u tot die gelukkigen die beide verschijnselen kennen, misschien ook niet. Kent u geen van beiden. Die mensen heb ik ook gekend. Een man van 48 die nog nooit iemand gezoend had, of een na ruim veertig jaar streng klooster uitgetreden non die met verwondering alle nieuwe dingen in de samenleving ging ontdekken. Maar zoenen en liefde? Nee, dat kende zij niet op menselijk vlak. Spiritueel met Christus, warm met God, ja dat kende zij wel en dat heeft haar ook nooit verlaten. Ondanks dat zij afstand nam, steeds meer, van de meer traditionele vormen van geloven. Op geestelijk spiritueel vlak werd zij wel gezoend door God, aan de hand genomen door Jezus. Zij werd steeds wijzer en eigenwijzer. Maar vol op de mond of heerlijk langs glijdend over een zinderende huid, dat geluk was haar niet beschoren. Ik wist dat uit lange of terloopse gesprekken met haar. Daarom gaf ik haar na afloop van de dienst in de kerk maar een stevige pakkerd op haar wang of hield dat broze oude lijfje maar even innig in mijn armen. Ik dacht dat haar dat geen kwaad kon doen. Door decennia lang die nonnenkap op haar hoofd waren haar haren nog maar in vlassige plukjes aanwezig. Bij zo’n omhelzing viel haar pruik dan wel eens op een oor. Ze had het er graag voor over. Ook al ontstond er enige verwarring bij haar doordat zij zich betrapt voelde over haar kaalheid.

Liefde, heerlijke liefde, fijne liefde, hoe velen van u zijn daar naar op zoek? Hoe velen hebben die bijzondere liefde gevonden? En hoe velen raakten haar (of hem) weer kwijt? De pijn die dan optreed is verschrikkelijk. Verscheurende pijn, afgrijselijke diepe pijn. Soms ook niet, dan zijn mensen gewoon klaar met elkaar. Vaak na jarenlange strijd. Maar ook hier is er die pijn. Dat proces van onthechting, loslaten, alleen voelen. Zijn wij dan ten diepste heel eenzame wezens op zoek naar die ander die ons gemis in onszelf aan kan vullen? Is er na Adam en Eva een chronisch lijden onder de mensheid gekomen? Zijn wij altijd maar op zoek naar de vervulling van eenzaamheid? En welke prijs betalen wij daarvoor? Bindingsangst, verlatingsangst, onzekerheid over onszelf en/of de ander? Kent u dat? Of behoort u tot de (on)gelukkigen die daar nooit last van hebben. Die de keuze hebben gemaakt zich nooit te binden of juist wel volledig te verbinden. Ikzelf ken vele voorbeelden, ook van mezelf gedurende een mensenleven, waarin het goed ging en goed was en toch..... Dat duiveltje stak zijn kop op, begon te knagen. Als je dan niet in alle openheid een relatie hebt die zorgzaam is en wederkerigheid kent, dan haal je zo maar de eindstreep. Daar wachten geen bloemen. Daar ligt de pijn voor het opscheppen.

Vele wijze boeken zijn er over geschreven, het Hooglied staat er vol mee, de Liefde. Over de andere kant zijn hele boekenkasten vol geschreven, de verdwazing die leidt tot uiteen raken.
Mijn hoogbejaarde moeder heeft het niet makkelijk gehad in haar leven met een partner die dronk. Toch is zij meer dan zestig jaar getrouwd. “Je koos er voor, je had je woord gegeven dus bleef je”, zegt zij dan. Zo simpel was dat toen. Nu is dat anders. Iedereen is mondiger geworden, iedereen is op zoek naar haar of zijn eigen geluksbeleving, tot op het egoïstische toe. Echtscheidingen zijn dan ook gemeengoed geworden. Met alle gevolgen voor de betrokkenen, hun kinderen en de samenleving. Natuurlijk, als het echt niet anders kan. Die voorbeelden zijn er ook. Maar ik kan mij niet aan de indruk ontrekken dat tot uit elkaar gaan ook wel eens te snel besloten wordt. Maar goed, wie ben ik om te oordelen over wat er achter de voordeur bij anderen gebeurt. Toch weet ik dat onzorgvuldig omgaan met de ander veel pijn veroorzaakt. Dat bindingsangst en verlatingsangst ontstaat door eerdere ervaringen. Maar wat jammer als dat aan de orde is. Dan wordt de liefde geen echte kans geboden. Dan staat lijden aan de deur van de relatie te kloppen. Die angsten kunnen alleen helen als de tijd laat ervaren dat er geen reden is voor argwaan, voor verlatingsangst, voor bindingsangst, als de juiste partner maar gevonden wordt. Maar hoe weet je dat, zult u zich misschien afvragen. Dat, beste lezer, komt aan op voorzichtig aftasten van hoe die ander in relatie tot u staat. Niet te snel de kop op hol laten brengen. Liever langzaam groeien naar een volwassen relatie, dan hevig verliefd de hooizolder opzoeken. Denk nou niet dat ik een zedenpreker wil zijn. Nee, wat ik wil zeggen is: “Ga zorgvuldig om met de liefde en dus met de ander”. Zo maak je de kans op teleurstellingen een stuk kleiner. Maar de keuze is natuurlijk aan u. Ik kan niet in uw hart kijken, uw ziel doorgronden, uw gedachten lezen. De mijne heb ik nu zo maar aan het papier toevertrouwd. Doe er mee wat u wilt. Ik weet dat een goede relatie veel openheid en eerlijkheid vraagt. Van beiden! Praten helpt. Daarna is het afzoenen van de spanning een ervaring van liefde in opperste vervoering. Ik gun u dat allen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 28 juni 2011

Ik liep door de woestijn van het leven en zag.....

“Lijden kan omslaan in iets anders”, dat staat als titel boven een artikeltje van Mansukh Patel in zijn boekje “Dansend tussen vreugde en verdriet”. Een heel leuk en ook wijs boekje dat ik ooit gekregen heb van een goede vriendin voor mijn verjaardag. Dat artikeltje luidt zo:

Ik liep door de woestijn van het leven, voelde me ellendig, verdrietig, slecht behandeld, genegeerd en eenzaam.
Mijn schoenen waren versleten en zaten vol scheuren en gaten; mijn voeten deden pijn van de schrammen en blaren. De brandende zon verschroeide mijn gezicht en het zweet liep in straaltjes langs mijn lichaam. Ik had het gevoel dat het niet erger kon.
Toen zag ik een man op de grond zitten, zonder benen. Zijn door de zon verbrande huid was slechts bedekt met vodden en uit zijn ogen sprak een lijden zó diep dat ik me het niet eens voor kon stellen.
Plotseling werd ik vervuld met medeleven en op dat moment leek mijn eigen pijn volkomen te verdwijnen en om te slaan in een diepe waardering voor wat ik wél bezat. Wat konden mij die vuile, versleten schoenen schelen, ik had benen en voeten om ze te dragen.

Na deze anekdote gaat Patel verder met de dikgedrukte zinnen: “Pijn en lijden kunnen in een oogwenk omslaan, door de dingen eenvoudig vanuit een ander gezichtspunt te bekijken.
Als je eenmaal weet hoe je “de knop kunt omdraaien”, heb je een van de grootste ontdekkingen van je leven gedaan.
Tot zover dit citaat uit dat mooie boekje van Mansukh Patel en Rita Goswami. (uitgeverij Ankh-Hermes te Deventer).

Wat wil ik hier nu mee zeggen?
Soms is leven ondraaglijk naar het jou schijnt. Een zwart gat zonder sterren en zeker geen zonnen. Meestal komt dit doordat jou ergens in je leven pijn gedaan is, geestelijk lijden bij jou is veroorzaakt of doordat je ziek bent, ernstig ziek misschien wel. Zonder uitzicht op beter. Je zou er inderdaad beroerd van worden. Waarom, denk je dan, waarom juist ik!
En juist op die vraag krijg je nooit antwoord als je zelf niet tot het inzicht kunt komen, dat er aan al dat lijden van jou ook een andere kant zit. Namelijk: je kunt proberen te doorgronden wat je kunt leren van jouw beroerde situatie. Aanvaarden, daar begint het mee. Je kunt het toch niet plotseling veranderen. Je kunt het misschien wel helemaal niet veranderen. En toch: aanvaarden.
Daarna kijk je eens om je heen. Hé, jij bent er nog, hoe velen zijn er al niet meer? Weet je nog? Die en die, hoe die geleden hebben. Zet dat af tegen je eigen lijden, hoe erg dat lijden ook is. Je bent niet de enige, je staat er ook niet alleen voor. Er zijn altijd mensen bereid je te helpen. Kijk om je heen! Probeer je lijden te delen, maar ga er niet aan ten onder. Elke oogopslag, iedere ochtend weer, geeft je de kans om “iets” nieuws met je leven aan te vangen.
Zelfs in je diepste depressie, zelfs op je ziekbed, die kans is er. Grijp ‘m. Of anders probeer te begrijpen dat je ook een les geschonken wordt om te doorgronden. Te doorgronden waar het echt in jouw leven om draait.
Als je die les begrijpt, dan wordt lijden niet nutteloos, doelloos, uitzichtloos. Nee, dan kan zelfs lijden je verheffen tot een beter mens.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 26 juni 2011

Ecospiritualiteit en rentmeesterschap

Soms word je zo maar geconfronteerd met een bijzonder, zeg maar gerust uitzonderlijk mens. Zo zag ik vandaag bij RKK televisie een Benedictijnenmonnik uit Brazilië.
Zijn naam is Marcello Barros. Hij was de rechterhand van Dom Helder Camara, het boegbeeld van de Zuid-Amerikaanse bevrijdingstheologie. Marcello Barros heeft een boek geschreven dat heet: “Hemel en aarde huwen”. Het gaat over ons ecosysteem en ons gedrag. Sterker, hij koppelt christenzijn en christelijke solidariteit aan ecologie en rechtvaardigheid. Daarin brengt hij een nieuw begrip naar voren: “ecojustice”.
Hij wil kerkgangers en andere christenen inspireren om vanuit hun christelijk perspectief duurzamer te gaan leven.
Het lijkt mij dat daar niets mis mee is en dat kerken en hun voorgangers en andere betrokkenen eens bij de gedachtestroom van Marcello Barros zouden moeten stilstaan. We stevenen af op een natuurramp van enorme omvang die chaos zal doen ontstaan. Terwijl politici en wijzelf het hebben over onze pensioenen en andere belangrijke zaken raakt door milieuvervuiling, overbevolking en leegroof van onze aarde onze planeet aan haar einde. Dan valt er helemaal niets meer te verdelen. Dan blijft er helemaal geen toekomst voor ons, voor onze kinderen en kleinkinderen over. Letterlijk!

Naast zijn wijze woorden over ecospiritualiteit heeft Barros het over christelijke spiritualiteit met name het medemenselijk gevoel, het omzien in rechtvaardigheid naar elkaar, sociaal-maatschappelijk betrokken zijn met die ander. Zonder dat besef is er helemaal geen spiritualiteit en zeker geen christelijke spiritualiteit, zegt hij.
Ik ben het daar helemaal mee eens. Christenzijn, je christen noemen, het christelijk geloof uitdragen, heeft geen enkele zin, is zelfs een lege dop als je die medemenselijkheid, die verdraagzaamheid, dat begrip, dat mededogen, die betrokkenheid bij de ander en de natuur niet meeneemt in je christenzijn. Ook voor andersgelovigen, andersdenkenden, andersvoelende medemensen mag je respect uitdragen zonder jezelf te verliezen, zonder je eigen standpunten en geloofsovertuiging te verloochenen. Juist Jezus van Nazareth, die wij de Christus noemen had het altijd over deze waarden. En of je nu christelijk gereformeerd bent of vrijzinnig protestant, evangelisch of rooms-katholiek, het maakt niet uit, mededogen, medemenselijkheid, verdraagzaamheid en al die eerder genoemde waarden behoren de norm te zijn. De norm, tesamen met een goed rentmeesterschap, duurzaamheid en bewust omgaan met de dieren, de planten, de mensen. Wij zijn allemaal onderdeel van dat ene grote geheel, die prachtige planeet aarde in dat immense heelal dat de Schepper ons als leefomgeving heeft geschonken.
Wees er zuinig op, ga er zuinig mee om....

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 8 juni 2011

Tandems en andere rariteiten ...

Een ongelooflijke dikke man op een scooter passeerde een ouder echtpaar op een tandem.
De man op de scooter, ergens begin dertig, had dijen waarmee je niet meer normaal kon lopen. Zijn buik golfde in een gestage rollende beweging over die enorme hammen van bovenbenen. Van een nek was geen sprake meer. Zijn hoofd, met de volle hangende wangen, lag ingeland op het breedgeschouderde groene jack waarvan de rits open stond uit noodzaak.
Het gezicht van de dikke man stond op onweer. Hij keek boos de wereld in, daar op die polderweg tussen de kaalgeschoren velden. Een enkele kievit zocht wat gelaten naar zijn weggemaaide jongen. Voorjaar 2011. En ik fietste daar opgewekt in de zon.
Voorop de tandem fietste met volle overtuiging een kras schriel mannetje van rond de tachtig met een enorme bos wit haar op zijn hoofd. Zijn ogen staarden naar verre horizonten of waren verzonken in beelden over jeugdige overmoed en opbollende zomerjurken. Achter hem op de tandem fietste vrolijk een slanke zwartgeverfde vrouw van zeker zeventig met wimpers en donkere ogen die nooit van ophouden wisten. “Kijk nou eens, Jan”, krijste ze met de wind mee, “een enorme korenwolf!” Voor de goede orde een korenwolf is een soort hamster die voorkomt in het zuiden des land en waar speciale fokprogramma’s moeten zorg dragen voor uitsterven. “Maar zo’n joekel heb ik nog nooit eerder gezien.”Ik wist niet dat die hier voorkwamen en dan ook nog gemotoriseerd”. De oude man rechtte zijn gekromde rug en riep over zijn schouder: “Goh Janna, dat wij dat nog mogen meemaken, zo’n wonder van de welvaartsmaatschappij hier tussen de velden”. Beiden begonnen te giechelen en trapten vrolijk verder.
De dikke man op de scooter reageerde niet. Ik geloof zeker dat hij hen hoorde, maar hij reageerde niet. Gewend als hij was aan stekelige plagerijen en pijnlijke opmerkingen over zijn uiterlijk. Of hij dacht niet dat de opmerkingen voor hem bedoeld waren. Zijn interesses lagen niet in de natuur met al haar wonderen, zal ik maar zeggen. Langzaam verdween hij uit het zicht. Zijn scootertje pruttelde akelig steunend in het gehoor.
Het oudere krasse echtpaar was mij inmiddels ook gepasseerd en zweeg verder. Van opzij keek ik hen even aan. Een leuk stel dat de smaak van leven nog immer goed te pakken had.
Zeker geen domme mensen, die duidelijk gewend waren hun eigen gang te gaan. Van enige empathie voor de dikke man was geen sprake, ze waren hem alweer vergeten.
Wonderlijk hoe je zelf eventjes geconfronteerd wordt met twee geheel verschillende werelden. Hoe mensen hun leven ieder op eigen wijze gestalte geven kunnen. Toch lag mijn sympathie bij de dikke man. Zijn ogen waren niet meer gewend aan contact, keken boos de wereld in, op voorhand beducht voor onvriendelijke opmerkingen aan zijn adres. Hij straalde eenzaamheid uit met een naar binnen gerichte gesloten blik.

Ik moest denken aan die vroegere vrouwelijke collega van in de zestig met obesitas. Als zij in haar grote Vauxhall gleed met de enorme billen eerst naar binnen, dan zakte de sedan gevaarlijk naar een kant. Zuchtend en steunend hielp zij haar zware benen de carrosserie in. Zelden heb ik een vrolijker vrouw meegemaakt, die zoveel ze maar kon van haar leven maakte. Ze was ook reikimaster en voorzitter van een club van dikke mensen, alwaar zij allerlei activiteiten voorstelde om gezamenlijk te gaan doen. Ik sprak wel eens met haar over haar gewicht en zij benoemde dan ook haar beperkingen. “Maar", zei ze dan met de mooiste glimlach die je maar voor kon stellen, “ik heb een vriend en hij vind mij prachtig. Er zijn mannen die houden juist van dikke vrouwen en hij ook. Hij wil niets anders dan mij”. Zij lachte schalks tijdens het uitspreken van die woorden. Zelden heb ik een leukere collega gekend.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 8 juni 2011

Over tederheid

Er is in ieder woord een woord,
Dat tot het onuitspreekbare behoort;
Er is in ieder deel een deel
Van het ondeelbare geheel,
Gelijk in elke kus, hoe kort,
Het hele leven meegegeven wordt.

Deze laatste woorden uit het gedicht “Drie rode rozen” van Abel Herzberg spreken mij erg aan.
Het zijn woorden over “Het Grote Geheim.”
Het grote geheim dat alles met alles verbonden is, hier en nu, in mensen en in de natuur.
Dat alles met elkaar van invloed is, hier en nu, op deze aarde in dit heelal.
Dat ieder woord en elke daad telt, positief of negatief, het heeft zijn invloed op het geheel.
Dat geheel dat ondeelbaar is, omdat alles telt en in elkaar overgaat.
Dat ieders zijn ertoe doet, hoe kort en hoe uiterlijk onbelangrijk ook.
Het grote geheim van wie wij zijn, waarom wij zijn, waartoe wij zijn, ieder van ons.
En soms, heel soms, wordt er een tipje van de sluier van dat grote geheim opgetild.
Dan krijgen wij even een klein, minuscuul klein, inkijkje in het waarom.
Dan vallen er puzzelstukjes uit ons leven op de juiste plaats.
Dan is er een aha-belevenis, dan weet je ineens oh ja daarom....
Dat zijn die momenten van openstaan voor de boodschap van je leven waarom je bent.
Hier en nu.
En waarom je mee moet of moest maken wat er is en was.
Dan ook begrijp je dat je hier bent om je te ontwikkelen tot een mens van God, de Levensadem.
Dat je mag leren. Leren door schade en schande, om te komen tot een menselijkerwijze vorm van zuiverheid.
Dan begrijp je ook, dat genoeg genoeg is, hebzucht en afgunst slecht voor die ander, maar meer nog slecht voor jezelf.
Voor je eigen welzijn en ontwikkeling.

Soms schrik ik van het eenrichtingverkeer van mensen, de starende niets waarnemende blik van mensen, om van de onvriendelijkheid nog maar te zwijgen.
Hun onvermogen om te delen.
Het altijd maar op zoek zijn naar meer.
Het altijd maar denken “morgen, ja morgen, dan......!
Maar na die morgen komt er weer een morgen en nog een, en nog een.
En altijd maar weer die droom die telkens vervangen dient te worden door weer een andere droom. Morgen.
Wie je bent, of wat er toe doet ligt niet in morgen, maar in het nu, vandaag!
Dat telt alleen maar: wie je vandaag bent of wat je vandaag doet.
Aan morgen heb jij niets, heb ik niets, hebben wij met elkaar niets.
Vandaag wil ik zien wie jij bent, wat ertoe doet voor jou.
Hoe jij mens bent in de ontmoeting.
Hoe jij mens bent in het geheel der samenleving.
Hoe jij jezelf en de ander laat delen in de wonderen van het bestaan.
Simpel door het feit wie jij bent en hoe jij je gedraagt.

Mag je dan fouten maken?
Natuurlijk!
Fouten maak je omdat je mens bent, omdat je ervan kunt leren.
Voor heilige hebben wij geen van allen gestudeerd.
Ik moet er trouwens niet aan denken om in relatie te staan tot een heilige.
Wat zou ik dan schrikken van mijn eigen zijn, mijn eigen onvermogen tot mens zijn.
Pas hadden wij Mirjam Wolthuis van de Dominicuskerk in Amsterdam in de uitzending.
Zij vertelde, dat zij het wel kon begrijpen waarom mensen soms even “lekker” egoïstisch kunnen zijn. Dat ook dat soms wel eens nodig is.
Ik keek van die uitspraak even op en dacht: “Verrek ze heeft nog gelijk ook.”
Soms heb je zoveel teleurstelling en zoveel pijn geleden dat je wel even egoïstisch moet zijn om te overleven.
Maar laat het alsjeblieft niet zover komen dat dat ten koste gaat van de ander.
“Je moet het schuurtje bij het huisje laten staan”, is een oud gezegde.
Breng dus geen scheiding aan tussen mensen.
Ook niet als het leven jou pijn heeft gedaan of slecht heeft behandeld.
Het leven zijn wel mensen die dat elkaar aandoen.
Maar blijf redelijk, verhard niet.
In de politiek zie je de tweedeling, de verharding, in taalgebruik en in daden.
Dat maakt mij wel eens bang voor de toekomst.
Maar ik blijf proberen om vandaag te zijn die ik ben.
Naar ik hoop een mens om van te houden.
“Dat de zachte krachten mogen overwinnen,”zei de koningin bij de opening van De Nieuwe Liefde, de droom van Huub Oosterhuis.
Laat het zo zijn.....

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 29 mei 2011

Oecumene in brede zin.....

Kijken over de muren van je eigen kerk, dat is de aankondiging bij de Kerkennacht 2011 in Amersfoort. Als een grote warme lappendeken over de hele stad doen zo’n vijftig kerken mee. Van Baptistenkerk tot Gereformeerd Vrijgemaakt, van Oud-Katholiek tot Migrantenkerk, ze doen allemaal mee. Oecumene in de brede zin van haar betekenis.
Als christenmens, die gelooft in maar een en dezelfde God, doet het mijn hart en mijn verstand goed te zien dat het dus mogelijk is om gezamenlijk over de muren van je eigen kerk heen te reiken naar andersgelovigen. Andersgelovigen die ook alleen maar in diezelfde Ene geloven.
Even weg uit de loopgraven van je eigen gelijk om te kijken en te bespreken wat medegelovigen in andere kerkgebouwen doen. Net als onze katholieke burgemeester Lucas Bolsius doet tijdens de Kerkennacht. Hij gaat die avond op de fiets van kerk tot kerk, om aan het einde van de avond bij de slotmanifestatie te verhalen over zijn bevindingen. Zo komen kerken en politiek samen. Dat kan geen kwaad, vermindering van afstand tussen beiden, bedoel ik.
Vele vrijwilligers uit vele kerken zijn sociaal-maatschappelijk actief. Soms op hun eentje, soms vanuit werkgroepen. Maar altijd uit een diep besef dat christenzijn, je christen noemen, betekent dat je actief in de voetsporen van Jezus van Nazareth dient te staan. Christenzijn betekent zo geen vrijblijvendheid. Geen verschuilen in de loopgraven van je eigen gelijk, je eigen kerk. Maar kijken over de muren van je eigen kerk en de ander de hand reiken, samen werken aan een betere wereld.

Oecumene is voor ons van Radio Kerken in Keistad een missie. Wij zien oecumene als noodzakelijk om tot verdraagzaamheid en begrip te komen voor andersdenkenden, andersvoelenden, andersgelovigen. Ons uitgangspunt is vanuit de Bijbel actief christen te zijn, is een hand reiken naar de ander, kennis nemen van het gedachtegoed van die ander. Er zijn in de loop der eeuwen vele wijze woorden gesproken en opgeschreven die zeker zo waardevol zijn om kennis van te nemen.
Doe er uw voordeel mee. Leer! Neem kennis van wat er in de Bijbel aan goeds te lezen valt, breng die wijze levenslessen in praktijk, maar wijs daarmee al die andere wijsheden die tot u komen niet op voorhand af. Dat zou echt zonde zijn.
Wat is er op tegen als wijze filosofen en wijsheidsleraren tot u komen met liefdevolle verdraagzame woorden en zinnen? Zij zijn van toegevoegde waarde aan dat wat ons in de Bijbel aan goeds wordt voorgehouden.

Ons radioprogramma reikt een ieder van goede wil, die respectvol omgaat met onze bijbelse waarden, de hand. Wij sluiten onze oren niet voor dat wat een ander aan goeds te brengen heeft. Wij doen aan oecumene in de meest brede zin van het woord: de gehele mensenwereld zien wij als geheel. Daar ligt onze missie en daar ligt onze taak om rimpeling te veroorzaken in de vijver van ieders gelijk.
Daarmee gaan wij nog een stapje verder dan deze spectaculaire Kerkennacht in Amersfoort en elders in het land. Verdraagzaamheid en begrip, liefde en gerechtigheid, opkomen voor de zwakkeren, een hand reiken naar hen die hun ziel anders voeden, daar staan wij voor. En zo laten wij zien wat het voor ons betekent om christen te zijn.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 11 mei 2011

Religieuze wereldleiders zijn de weg kwijt

Op 27 oktober 2011 hebben religieuze wereldleiders van allerlei gezindten afgesproken bijeen te komen om te spreken en te bidden voor de wereldvrede.
Paus Benedictus XVI heeft al voor dit 25 jarig jubileum gezegd, dat hij terug zal keren naar het Vaticaan om aldaar te bidden voor de vrede.
Hij geeft gehoor aan conservatieve katholieke oproepen om niet mee te doen met het gezamenlijk bidden voor de vrede.
Waarom niet?
Omdat, volgens die groeperingen, het onmogelijk is om met anders gelovigen samen in gebed te gaan.
Ik vind dit werkelijk ongelooflijk voor een religieus wereldleider.
Hij stelt zodoende zijn eigen conservatieve achterban boven het algemeen christelijk belang van het nastreven van wereldvrede door middel van gezamenlijk gebed.
Juist samen te bidden met andersgelovigen, andersdenkenden, andershandelende wereldleiders geeft een uitgesproken kans op verdraagzaamheid en begrip.
Benedictus XVI trekt zich terug in eigen kring en sluit zodoende alle ramen en deuren voor deze grote kans tot dialoog en verandering van vooringenomenheid.

Juist moslimleiders, religieus leiders uit landen die aan christenvervolging doen, worden nu alleen maar bevestigd in de grote arrogantie van het christendom.
Ook andere religieus leiders op wereldniveau worden zo geschoffeerd in hun geloofsbeleving.
Het is zelfs zo erg, dat vorig jaar een der belangrijkste kardinalen in Rome het in zijn hoofd haalde om de volgende woorden uit te spreken: “Er is maar één oecumene en dat is dat al die protestante gemeenschappen (van kerken sprak hij niet) zich aansluiten bij de Rooms-katholieke Kerk.”
Hoe wil je nog arroganter zijn, nog meer andersdenkenden, andersvoelenden, andersgelovigen schofferen.
Rooms-Katholieken en Protestanten, ja, beiden met een hoofdletter, mogen niet gezamenlijk ter communie gaan, brood en wijn delen. Vanuit een anders beleven van dit Jezus-ritueel: “Het Laatste Avondmaal.”
Juist dit zo belangrijke verbond dat je als christen bevestigt met de liefdevolle leer van Jezus van Nazareth, onze grote inspiratiebron, te niet te doen.
Daar maak je ruzie over. Daar sluit je mensen van uit. Daar breng je scheiding aan tussen christenen!
Onbegrijpelijk.

En nu: de Rooms-Katholieke roerganger Paus Benedictus XVI doet dit nog eens in variatie over op wereldniveau.

Zijne Heiligheid Benedictus XVI,

U kunt rustig bidden voor vrede met andersgelovigen.
U hoeft als Paus ook niet hardop te bidden.
U hoeft als Paus ook niet de belangrijkste te zijn.
U dient respect te hebben voor andersgelovigen.
U dient juist samen in gebed op te gaan voor vrede! Weg uit die loopgraaf van uw eigen gelijk.
Weg uit de gedachte dat alleen uw beeld van God de juiste is.
Gezamenlijk oproepen voor vrede, dat is de weg.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 4 mei 2011

Beminnen.....

Wat een teder woord: beminnen....
En wat een gelukkig mens die weet hoe te beminnen!
Is er meer dat van groter belang is dan de kunst van beminnen?
Als je jouw eigen hart openstelt om een ander te beminnen ben je kwetsbaar.
Veel mensen durven niet meer te beminnen.
Durven niet meer hun hart open te stellen voor de ander.
Beschadigt, gebutst, vol blauwe plekken die veroorzaakt zijn in eerdere fasen van hun leven hebben zij besloten zich niet meer open te stellen voor een ander, de liefde niet meer toe te staan in hun eigen hart, zich te verschuilen achter een dikke muur die hen veilig lijkt.
Misschien al wel als kind of puber door slechte ervaringen vol bedrog of erger.

Als je ooit bedrogen bent terwijl je teder aan het beminnen was, dan krijgt je ego zo’n enorme opdonder. Dan blijkt dat jij anders in de relatie tot die ander stond dan jouw “geliefde” deed.
Oei, wat doet dat zeer. Verdoofd voel jij je in eerste instantie of misschien wel direct héél boos. Dan komen de tranen die naar het tapijt trekken, dagen, weken, maanden lang. Liefdesverdriet heet dat in de volksmond, liefdesverdriet.
Maar eigenlijk was er alleen maar sprake van eenrichtingsverkeer in jouw liefde. Die ander veinsde wel, maar deed eigenlijk gewoon niet mee.
Je voelt je als een oud vod weggegooid, vernederd, verscheurd misschien wel in wanhoop.
Auw, wat een zielenpijn!
En die ander? Die lijkt ogenschijnlijk nergens last van te hebben.
Dat maakt alles nog veel afschuwelijker voor jou.
Je besluit: “Dat nooit meer!” En sluit je hart.
Beminnen is voor jou vanaf dat moment niet meer mogelijk.

Eigenlijk sluit je, door je eigen hart op slot te houden, de mogelijkheid af om ooit weer te beminnen. Beminnen van en met iemand die jou daarom vraagt, die jou laat zien: ik wil graag dat jij mij bemint. Mag ik jou beminnen.
Iemand die zo maar op je pad kan verschijnen en die het waard is om door jou bemint te worden.
Daarvoor is nodig, dat jij eerst leert wat jijzelf waard bent, dat jijzelf waard bent om bemind te worden. Dat jij leert jezelf te beminnen, zuinig te zijn op wie en wat jij bent in relatie tot anderen. Jezelf niet zo maar weg te schenken aan de een of ander die daar misschien niet goed mee om kan gaan of durft om te gaan. Die zijn of haar hart gesloten houdt. Ook al lijkt het nog zo gezellig. Dat hart zit potdicht. En jij? Misschien doe je het zelf wel. Het aantrekken en afstoten begint. Jij of die ander wordt er krankjorum van. Toch ga je door totdat de pijn te groot wordt, de vernedering te veel pijn doet, jij je grens bereikt hebt. Je stopt ermee, je sluit je eigen hart af, voorgoed misschien wel. En dus sta je alleen for the time being of voorgoed.

“Gij zult uw naaste beminnen als uzelf”, zegt Jezus van Nazareth. Maar God, wat is dat moeilijk als je flinke zielenpijn geleden hebt, als anderen jou zo belazerd hebben, als je alle vertrouwen in de ander onderweg kwijt geraakt bent. En toch zegt Jezus dat: “Bemin uw naaste als uzelf.”
Ook staat er geschreven: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.”
Wees dus goed voor jezelf, maar ook voor de ander. Open je hart. Doe jezelf, maar ook de ander niet te kort. Ook als je tot in het diepst van je ziel vertrapt bent. Er is altijd de kans op nieuw geluk. Maar spring nooit meer gelijk in het diepe, neem de tijd, ontdek de ander en laat jezelf ontdekken. Voelt het echt goed, zijn de bewijzen daar? Open dan je hart. Vertrouwen moet groeien na eerdere slechte ervaringen. Maar alsjeblieft, sluit jezelf niet af, gun jezelf de kans op liefde.

Denk ook eens na over die kleine, grote man Jezus van Nazareth, die spreekt en preekt over de liefde. Ik zet dit in de tegenwoordige tijd, want diezelfde Jezus is nog steeds op pad met zijn woorden van troost, zijn wijsheden en zijn liefde. Sluit je hart niet af voor die boodschap, die liefde, die levenswijsheden.
Omarm je angsten, je boosheid, je frustraties, je ellende en leer ervan. Dat zegt Thich Nhat Hanh die Vietnamese monnik, die tegen de napalm op zijn volk vocht. Kijk je vijand of diegene die jou verdriet heeft gedaan aan en glimlach. De Dalai Lama ging in zijn jonge jaren naar Mao tse-Tung om met een hart vol liefde te pleiten voor zijn volk in Tibet. Hij werd belazerd waar hij bij stond, maar heeft hem dat verbitterd?
Denk hier nu eens over na. Sluit alsjeblieft je hart niet voor de ander.
Stel je open voor de Goede Boodschap, voor dat wat jou helpt mens te zijn, echt Mens te zijn.
Ja, met een hoofdletter, want mensen met een kleine letter zijn er al zoveel. Steek je hand uit naar de ander, en ervaar de kracht van beminnen...

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 3 april 2011

Goede tijden, slechte tijden.....

In iemands goede tijden zijn zijn vijanden bedroefd, en als het hem kwalijk vergaat, zal ook de vriend de wijk nemen. Dat schreef Jezus Sirach omstreeks 190 voor Christus.
Is er veel verandert tussen de mensen gedurende al die vervlogen eeuwen en eeuwen?

Heeft hij je nodig, dan zal hij je misleiden; hij zal je toelachen en hoop geven; hij zal mooipraten tegen jou en zeggen: wat heb je nodig? Hij zal je met spijzen beschamen totdat hij twee- of driemaal je zakken heeft geleegd, en tenslotte de spot drijven met jou; zal hij je daarna aanzien, dan zal hij je achterlaten en zijn hoofd over je schudden; pas op dat je niet wordt misleid en vernederd in je onverstand.
Dat schreef Jezus ben Sira, zijn echte naam, in Jeruzalem ver voor de geboorte van Jezus van Nazareth.

Jezus Sirach voor mij een Bijbels boek vol wijsheid, dat meer aandacht verdient in de kerk, onder gelovigen en onder zoekers en zieners. De zoekers en zieners, de moderne gelovigen, de nieuw spirituelen, de mensen die zich binnen of buiten de kerk bevinden. Zij zijn de mensen die op hun geheel eigen wijze (eigenwijs in positieve zin) hun weg zoeken binnen christendom, levensovertuiging en spiritualiteit.

Ik schrijf deze mensen niet af als niet-kerkelijk. Zij zijn vaak juist kerk in alle opzichten: sociaal-maatschappelijk betrokken, vriendelijk, open-minded voor het Goede (God) en voor de mystieke kant van geloven, gevoelig, en op zoek naar gelijkgestemden. Velen heb ik er inmiddels ontmoet. Altijd zie ik die vriendelijke open blik, dat zachte woord, begripvol en vol empathie. Een bijzonder soort mensen, kwetsbaar en toch sterk.

Wat zij ook gemeen hebben is dat zij zeggen “het” niet te weten, de waarheid niet in pacht te hebben, geen alleenrecht op de Goede Boodschap te hebben. Ik praat graag met deze mensen, zij veroordelen niet. Oordelen dat doen zij wel, over kerk en vaak hun gekwetste achtergrond in kerkelijk verband. Ik heb dan met hen te doen. Zij zijn ergens beschadigd op hun zoekende weg naar geloven en spiritualiteit.

Ik wens iedereen het Goede toe, een vaste basis ook binnen gezin en kerkelijke gemeenschap. Deze mensen zijn zoekers en zieners geworden, tegen wil en dank en vaak met veel pijn. Dat wens je toch niemand toe?! En toch, binnen hun eigen denken, voelen en geloven hebben zij iets bereikt dat mij aanspreekt; een zekere eigenheid, met een sterk geloof in de goedheid van het bestaan op aarde. Met een sterk geloof in de gedachte dat De Goedheid altijd, het kan lang duren, maar dat De Goedheid, het goede in en onder de mensen zal overwinnen. Nou, dan moet je een sterk geloof hebben!

Daarom, mijn sympathie ligt bij deze zoekers en zieners in goede en in slechte tijden.....
Zonder iedere gelovige trouwe kerkbezoeker te kort te willen doen, dat staat vast.
Ieder mens met het hart, de tong en helpende handen op de juiste plaats sluit ik in mijn hart.
Die steun ik met woord en dienstbaar uit naam van de Ene die Goedheid is.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 13 maart 2011

Soms gaat de wereld ons vol vuur voorbij in de media

Soms gaat de wereld ons vol vuur voorbij in de media. Denk aan Noord-Afrika nu. Maar vaker openbaart het nieuws zich niet aan ons. Hoe gaat het op de grens tussen Iran, Irak en Turkije met de Koerden? Worden daar nog steeds dorpen en steden platgebombardeerd? Hoe gaat het toch met Tibet en de onderdrukking door grote broer China? Hoe zit het toch met de opkomst van neonazi gezinde groeperingen in Duitsland, Rusland, Hongarije, etc.? Wat doen die multinationals toch met hun arbeiders in ontwikkelingslanden die ze blootstellen aan giftige stoffen om hun winsten en hun aandeelhouders gerust te stellen? Wie verantwoordt zich daarbij nog aan God? Wie legt nog verantwoording af aan zijn geweten? Wie durft er nog in de spiegel te kijken om te zien wat voor een klootzak hij (of zij) eigenlijk is? En niet als onbelangrijk gegeven: “Wie durft er nog zijn of haar nek uit te steken in bedrijf of politiek als het om humanitaire misstanden gaat, om gerechtigheid, om eerlijk delen, om toekomst? Pessimistisch? Ja, ik denk het wel. Maar ook krijgen wij voor de radio mensen die wel een optimistisch geluid laten horen, omdat zij zich keren tegen die misstanden van economisch belang, politiek en kerkelijk machtsdenken. Daarmee steken wij onze nek uit. Dat valt niet altijd mee. Dat wordt lang niet altijd in dank afgenomen. Dat roept zelfs reacties op uit eigenbelang, denk ik dan, van mensen die oecumene in de breedste zin van het woord niet uit kunnen staan. Waarom? Omdat de waarheid soms hard is. Het eigenbelang welig tiert. Ook christenen zich opwaarderen uit eigenbelang. Soms alleen maar uit zijn op aanzien en macht. Graag op het pluche zitten te vergaderen bij politiek, bedrijf of kerk, maar eigenlijk niet bezig zijn voor de Goede zaak, maar voor hun eigen ego. Jammer, want zo missen zij en wij kansen op beter, een beter humaner bedrijf, een menselijker socialer politiek, een open warme kerkgemeenschap, allemaal met respect en mededogen met andersdenkenden, andersvoelenden als u dat liever hoort.

Ik ben trots op hoe wij radio maken, hoe wij bijdragen aan een open meningsvorming in de naam van de verdraagzaamheid, in respect voor anderen. Wij gooien de luiken en deuren open als het om recht en onrecht gaat, om verrijking en armoede, om onderwereld en bovenwereld, om schoonheid van bestaan voor een ieder die zich daarvoor openstelt. God of de menselijke duivel? Wij doen ons uiterste best, met zeer beperkte middelen, om de wereld, uw, onze en mijn wereld er iets mooier door te laten uitzien. Programma’s, de een wat beter dan de andere, maar toch, uniek in haar soort. Gewoon, omdat wij de ruimte geven, niet sturen, maar ons open stellen. Ik hoop, mede namens onze medewerkers en onze vaste luisteraars, dat u wilt toetreden tot deze kring van mensen die schoonheid prefereren boven de lelijke toon van mensen gedreven door hebzucht of macht. Zodat de roep die rimpeling veroorzaakt steeds groter zal worden.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 28 februari 2011

PKN verliest leden door haar stijl

PKN verliest leden door haar stijl, dat was de kop op de voorpagina van Trouw van vrijdag 28 januari 2011. Onderzoeksbureau Motivaction heeft in opdracht van de Protestantse Kerk in Nederland onderzoek verricht ondermeer naar het verschijnsel dat 2,6 procent van de leden van de PKN jaarlijks om wat voor reden dan ook deze kerk verlaat. Vooral bij de moderne burgerij heeft deze kerk de aansluiting verloren. Alleen bij kinderrijke gezinnen waarvan de ouders op traditionele gronden hun kerkzijn vieren is er aanwas van leden. Het doelgroepenonderzoek van Motivaction voor de PKN geeft aan dat er een grote groep buitenkerkelijken te vinden is die nog steeds geloven. Nynke Dijkstra van de afdeling missionair werk en kerkgroei van de PKN zegt dat we mensen met wie de kerk geen klik heeft niet moeten veroordelen. We moeten met hen in gesprek gaan. Voeg daar maar bij Rooms-Katholieke kerk verliest leden door zijn stijl. Dan is het plaatje completer.

Dat is nou precies wat wij van www.radiokik.nl al die jaren verkondigen in onze strijd voor oecumene en geloof. Dat is waar ik het over had als inhoudelijk secretaris van de Raad van Kerken Amersfoort. Ik benoem deze zoekers, deze “modernen” zoals Motivaction hen aanduidt, als “nieuwe spirituelen”. Dàt zijn de mensen die God nog immer in hun hart dragen, maar die de aansluiting, de zielsverbondenheid met de huidige kerken verloren zijn. Wil je hen bereiken, dan zul je moeten luisteren naar wat hen beweegt. Dan zul je hen moeten proberen te begrijpen. Dan zul je hen in hun waarde moeten laten. Dan zul je met hen in gesprek moeten gaan. Hen ruimte geven om op hun manier hun geloof en God te beleven.

Ik denk dat voor de Rooms-Katholieke Kerk precies hetzelfde geldt. Er is ook daar een leegloop, een grote vergrijzing. Hoe kan het dan dat meer vrijzinniger, meer religieus spiritueel gerichte gemeenten als de Dominicuskerk in Amsterdam en elders wel vol zitten en wel van heinde en ver mensen aantrekt? Katholiek, protestant, niet-kerkelijk gelovige zoekers komen daar en vinden er al dan niet tijdelijk hun God en zichzelf. En als zij niet meer komen, vaak door de te leggen afstand, dan komen er weer anderen. Maar de kerk zit vol en houdt zijn eigen broek op. Dàt lijkt mij een duidelijke vingerwijzing, dat als je ruimte geeft voor andersdenkenden, voor zieners en zoekers, dat je dan kerk bent zoals bedoeld. Met ramen en deuren open. Geen eigen loopgraaf inricht, geen gesloten bastion opricht, maar kerk bent in de naam van Jezus van Nazareth. Zoeker bent met de zoekers naar die Ene, die ene God.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 30 januari 2011

Erbij horen.....

Die om mij smeekt.......

Dat lied van Huub Oosterhuis zingen wij soms in de kerk.

Die om mij smeekt,
die ik heb afgeweerd zolang ik kon.

Die mij niet sleurde, niet duwde,
maar wenkte over uw drempel.
Die de sluier van mijn angst niet scheurde, maar optilde.
Die met enkel uw stem mij zo vermurwde dat ik wilde.

Die om mij smeekt,
die ik heb afgeweerd zolang ik kon.

Ooit door geruchten over U geknecht.
Nu zonder angsten eindelijk verwacht ik U.

Die om mij smeekt,
die ik heb afgeweerd zolang ik kon.

Ontroerd zing ik mee, niet te hard, maar wel met een van emotie geknepen keel.
Ja, hoe kan een mens strijden, vechten, tegen ongeloof om uiteindelijk te overwinnen.
Kind te worden, bewust, van God, de Levensadem.
Eindelijk bewust te worden van die bron waaruit de Goedheid komt.
Ik voel me dan zo dankbaar, zo enorm dankbaar.
Met tranen die soms mijn ogen vochtig maken.
Dankbaar dat ik mag zijn een mens van God, een mens van goede wil.
Dat ik erbij mag horen, verbonden en opgenomen te weten in de Goedheid.
Dwars tegen alle maatschappelijke negativiteit van geldstromen, hebzucht, luxe gewin, geweld, afgunst en kaalslag in.
Dat ik mee mag wandelen, opgenomen in die grote stroom volgelingen, eeuwen en eeuwen, van die kleine grote man Jezus van Nazareth.
Die geen gemakkelijke man was.
Een man met uitgesproken meningen.
Die soms dwars tegen de heersende moraal, de machthebbers van kerk en samenleving in ging. Een eerlijke man, Jezus van Nazareth.

En dan zingen wij dat lied van Huub Oosterhuis en Tom Löwenthal en raak ik ontroerd.
Ach ja, en soms denk ik dan: "Wat zal een ander daarvan vinden? Van mijn tranen....."
Maar als je zelfs in de kerk, Gods huis, je tranen, je onzekerheid, je angsten en je verdriet niet mag laten zien, wat blijft er dan over van die heilige plek?

Ik ben zo blij, dat ik erbij mag horen.
Ook zoeker onder de zoekers mag zijn.
Samen met hen deel mag nemen aan de eredienst op zoek naar de Goedheid.
Verbonden te zijn met de mensen in de kerk.
Te groeten op straat als je elkaar tegenkomt.
De vriendelijkheid te ervaren van hen waarmee je kerk bent.
Heerlijk om dat allemaal te mogen ervaren.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 5 januari 2011

De zaaier ging uit.....

En hij zei:
zie, de zaaier ging uit;
hij vulde zijn hand (met korrels)
en wierp ze weg;
enkele vielen op de weg;
de vogels kwamen en zamelden ze in;
andere vielen op de rotsgrond
en schoten geen wortel
omlaag in de aarde,
en brachten omhoog naar de hemel
geen aren voort;
andere vielen tussen de distels;
die verstikten de zaden
en de wormen aten ze op;
weer andere vielen
op de goede aarde;
zij gaven goede vruchten
omhoog naar de hemel
en droegen zestig- en
honderdtwintigvoudig vrucht.

Fragment uit het Evangelie van Thomas,
Zie ook Matteüs, Marcus en Lucas.

Uit: Buiten de vesting, een woord-voor-woord vertaling van alle deuterocanonieke en vele apocriefe bijbelboeken, vertaald door Pieter Oussoren en Renate Dekker.
Uitgeverij: Skandalon, 2008.

Bij de geboorte van Jezus van Nazareth, Hij die ons hoop gaf en geeft, is deze gedachte er een om eens goed over na te denken.
Wees goed zaad en laat zo het Goede honderdvoudig in onze verhardende samenleving opbloeien.
Laat vriendelijkheid en mededogen groeien te midden van alle egoïsme.
Zodat ook zij die ontvankelijk zijn voor het Goede mogen zaaien en zich mogen verhonderdvoudigen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 24 december 2010

Muskietennetten en dat kindje

We lopen naar kerst, de geboorte van Jezus van Nazareth.
Zo’n klein hoopje mens geboren in de kou om uit te groeien tot een der grootsten ooit op aarde. Gedreven kracht achter een miljardenbeweging op aarde die zich Christenen noemen.
Christenen in alle variëteiten van kerkzijn. Zij aanbidden een en dezelfde Jezus en noemen hem de Christus naar het Griekse Christos, wat Gezalfde betekent en wat weer een vertaling is van het Hebreeuwse Masjiach (Messias), van oorsprong een eretitel.
Een Mensenzoon, die Jezus van Nazareth, zoals hijzelf zei: “Ik ben de Mensenzoon”. “ Kind van God”, zoals ook wij kinderen van diezelfde God zijn.
God?
Ja, wij noemen God God, hoewel wij te klein van geest zijn om Zijn grootsheid te kunnen bevatten.
God is die Levensadem, die overal op aarde en in het universum zich manifesteert in alle dingen die er zijn.
Maar ook in de Geest, in uw en mijn geest, die binnen en buiten ons is.
Onze ziel verlangt naar die verbondenheid van geest met die Ene die is.
Daar zijn wij mensen voor en geen dieren.
Wij willen ons geborgen voelen en verbonden met de ander en die Ander, die zich laat zien dagelijks in de wereld om ons heen.
Zoveel schoonheid geschapen door God, geëvalueerd en ontwikkeld in de natuur.
Mooi en lelijk, het is er beide, leven en dood, ziekte en gezondheid, het is er beide.
Veel mensen kunnen dat niet begrijpen, dat er zowel schoonheid als gruwel is op aarde.
Veel van die gruwel wordt veroorzaakt door mensen.
Daar zit God niet tussen. Die hoef je daarvan dan ook niet de schuld te geven.
Maar er is ook veel gruwel, ziekte en dood, waarvan wij niets begrijpen.
Zomaar in de natuur, onder dieren en onder mensen, ziekte en dood.
Jong leven zelfs, zonder kans op volwassenheid, een fatsoenlijk leven, toekomst.
Een van die grote boosdoeners is malaria.
Malaria eist meer doden op dan aids in de wereld en meestal zijn dit jonge kinderen.
Jonge kinderen die een pijnlijke dood sterven door deze rotziekte.
Voor 7 euro koopt Flying Doctors een muskietennet, de beste remedie tegen malaria.
Zo’n klamboe kost 7 euro...
Voor 14 euro redt u twee kinderen het leven.
Zij worden dan niet gestoken door die nare malariamuggen.
Wat is dat nou, denkt u misschien; 2 kinderen op al die miljoenen die de kans lopen gestoken te worden door malariamuskieten. En toch, als u nu ook 14 euro overmaakt op rekening 707070457 t.n.v. Stichting AMREF Nederland onder vermelding van: muskietennetten Flying Doctors, dan wordt dat druppeltje op die gloeiende plaat toch wat groter.
Krijgen twee kinderen directe hulp, gerichte hulp van u als christen.
Twee kinderen krijgen meer kans op overleven, op een leven, zonder ten onder te gaan op pijnlijke wijze aan de ziekte malaria.
Ook als uzelf niet veel heeft, bekeken volgens de welvaart van velen in ons land, dan toch kunt ook u bijdragen aan een stukje geluk, van kans op leven en hoop, van zo’n klein mensje.
7 of 14 euro voor 1 of 2 muskietennetten, wat is dat nou helemaal... zelfs voor u.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 12 december 2010

Poëzie ...

Regelmatig duik ik het 2de hands boekwinkeltje in, waar alle boeken tot aan het plafond zijn opgestapeld op enkele vierkante meters vloeroppervlak.
Ik ben dan vooral op zoek naar poëzie.
Meestal verlaat ik, voor één prijsje, het pittoreske nerinkje met onder mijn arm een stapeltje gedichtenbundels.
Zo ook vorige week.
M. Vasalis in de keuze van Hagar Peeters met op de achterflap als laatste regel: "De poëzie van Vasalis is niet aan tijd gebonden want haar thema is de tijd zelf."
Kijk, daar word ik nou nieuwsgierig van.

Het beroerde is, dat ik niet zo maar ongevraagd zonder schriftelijke toestemming van de uitgeverij u mag verhalen uit dit boekje, bijvoorbeeld dat prachtige gedicht "onweer in het moeras", waar op het gladde meer met dun vernis van licht en in de hemel zware violet gekleurde wolken hangen. En dan plots vanuit het rieten bos een vonkenregen vogels vrij breekt in een zwerm van duizend vurige vlerken.
Een ziedend hoog gezang breekt vrij, gaat Vasalis verder.
En ik kan daar aan toevoegen: mijn ziel zingt mee.

Tegenwoordig schrijven dichters anders, niet meer zoveel verheven taal.
En toch ....
Hester Knibbe bijvoorbeeld in "Oogsteen", een keuze uit gedichten 1982-2008.
Die schrijft bijvoorbeeld: "Er is de stilte waarin de mens een tijdelijke waarneming doet en is".
Dat is toch prachtig!

Of Marije Langelaar, die een der mooiste liefdesgedichten die ik ooit gelezen heb op heeft geschreven: "Wij geloofden zo hard en onverschrokken in elkaar.... om te eindigen met 'en alles glimt! Alles glimt!'" Zelfs de dakgoot glimt in haar liefdesgedicht.
Het staat in de bundel: "De schuur in."

Hans Andreus schreef: "Voor een dag van morgen" en Rutger Kopland: "Onder de appelboom", zoveel schone poëzie! Met zoveel gevoelens van liefde geschreven.
Ik denk dat ik als redacteur maar eens een programma vol gedichten en wondermooie muziek ga maken.
Laat maar eens horen, wat u daar van vindt...
Zo eens in de maand gedichten en muziek.
Misschien dat u dan ook wel een beetje gaat glimmen of u laat raken in schoonheid.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 2 december 2010

A-sociaal of juist niet ...

Vandaag las ik in Trouw een artikel van een antropologe die zegt dat haar voorspelling is, dat wij over 10.000 jaar heel slim maar niet langer “menselijk” zullen zijn. De empathie verdwijnt, de zorg om de ander verdwijnt, we raken meer en meer individualistisch ingesteld. De zorg voor elkaar van familie, buurt, dorp, het zal allemaal minder worden. 10.000 jaar verder? Ik denk zelf dat wij nu al behoorlijk onderweg naar die toekomstverwachting afdrijven. Juist dat “menselijk” van “aardig zijn naar elkaar”, dat verdwijnt langzaam maar zeker. Vriendschappen heten nu netwerken en duren zolang het netwerk profijt oplevert. Vooraf gegaan door een, wat ik noem Amerikaanse hartelijkheid “vriendschap” die heel open en close overkomt, maar die niet beklijft, niet bestendigd, omdat de ander zich niet echt verbindt. Is dit te somber? Vast wel, want ik zie in mijn eigen leven dat vriendschappen zeer langdurig en intens zijn, open en eerlijk, ondersteunend en hartelijk. Maar ik ben dan ook de zestig gepasseerd. Ligt het dan aan de generaties? Of is het een evolutieproces?

Dick Hillenius (1927-1987), bioloog, dichter en schrijver, deed proeven met ratten. Hij ging er vanuit dat ratten een soortgelijk sociaal groepsleven onderhouden als wij mensen. En met name de toekomst van ons mensen met overbevolking had zijn interesse. Hij plaatste dus telkens een rat meer in de kooi. En waar alles eerst heel sociaal en goed ging, werd op zeker moment de “overbevolking” een groot probleem: de ratten werden egoïstischer en uiteindelijk vielen zij elkaar aan en stonden elkaar naar het leven. Ik moest hier weer aan denken naar aanleiding van dat artikel in Trouw. Dus toch een evolutieproces?

In de praktijk van alle dag zie ik dat individualistische bij mensen hand over hand toenemen.

Voorbeeld: er staat een oude vrouw met boodschappentassen klaar om over te steken. Auto’s razen de bocht om vlak voor haar voeten, fietsers kruisen zonder de hand uit te steken haar blikveld, wandelaars steken over tussen het verkeer door en laten haar staan. Sterker nog zij valt hen niet eens op. Ik stap de straat op bij de bocht, steek mijn hand op tegen de haastige automobilisten en help het vrouwtje met oversteken.

Voorbeeld: een tachtiger, oude man, staat op zijn pantoffels in zijn overhemdje tegen een muur van een huis geleund in de binnenstad. Het is vrijdagochtend, koud en druk met passanten op weg naar de markt. Iedereen loopt door, niemand ziet ook maar even de man en zijn radeloze blik. Ik loop naar hem toe en vraag of het wel goed met hem gaat. “Nee”, schudt hij ontredderd het hoofd. “Waar komt u vandaan, waar woont u?” vraag ik de grijsaard. Hij maakt een vaag gebaar: “daar ergens”. Ik steek mijn arm door zijn arm en breng hem naar het dichtstbijzijnde bejaardenhuis. Dat blijkt het verkeerde bejaardenhuis te zijn. Gelukkig begreep men daar zijn en ondertussen mijn probleem. Hij bleek uit een ander, wat verderop gesitueerd bejaardencomplex te zijn weggelopen. Het is gelukkig goed met hem afgelopen. Voorbeeld: een met goud omhangen invalide bejaarde mevrouw staat aan de rand van het park met haar scootmobiel. Zij is duidelijk “de weg” kwijt. Iedereen loopt haar voorbij. Ik spreek haar aan en ja hoor ze wist niet meer waar zij naartoe moest. Wel wist ze de naam van het verpleeg/bejaardenhuis. Ik bel mobiel de stadswachtpost en binnen no time komen er twee stadswachten op de fiets haar uit haar benarde positie bevrijden en brengen haar naar huis. Maar wat als ik haar niet aanspreek, met al dat op te rapen goud aan hals en polsen aan de rand van het park?

Over 10.000 jaar schreef die antropologe vandaag 17 november 2010 in een artikel in de krant. An me hoela! Kijk maar eens om u heen!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 17 november 2010

De culturele kloof tussen kerk en wereld

De culturele kloof tussen kerk en wereld, dat is een hoofdstuk in het boek: Na een gezonde geloofscrisis van ds. Jan Offringa over modern geloven.
Jan was eerder bij ons in de uitzending om over dit onderwerp te spreken.
Ik kom er op terug omdat ik stellig geloof, dat er een crisis in de kerk is tussen de hedendaagse mens en de kerkelijke leiders.
En dat daarom de kerken leegstromen en zelfs regelmatig gesloten dienen te worden.
Een verarming van onze samenleving tot gevolg hebbende.
Een geestelijk verval onder grote delen van onze bevolking is het gevolg, omdat de normen en waarden, om die uitgekauwde termen maar weer eens te gebruiken, vanuit de kerken en geloven in het goede van de Levensadem in het slop zijn geraakt.
Dogmatiek en starheid zijn niet met een muziekbandje op te lossen.
Ruimte voor andersdenkenden in de eigen kerk is nodig om mensen tot religieuze en geestelijke ontplooiing te laten komen.

Jan Offringa schrijft het volgende in zijn boek:
Als mensen na een lange periode van afwezigheid een kerkdienst bezoeken, dan komt men terecht in een wereld van woord en klank, taal en muziek die ver afstaat van het dagelijks leven.

Ik denk dat dat zo is.
Vooral de meer spirituele kant van geloven wordt niet voldoende onderkend door kerkelijk leiders en voorgangers, uitzonderingen daargelaten.
Dat en wat Jan Offringa schrijft is waar voor velen die de kerk hebben verlaten.
Wij, van radio kerken in Keistad, www.radiokik.nl , zijn ruimhartig in onze oecumenisch verlangens u kennis te laten nemen van het gedachtegoed van andersdenkenden.
Pas was er een zeer interessant gesprek tussen een orthodoxe christenvrouw en een overtuigd moslima over eerwraak en wat verder ter tafel kwam van dat genen dat wij van elkaar niet begrijpen. Een zeer openhartig gesprek. Luister maar eens zou ik zeggen. Of luister naar de uitzending over antroposofie waarin de rol van Christus zo nadrukkelijk aan de orde wordt gesteld.

Geloven is in de praktijk een heleboel van dat wat goed is doen, gewoon doen, en is ook oecumene in de breedste betekenis van het woord, als het maar met respect en in vrede gebeurd.
Oh, wat zal de samenleving, de wereld, er dan mooi uitzien voor ons allen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 28 oktober 2010

Echtheid vergt de moed om kwetsbaar te zijn

Dat was de kop boven een artikel in Trouw van 12 december 2008, geschreven door Peter Henk Steenhuis.
Het bedoelde artikel handelde over authentiek zijn en effectief zijn, die zijn met elkaar verbonden, stond er geschreven uit de mond van Godfried IJsseling, managerstrainer en –coach, over echtheid.
Ik vond dit artikel terug bij het opruimen van mijn bureau en las het opnieuw.
Het is een voor mij zeer herkenbaar artikel waarin gesteld wordt, dat echtheid geen deugd is die je bij je karakter krijgt meegegeven, maar ontstaat gedurende een mensenleven.
Ik denk dat dat zo is.

Godfried IJsseling zegt het zo: “De jas zie ik als onze persoonlijkheid die anderen waarnemen. Wat eronder zit, krijgen ze zelden te zien.”

Ik denk dat ook dat waar is bij de meesten onder ons.
Zelf ben ik open over mezelf, wat ik denk en wat ik voel, wat ik meemaak en wat ik ervaar.
Wat ik vind van bepaalde situaties en handelen of niet handelen van mensen.
Toch vind ik mezelf tolerant ten opzichte van anderen, zelfs wat te meegaand.
En zeker voorzichtig om anderen niet te kwetsen.
Daarmee ben ikzelf kwetsbaar.
Dat is soms moeilijk, maar ook prachtig als ik mezelf en anderen laat delen in de schoonheid van de muziek, de kunst, de liefde in al haar variëteiten van het leven.

Ik lees vaak voor uit passages die ik mooi vind in de Bijbel of andere wijze boeken of een prachtig gedicht, soms een stukje proza dat mij raakt.
Ik wijs op die mooie witgrijze wolkenluchten voorbij glijdend langs azuren firmament.
Sta stil bij een dapper plantje met een klein bloemetje ergens aan de rand van een tuin met gecultiveerde rozen.
Die ik overigens ook prachtig vind.
En ik heb mensen in mijn directe vriendenkring die mij voorlezen of mij wijzen op een schitterend ingetogen stuk muziek, een bloemetje ergens in de natuur tijdens een wandeling of mij wijzen op mensenkunst.
Wat een rijkdom!

Daarom alleen al wil ik best kwetsbaar zijn, hoe moeilijk dat soms ook is.
Echtheid vergt de moed om kwetsbaar te zijn...
Ja.
Op een pamflet van Loesje staat geschreven: “Wees jezelf, er zijn al zoveel anderen.”
Dat lijkt mij een goede afsluiter van deze persoonlijke column.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 17 september 2010

Een profeet is iemand die de wacht houdt

Een profeet is eigenlijk iemand die in de samenleving de wacht houdt. Hij of zij houdt de hand aan de pols: hoe staat het met het leven? En vooral: hoe gaat het met de mensen aan de onderkant en de zelfkant van het bestaan? In Bijbelse taal heet dat: de wacht houden bij Gods Naam: Ik zal er zijn. Want die naam staat voor gerechtigheid en bevrijding. Daarom worden die profeten meestal op de huid gezeten. Vaak worden ze verdreven en gedood door mensen van man en macht en kapitaal.
De naam Elisa betekent: God is mijn bevrijder. Rond hem en andere grote profeten ontstaan prachtige wonderverhalen. Veel van die verhalen lijken natuurlijk heel sterk op latere Evangelieverhalen, zoals rond Jezus ontstaan.
Ze genezen altijd zieken, ze voeden hongerigen met zo goed als niets en houden dan nog over.

Dit is een stukje tekst uit het boekje “Uw woord is een lamp voor mijn voeten” met overwegingen van Leo Koerhuis, priesterassistent en voormalig ziekenhuispastor te Amersfoort. Het is een bijzonder boekje van een bijzonder man, integer en begaan met zijn medemensen.
Het is een boekje vol teksten van hoop, liefde en steun voor zoekers en mensen die pijn lijden aan het leven.
Regelmatig zult u bij levenswijsheid op deze website zijn overwegingen kunnen lezen, tot u kunnen nemen, er uw voordeel mee doen, hoe dan ook.
Hervormd, gereformeerd, katholiek, spiritueel zoekenden, zelfs voor niet gelovigen valt er iets te halen vanuit deze teksten.

Ik hoop dat u net zoveel inspiratie en steun zult vinden in deze bijzondere overwegingen van een man uit de praktijk van het Leven als ikzelf vind.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 17 september 2010

Een fijne zomer toegewenst

De redactie gaat er een aantal weken tussenuit.

Nog even over die voetbalfinale: ik moet steeds denken aan die karatetrap van Nigel de Jong op de borst van zijn Spaanse collega. Zoiets wordt in de burgermaatschappij bestraft door de rechter. Maar goed. recht bestaat niet voor een ieder, rechtenloosheid is er voor velen. We hebben het allemaal kunnen ervaren: tot op het voetbalveld toe, in het zicht van camera's en honderden miljoenen kijkers.

Zondag 25 juli en daarna op internet spreekt Gerard Oonk over het kastensysteem in India. Hij was al eerder bij ons voor de microfoon over kinderarbeid aldaar. Ook zijn ogen hebben verschrikkelijke dingen gezien, die mensen andere mensen aandoen. Er is veel onrecht in de wereld. Daarbij vergeleken hebben wij het maar goed.

Ook uw redactie gaat op vakantie. Ik hoop veilig terug te komen en mijn taken voor www.radiokik.nl weer op te pakken. Zo hoop ik, en onze medewerkers, op te komen voor recht en rechtvaardigheid, een kleine bijdrage te leveren tegen onrecht. Het sociale gezicht te laten zien van de ware christen. Onderling begrip te kweken voor andersdenkenden. Misschien wel bij te dragen aan een beter besef bij onze luisteraars op levensbeschouwelijk en religieus gebied. Bij te dragen aan verdraagzaamheid en zingeving.

We krijgen soms bedankjes binnen van luisteraars en gasten, zij gebruiken deze woorden als zij het over onze uitzendingen hebben. Dat houdt ons gaande, zo denken wij bij te dragen aan een iets betere wereld. Op mijn computer heb ik allang een tekstje geplakt.

Het zegt dit: "En doet ons gaan in tranen, maar ongebroken, door de nacht van de schepping. En houdt ons gaande naar een nieuwe geboorte."

Ik wens u, mede namens alle medewerkers, een fijne vakantie toe en veilige terugkomst. Dank voor het waarderen van onze programma's. Blijf luisteren, u wordt er zelf ook beter van, zachter, meer mens in de goede betekenis van het woord. Wijs anderen uit uw omgeving ook eens op www.radiokik.nl Zo verspreiden wij met ons allen een beetje goedheid om ons heen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 18 juli 2010

Profeten toen en nu...

Jij bent het lot dat mij beschoren is, mijn schaduw, de engel die mij troost, mij kwelt, laat deze beker kelk aan mij voorbijgaan, gauw, ik kan geen mensen drinken. Jij bent de God die mij gegeven is, de beker die voor mij ingeschonken staat. Mijn levenslot rust in jouw hand, goed land is mij ten deel gevallen.

Dat zongen we vandaag in de kerk. Er was ook een preek over Elia naar 1 Koningen 19.
Elia was een man van God, een profeet. Hij waarschuwde de mensen tegen de profeten van Baël, de door de Westsemieten vereerde mannelijke god.
Elia stelde zich teweer tegen de toen heersende koningin die Baël en zijn macht steunde.
Elia was echt een man van God, de Levensadem. Maar ook hij werd moe, van de immer durende strijd voor het Goede tegen het Kwaad.
Als je die roep om strijd van God aan jou eenmaal verstaan hebt, is er geen weg terug meer.
Je pad zal vermoeiend zijn en radicaal zonder gemarchandeer. Je zult moeten gaan, zonder omkijken de hand aan de ploeg zetten, voren door het land trekken waar niemand meer omheen kan. Je eigen angst en welzijn zal op de proef gesteld worden.
En zeker weten: er zullen mensen van Baël opstaan, aanhangers van Beëlzebul de overste van de boze geesten. Ze zullen proberen je neer te sabelen, kapot te maken. Zelfs Jezus is wel uitgemaakt voor Beëlzebul. Niets ontziend zullen deze vertegenwoordigers van Het Kwaad in al hun vermommingen systematisch proberen jou kapot te maken.

Waarom? Omdat de waarheid en het goede niet in hun kraam van pas komt. De schoonheid van Het Licht niet aan hen besteed is. Zij zijn vertegenwoordigers van het duister, dolende zielen. Waren ze niet zo machtig en kwaadaardig, dan zou je medelijden met hen moeten hebben. Maar dat past hier niet.
Zij moeten bestreden worden met harde hand. Alleen, dat is zo moeilijk met soldaten die in het duister opereren. Zij verdragen het Licht niet aan hun ogen, in hun denken, in hun wezen. Daarom is er maar één weg om hen te bestrijden en dat is, zelf volkomen in het Licht, in alle openheid te blijven opereren. Jouw wapen is niet het zwaard, maar de waarheid. Daar kunnen ze slecht tegen. Dat zullen ze proberen onderuit te halen. Met alle middelen, met leugens en met halve waarheden. En ze zullen volgelingen krijgen, omdat in de armen van het Kwaad velen gedijen. Elia kwam hen tegen, juist door de opdracht die God hem gegeven had. Maar ook Elia was maar een mens. Uiteindelijk zag Elia het niet meer zitten en legde zijn moede hoofd onder een struik.

Hij vluchtte en komt uiteindelijk op de berg Horeb aan, de berg van God, waar eerst God aan Mozes verscheen. God zal Elia hier spreken.
Maar eerst gaat voor God uit een zware storm. En God is niet in deze storm.
Dan volgt er een aardbeving, maar God is niet in deze aardbeving.
Vuur volgt, maar ook in dit vuur is God niet aanwezig.
En dan gebeurt het wonder: Elia hoort het ruisen van een zachte bries. Hij beslaat zijn gezicht met zijn handen en dáár is God, die tot hem spreekt.
Het is duidelijk: Elia heeft gedaan wat hij kon, wat redelijkerwijze van hem verwacht mocht worden. Hij mag een opvolger aanwijzen. God neemt Elia tot Zich. Elia mag rusten. Hij heeft zijn opdracht goed uitgevoerd. Zijn opvolger krijgt de wijsheid en de kracht en de macht van Elia om verder te gaan op het pad dat Elia in opdracht van God heeft bewandeld.

En nu gaat de telefoon terwijl ik deze regels net opschrijf.
Ton Honig is vannacht overleden. Een mens waar u echt de boekjes van moet lezen. Zo’n bijzonder mens.
Ik ontmoette deze qua gezondheid broze man, maar met een geestkracht, indrukwekkend, in de Dominicuskerk in Amsterdam.
Hij ging voor in een overvolle kerk. Hij raakte me en ik weende. De tranen liepen over mijn wangen mijn overhemd in. Plotseling zag hij mij vanaf het spreekgestoelte. En... hij gaf mij een knipoog, lachte begrijpend naar mij, gaf mij zo het teken dat hij mij gezien had, bij mij was.
Ik ben hem nooit meer vergeten. En nu is hij dood. Opgeroepen na vele lichamelijke plagen, grote aanslagen op zijn geesteskracht. God heeft gesproken tot deze vechtjas staande in Het Licht, strijder voor recht en rechtvaardigheid, en gezegd: “Kom maar bij mij. Het is genoeg geweest. Je hebt gedaan wat ik jou in opdracht gegeven hebt. Je hebt vele wonderen bij mensen van goede wil verricht die het moeilijk hadden. Ton Honig je was en bent een mens om van te houden." Zo heeft God dat gewild juist omdat je dwars door alle strijd heen moest.
In dierbare herinnering aan een profeet van deze tijd: Ton Honig, strijder van Het Licht.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 1 juli 2010

De kunst van leven

Mensen worden gedurende hun leven getroffen door goed en kwaad, door vreugdevolle gebeurtenissen geboorte, trouw, liefde, geluk en door ellendige zaken, door dood, ziekte en door ‘medemensen’ aangedaan onrecht.
We kunnen daar verbitterd door raken en dat is soms best te begrijpen.
De kunst is om uit het negatieve levenslessen te trekken en er juist positief op te reageren. Juist door het negatieve dat je overkomt of wordt aangedaan, in te zien dat het positieve van de levensles je de kans geeft te groeien, als mens.
Zo ontwikkel je jezelf tot een waardevol mens.
Een wijs mens, een mens met mededogen, een vriendelijk mens, een mens om van te houden.
Hoe klein en beperkt je ook bent en blijft.
Je kunt naar de levensles kijken en er je voordeel mee doen.
Zelfs als je ernstig ziek bent, je dagen geteld zijn, je opstandig, boos, verdrietig, angstig bent,
Er valt een les te leren.
Kijk naar jezelf en weet wie je bent, want dat ben je waard.
Dat is wat niemand je af kan nemen: jouw goede gevoel over wie jij bent!
Zo bouw je verder aan je eigen ontwikkeling en bouw je een grote eigenwaarde op, zonder arrogant te worden, zonder egoïstisch te worden, zonder negatieve gevoelens over jezelf.

Sommige mensen geven van alles wat hen overkomt de schuld aan God.
Zelfs keren mensen zich daarom af van God.
Dat is niet eerlijk volgens mij.
God kan er niets aan doen dat wij mensen soms te keer gaan als beesten.
Dat wij slechte rentmeesters zijn van deze prachtige planeet.
Dat wij elkander naar het leven staan uit hebzucht, lust, machtsdenken.
Dat wij ziek worden, sterven.
Dat wij onvriendelijk of zelfs agressief zijn ten opzichte van elkaar.
Dat is niet van God, dat is van de mensen zelf!

In de filosofie spraken velen erover: van God komt goed en/of kwaad.
Ik geloof echter, dat God ons een eigen wil heeft gegeven.
Dat wij verantwoordelijk zijn voor onze eigen daden.
Maar ook, dat de ene mens meer, veel meer, last heeft van tegenslag, van het Kwaad dan de ander.
Lees Job er nog maar eens op na.
Voor mij is God, dat goede, dat onnoembare, de Levensadem, dat waardoor alles is.
En wij?
Wij mogen leren.
Wij mogen fouten maken, als wij er maar van leren.
Wij mogen er zijn voor wie wij zijn, als we maar omkijken naar elkaar.
Begin maar gewoon met mededogen en vriendelijkheid.
Heel klein in je eigen leventje, je eigen kring, je buurt, de supermarkt, de kerk of je werk.
Heel gewoon klein beginnen en misschien groeit er wel iets moois uit.
Misschien ga je wel veel betekenen voor iemand, voor een ander, voor anderen.
God is goed, die wil wel.
Nou wij nog....

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 10 juni 2010

Politiek in Nederland 2010

Politiek 2010 in Nederland: de beste debaters winnen in de peilingen, met andere woorden: de grootst gebekten, de schreeuwers en brallers, oneliner beperkte discussieerder wint. Maar kunnen al die grote bekken ook overleg plegen, beleid maken, regeren? Hebben zij het fatsoen en de integriteit om samen te werken, om empathie te betuigen met hen die ten onder dreigen te gaan aan maatregelen van de overheid, met recht en rechtvaardigheid? Waar ik de grootste bekken niet over hoor is hoe deze crisis is ontstaan waardoor wij allen getroffen zullen worden door mega-bezuinigingen: de graaicultuur van mega-speculanten en grootgraaiers bij financiële instellingen. Een levensgevaarlijke bedreiging voor onze economie en maatschappij als geheel deze egoïsten. Daar hoor ik niets over! Welke maatregelen stellen de heren en dames politici voor om dit soort crisis in de toekomst te voorkomen? De beoogde buffer van 720 miljard in Europa tegen de mega-speculanten komt uit onze zak, vraagt bezuinigingen van ons, helpt kunst en cultuur, sport, onderwijs, de zorg en sociaal vangnet om zeep. En....let maar op! Ook die 720.000.000.000 euro zal niet helpen om deze mega-speculanten van hun graaizucht en egoïsme af te houden. Het hele systeem van speculeren moet op de schop! Deze uitwas van het vrije markt denken. Wilt u een fatsoenlijk, eerlijke, zorgzame samenleving, waarin wij elkaar steunen en niet afvallen? Waarin de SAMENleving ook echt dat woord waardig is, stem dan op integere mensen die tonen dat wij echt samen kunnen leven, omzien naar elkaar en verdraagzaam zijn.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 3 juni 2010

In gebed bid ik tot Jezus van Nazareth

In gebed bid ik tot Jezus van Nazareth, zoon van God, Mensenzoon.
U bent de zoon van God, bid ik dan. Jazeker dat is Hij.
En weet u wat? Wij zijn dat ook zonen en dochters van God, die de Levensadem is.
De Levensadem, dat wat wij niet kunnen bevatten, maar dat waardoor alles is, leeft, vrucht draagt, bloeit en sterft om weer nieuw leven te schenken.
Om plaats te maken voor andere, nieuwe geboorten.
Ja, zo gaat het en zo is het bedoeld.
Zo is het uiteindelijk ook goed.
Ik moet er in ieder geval niet aan denken dat ik eeuwig op aarde voort zou moeten leven.
Voortleven in zich snel wisselende, voortdurend zich vernieuwende levensomstandigheden.
Ik denk, dat ik dat zeker niet bij zou kunnen houden en dat ik mij zeer ongelukkig zou gaan voelen.
Ik heb eens geprobeerd met mijn in 1897 geboren grootvader te spreken over al die nieuwe ontwikkelingen in de maatschappij.
Het leek mij van paardenkoets en handkar, ploeg en korte bereikbaarheid in afstanden een hele toer om de eerste auto te ervaren, de radio, de eerste vliegmachine door de lucht te zien knetteren, de eerste mens op de maan te zien op televisie en ga zo maar door.
Van wekpot tot koelkast, van rokken tot op de enkel in vele lagen tot de ultra minirok en doorkijkbloesjes.
Dat moet toch niet bij te benen zijn, dacht ik.
Tenminste niet voor zo’n ouwe boerenjongen.
Nou, dat was eigenlijk ook zo, alle nieuwigheden waren een beetje buiten zijn begrijpen voorbij gegaan.
Hij had er nooit zo over nagedacht.
“Het kwam en komt zo het gegaan is en gaat.”
Dat was zijn belevenis.

Jezus van Nazareth was eigenlijk ook een vernieuwer, een vooruitstrevend man van zijn tijd.
Hij streed voor allerlei zaken die wij nu als uitermate spiritueel zouden benoemen.
Gelijkheid, broederschap, liefde, verdraagzaamheid, wars van eigen belang en eigen gewin.
Hij deelde, Hij genas, Hij sprak met de verstotenen.
En dat laatste was echt zo anders dan de gevestigde orde dat deed.
Jezus van Nazareth was een verlicht man in een wereldse wereld.
De Mensenzoon, zoon der mensen, maar van een bijna bovennatuurlijke goddelijkheid in wat Hij zei en deed en waar Hij voor stond.
Een spiritueel leider zouden velen Hem nu in onze tijd noemen en Hem volgen als een groot spiritueel leraar.
Wij zouden Hem misschien niet eens herkennen als de Mensenzoon, de zoon van God.
Misschien zouden er wel mensen om Hem heen ronddansen als vliegen rond de stroop om er een slaatje uit te slaan, financieel gewin te vergaren uit zo’n uitzonderlijke mens.
Dat is de mentaliteit van velen in deze tijd.
Kijk, wat echt goed is trekt altijd kwalijke lui aan die er een slaatje uit willen slaan.
Hij zou ze van Jetje hebben gegeven, daar ben ik van overtuigd.

Als wij nu, als kinderen van God, als volgelingen van de Mensenzoon, nou eens net zo gaan reageren?
In de politiek bijvoorbeeld minder om de hypotheekrenteaftrek en meer om het gezamenlijke doel zouden geven.
Wat zou dat een verademing zijn.
Wat zou onze samenleving er dan een stuk minder egoïstisch en vriendelijker uitzien.
Wat zou dat helend werken.
We zouden zo elkaar genezen van achterdocht en angst, van vooroordeel en boosaardigheid.
We zouden echt een SAMENleving vormen.
Het paradijs op aarde zou dichtbij zijn, zeker in Nederland, dat rijke, goed georganiseerde Nederland.
Dat land waar ik van houd en waar ik mij zorgen om maak.
Zou Rutte een Mensenzoon (met hoofdletter) zijn, of Job of Jan-Peter of André?
Geert?
Ach nee toch....
En toch stem ik.
In de hoop op beter, in de hoop op dat ideaal.
Dat ideaal waar ook zo lang geleden Jezus van Nazareth voor ging.
Hij voerde strijd, Hij hield Zijn mond zeker niet, Hij knokte voor wat Hij waard was.
En.... Hij heeft gewonnen, met veel bloed, zweet en tranen.
Want zonder Christus was de wereld er nog veel beroerder aan toe geweest dan nu.
De goede krachten staan steeds weer op om onze gezamenlijke wereld en dichterbij huis “onze samenleving” van duurzame, welvaartsvaste liefdevolle en zorgzame waarden te voorzien.
Denk daaraan als u gaat stemmen.
Wat u ook stemt, denk aan de boodschap die onze leidsman, de Mensenzoon, ons heeft nagelaten.
En die boodschap luidt: wees verdraagzaam, wees liefdevol, rechtvaardig, doe goed.
Wees een oprecht volgeling van Jezus van Nazareth, ook als u uw stem uitbrengt.

Wijsheid en vrede zij met u.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 19 mei 2010

Vandaag zat ik in de zon

Vandaag zat ik in de zon.
Een half uurtje maar, maar toch...
Soms zit ik in de drup, en heel soms sta ik in de kou.
Dat is verschrikkelijk, maar gelukkig zeldzaam.

Mijn levensgeluk hangt niet alleen maar af van andere mensen of van zalige omstandigheden.
Gelukkig maar.
Ik kan bijzonder tevreden en gelukkig zijn zo maar in mijn uppie.
Thuis of op de fiets, wandelend door de stad, aan het werk of na een opluchting gevend bezoek aan het toilet.
Herkent u dat ook?
Pfffffff.

Toch vind je geluk ook bij anderen.
Het is fijn om samen te zijn met gelijk gestemde mensen, in familieverband, onder vrienden, in de kerk, op het werk, bij de vereniging.
Dat kent u toch ook?
Wij zijn mensen, sociale wezens, voelen ons geborgen in een gelijkgestemde groep.
Alleen zijn wij vaak minder in staat om gevoelens van geluk te beleven.
Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik én graag alleen mag en kan zijn, met mijn eigen werkzaamheden en andere bezigheden, én dat ik een fijne groep mensen om mij heen heb.
Ook in de kerk zijn er velen die mij altijd maar weer vriendelijk groeten, toelachen of een praatje met mij maken.
Zelfs zijn er mensen die mij soms een complimentje maken.
Jeee, dat is fijn!
Ook dat is wel eens anders geweest.
Jarenlang nooit goed kunnen doen in de ogen van mensen uit mijn nabije omgeving.
Dat is fnuikend.
Daar ga je kapot aan.
Dat sloopt je.
Je raakt volstrekt je gevoel van eigenwaarde kwijt en je zelfvertrouwen.

Nu is dat anders.
Wat andere mensen van mij vinden is minder belangrijk geworden.
Ik bepaal zelf wel wat ik belangrijk vind in mijn leven.
Ja, met God samen heb ik nog wel eens een gesprekje.
Zo in de trant van: “Doe ik dat nou echt wel goed God?”
Alles in een mens’ handelen ligt niet even eenvoudig.
En je hoeft natuurlijk ook niet perfect te zijn!
Dan zou je aardig in de buurt komen van een Heilige.
En of dat nou zo leuk en plezierig is?

Ach, ik ben best tevreden over wie ik ben en wat ik doe. Met het ouder worden stijgt het gevoel van eigenwaarde en hoef je niet meer zo hoog te springen.
Ook het zogenaamde “pleasen”, het een ander maar naar de zin maken om zelf “aardig” gevonden te worden, hoeft niet meer zo nodig.
Ik ben eindelijk zelfstandig en autonoom geworden.
Zo lijkt het.
Maar toch, eerlijk is eerlijk, ook ik vind het fijn als andere mensen aardig en verdraagzaam naar mij doen.

Dat is nou precies wat ik wel eens mis: op straat of in de kerk.
Er is een groep mensen die van nature op zichzelf zijn of bokkig of ronduit onverdraagzaam omdat zij alles zo zeker weten.
Dat stoort mij.
Daar schrik ik van.
Daar kan ik slecht tegen.
Misschien omdat ik zelf alles niet zo zeker weet.
Misschien omdat ik hoogsensitief ben.
Gevoelig zeiden we vroeger.
Misschien omdat ik de neiging heb om met mijn hoofd in de wolken te willen lopen.
Ach, wat maakt het uit.
Ik schrik van koude onverschilligheid, van verscheurende onverdraagzaamheid, van kille onvriendelijkheid.
En volgens mij is het allemaal zo makkelijk!
Gewoon beginnen met vriendelijkheid.
Gewoon wat omzien naar elkaar, begrip hebben voor andersdenkenden omdat ook zij mensen van goede wil zijn.
Kijk, als mensen jou slecht of agressief behandelen, dan stel je direct je grenzen. Zo laat je niet met je omgaan.
Maar verder?

Alle goeds begint met vriendelijkheid.
Daar ben ik van overtuigd!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 29 april 2010

Handelingen 5,12-16 en Johannes 20, 19-31

Aan het evangelie van vandaag hebben we zelfs een uitdrukking overgehouden: een ongelovige Tomas zijn, iemand die niet gauw iets gelooft. Hij heeft zich wat dat betreft onbedoeld goed onsterfelijk weten maken.
Het heeft wel een beetje een negatieve klank. En dat vind ik, eerlijk gezegd, wat onterecht. Ik vind het niet zo raar dat Tomas, na het lijden en de dood van Jezus niet direct gelooft dat de anderen hem hebben gezien. Helemaal vertwijfeld zijn ze nog, verdrietig, kwaad, bang ook, ze weten niet hoe verder te gaan. En als je er dan even niet bent, zoals Tomas, gaan ze bij je terugkomst een verhaal ophangen dat ze Jezus hebben gezien. Wat zou u doen als familieleden of goede vrienden na een sterfgeval ineens zeiden dat ze de dode hadden ontmoet? Wij hebben voor een deel makkelijk praten. Wij kennen het evangelie van begin tot einde. Tomas zit nog midden in het verhaal.
Maar aan de andere kant: hebben wij werkelijk zo makkelijk praten? Tomas is ten opzicht van ons ook weer heel bevoorrecht. Hij heeft zelf Jezus gekend en leeft in een tijd dat in wonderen geloven nog geaccepteerd wordt. Wij moeten het enkel doen met de verhalen en de traditie, met wat ons is doorverteld. Met wat pas jaren na Jezus’ dood is opgeschreven. Dat maakt het, als we eerlijk zijn, weer veel moeilijker. Daarbij leven wij in een tijd dat je pas iets mag geloven wanneer echt bewezen is dat het waar is. Anders word je al gauw voor goedgelovige uitgemaakt. En gezien als wat onnozel als je niet uitkijkt. Wij moeten ons geloof in Jezus en de opstanding vasthouden terwijl ondertussen de wetenschap bepaalde overtuigingen fors onderuit gehaald heeft en mensen invullingen gegeven hebben aan de verhalen waar we helemaal niet mee uit de voeten kunnen. Allemaal voedingsbronnen voor onze twijfel. Hoe houden wij ons geloven dan vol?
Die zegt God te zijn, laat hij te voorschijn komen, laat hij opstaan dat wij hem zien, zongen wij net. Tomas vertegenwoordigt met zijn ongeloof alle vroegere en alle moderne mensen die pas kunnen geloven wanneer ze zien. Hij staat zo symbool voor het ongelooflijke van de opstanding.

Het verhaal start met de leerlingen die ergens bijeen zijn in Jeruzalem. De deuren stevig op slot, bang voor de woede van hun volksgenoten. Plotseling staat Jezus in hun midden. ‘Vrede zij u’, zegt Hij. Een groet zoals wij zeggen ‘goedenavond’. Maar na alles wat er gebeurd is, wordt deze groet heel veelzeggend: vrede voor wie de Mensenzoon in de steek gelaten hebben en verloochenden. Vrede voor wie in schuld en schaamte gevangen zijn, vrede voor wie zichzelf uit angst en verdriet hebben opgesloten. Een liefdevolle reactie van Jezus op de menselijke actie van de leerlingen. Die houding van de leerlingen herkennen wij maar al te goed. Ook wij trekken ons terug wanneer we ons schamen. Ook wij doen de deur op slot wanneer we bang zijn. Hoezeer verlangen wij dan niet naar zo’n reactie van anderen zoals Jezus laat zien?
Jezus toont de leerlingen zijn wonden om te laten zien dat Hij dezelfde is als die aan het kruis gehangen heeft. Wat voorspeld was, wordt werkelijkheid. Hij is teruggekeerd uit de dood. Het leed is geleden, Hij is de dood te boven. Vrees en lijden mogen veranderen in vreugde. De wonden die een mens worden toegebracht in zijn leven, zijn niet het laatste. Het laatste is dat God dit alles transformeert. Het laat iets zien van een leven dat niet te verwoesten is, van een goedheid die door geen dood teniet gedaan kan worden, van een vrede die door geen geweld te ontroven is. Van een liefde die alles overwint.
Dat klinkt mooi, maar dat blijft, hoe je het wendt of keert, moeilijk in te zien wanneer je zelf met allerlei ellende geconfronteerd wordt. Met zijn opstanding is de wereld voor ons mensen immers niet merkbaar veranderd. Daarvoor moet er nog een hoop gebeuren. Zijn boodschap moet nog steeds doorverteld en doorgeleefd worden. Daarom zendt Jezus zijn leerlingen de wereld in. Ze mogen niet blijven waar ze zijn, in hun veilige kamer.
‘Vrede zij u’, zegt Jezus.‘Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik jullie.’ Hij blaast op hen en zegt: ‘Ontvang de heilige Geest.’ In den beginne blies God zo de mens zijn levensadem in. Het is hier alsof God opnieuw aan het scheppen is. Zo heeft Johannes het ervaren en zo vertelt hij het aan ons. God had het eerste woord, Hij heeft de mens het leven gegeven en het licht doen overwinnen. Met de toegewenste vrede en de ingeblazen adem of geest kunnen de leerlingen weer in vrijheid ademhalen. God is met hen bezig. Hij zal hen, zijn gelovigen nooit verlaten. Daar mogen zij, en ook wij, op vertrouwen. Zijn gezanten moeten doen wat Hij gedaan heeft. Leven uit liefde, een leven leven waar de adem van God doorheen blaast, een leven in zijn Geest en dit verspreiden.
Tomas, die hier niet bij aanwezig was, heeft aan dit verhaal niet genoeg. Hij wil harde bewijzen. Hij twijfelt aan alle kanten. Johannes wil ons met dit verhaal duidelijk maken dat twijfelen bij het leerling-zijn hoort. Dat wij met onze twijfel in goed gezelschap zijn.
Dus laat Johannes Jezus na een week de leerlingen opnieuw ontmoeten, nu met Tomas er bij. Op de achtste dag nog wel. Acht is een getal van God. Wij mensen tellen maar tot zeven. De achtste dag is geen dag van de tijd, maar een dag van eeuwigheid. Want echt geloven overstijgt de zichtbare werkelijkheid. En Tomas komt tot dit geloof. ‘Mijn Heer en mijn God’, roept hij uit en looft zo met de taal van de psalmen overtuigend de Eeuwige die zich in Jezus heeft geopenbaard.

Geloven is, zoals iedereen weet, meer dan zien. Het is een vertrouwen dat alles overstijgt, dat gaat over al je moeilijkheden en twijfels heen. Echt geloof houdt stand ook wanneer je het niet meer ziet zitten. Het verdwijnt niet wanneer God niet ingrijpt om jouw leed of dat van anderen te voorkomen.
Geloven betekent dat je blijft vertrouwen op Hem dat Hij er is en te hulp zal komen, ook wanneer de grond onder je voeten is weggeslagen. Wanneer Hij komt, dat weten we niet, maar komen zal Hij.
Geloven vertaalt zich naar je levenshouding. Dat houdt in niet bij de pakken neer gaan zitten, maar je, vanuit zijn Naam steeds opnieuw inzetten om zijn evangelie waar te laten worden.
Geloven is opstandig zijn waar mensen onnodig geweld wordt aangedaan in de grote en in je eigen kleine wereld. In kerk en maatschappij. Op blijven komen voor de waardigheid van je medemens, andere mensen hoog houden.
Geloven is vergeven, vrede leren hebben met de breuken in je eigen bestaan en dat van anderen. De ander niet de rug toekeren en loslaten, maar de ruimte bieden en een hand toesteken. Blijven werken aan verbetering en verandering. Niet opgeven. Gemeenschap willen zijn met elkaar.
‘Zo zouden wij moeten leven’, zegt het lied. Ook wij zijn gezonden als volgelingen van Jezus. God heeft ook ons zijn levensadem ingeblazen. Hij is, net als met Tomas en alle anderen, ook met ons zijn verbond aangegaan. Hij wijst ons de weg. Een weg die wij vervolgens zelf moeten vinden en gaan. Een weg van geloof en vertrouwen, van Hem tastbaar en zichtbaar maken in ons midden.
Nooit hoorden wij andere stemmen dan de onze, maar er is daglicht, een onzichtbaar weefsel dat ons draagt. En soms, even, wordt lijden opgeschort of dragen mensen het samen. Wanneer u dat ervaart, ervaart u ten diepste uw geloof en Gods aanwezigheid.

Trudy Vester.

Noot van de redactie: ik sta deze keer graag mijn column af aan Trudy Vester met een overweging die er werkelijk toe doet!
Trudy Vester is voorganger in de Franciscus Xaverius Kerk op ’t Zand te Amersfoort.
Zij is tevens werkzaam als justitieel pastor.

Terug naar boven, geplaatst op 14 april 2010

Je kunt beter droog brood eten in vrede, dan een feestmaal bijwonen waar ruzie is

Deze tekst uit het Boek Spreuken moest ik aan denken bij de laatste verboden van bisschoppelijke aard.
Beter je eigen hart, ziel en geweten volgen, dan aan tafel te gaan onderhavig aan dreiging van bovenaf.
Over dat “van bovenaf” kunnen we nog wel even discussiëren, lijkt me zo.
Want wie en wat is nu helemaal “van bovenaf”?

Ergens, en ik weet even echt niet meer waar, staat in de Bijbel: “zoek het niet bij de mensen, zoek het bij God”.
Voor mij is dat duidelijk.
Ik ben mijn geloof in de hiërarchie van de kerk al langere tijd kwijt.
Mensenwerk, denk ik dan, mensenwerk dat niets te maken heeft met dat wat God voor ons mensen wil.
Ook daarover kunnen wij nog lange tijd discussiëren.

“Overstelp mij met de kussen van je mond, want je liefkozingen zijn zoeter dan wijn.
Je zalven zijn heerlijk om te ruiken, de klank van je naam is als rijk parfum; daarom hebben de meisjes je lief.
Trek mij mee, laat ons vluchten, neem mij mee, o Koning, in je vertrekken.”

Deze diep menselijke tekst, deze diep Goddelijke tekst staat in het Hooglied, in het Boek der Boeken, de Bijbel.
Een eeuwenoude tekst.
En toch, deze tekst had zo maar door Huub Oosterhuis geschreven kunnen zijn.

Stel je voor, dat deze tekst op muziek gezet zou zijn door Antoine Oomen.
Wat zouden wij meezingen!
Vol geloof in het Goede.
Vol overtuiging en ontroering.
En wie zou daar dan nog bezwaar tegen kunnen hebben?
Geen zinnig mens toch?

Ik geloof in de goedheid van de liefdevolle God.
Ik geloof in de kracht van de leer van Jezus van Nazareth.
Ik geloof dat de kracht van de Heilige Geest waait door de kerk als wij ontroert “onze” liederen zingen.
En ik geloof, dat geen zinnig mens daartegen bezwaar kan maken!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 18 maart 2010

Je weet maar nooit....

Vandaag liep ik door een park rond de eeuwenoude stadsmuren.
Ik zag de lente in volle bloei, namelijk een overdaad aan krokussen.
Kro-kussen! Heerlijk om van te genieten!
Er kwam een in leer ingepakt, met kettingen omhangen, leren spijkerpetje op, figuur mij tegemoet. Hij keek veelbetekenend naar mij.
Oei, dacht ik, en ik keek snel de andere kant op. Zo'n sexpistol samen met mij, alleen in het park.....
Even later kwam ik een flink uit de kluiten gewassen vechthond tegen. Loslopend, het magere baasje een flink eind verderop.
Oei, dacht ik, en keek snel de andere kant op.
Toen ik een prachtige dikke beukenboom omging zag ik op een bankje een stapel plastic tassen waartussen een ongeschoren, ruig uitziende zwerver een blikje bier zat leeg te zuipen.
Hij keek mij met verwilderde ogen aan en liet een harde boer.
Ik keek maar snel de andere kant op.

Toen ik dan eindelijk het park verliet, kwam ik bij een stoplicht aan, dat de rondweg markeerde. Een keurige 70 jarige mevrouw, type oude bardame met vervlogen jeugdherinneringen aan smachtende mannenblikken, liep op hoge hakken door het rode licht.
Een automobilist toeterde.
Zij keek op vanonder haar zwaar geblondeerde haren.
Met een blik vol minachting tuitte ze haar vuurrood geverfde lippen en wierp hem een gracieus kushandje toe.
Ik wist niet beter te doen, dan de andere kant op te kijken, bang dat onze blikken elkaar zouden kruisen.
Op een holletje ben ik maar naar huis gegaan.
Toen ik thuis kwam heb ik de deur goed op slot gedaan.
Je weet maar nooit!!

Is het het vreemde, het onverwachte misschien, mijn eigen angst en onzekerheid?
Feit blijft, dat ik mij niet op mijn gemak voelde, daar tussen de krokussen en onverwachte bezoekers van het park.
Ik ken mensen, die daar heel anders mee omgaan.
Straatpastor Bernadette van Dijk en Clara van ’t Zand of Els zoals ik haar ken.
Beiden klein van stuk, maar zeker in hun omgang met “anders levenden”.
Zeer tolerant en toch duidelijk grenzen aangevend.
Zo doen beide dames dat.
Ikzelf weeg 95 kilo en ben behoorlijk aan de maat, maar toch die ongerustheid, dat knagende bij het onverwacht ontmoeten van mensen die er anders uitzien en zich anders gedragen.
Het zegt waarschijnlijk meer over mijzelf, dan over die anders levenden.

Toch vind ik mezelf reuze tolerant.
Ik heb geen bezwaar tegen kleur, geloof of levensovertuiging.
Sterker nog: leef en laat leven.
Dat denk ik oprecht.
Ik zie mensen en beoordeel hen op hun gedrag.
En toch?
Lees het stukje nog maar eens opnieuw.
Misschien herkent u wel iets van uzelf....

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 18 maart 2010

Egoïsme

Wat is er toch aan de hand in onze huidige samenleving?
Overigens keurige mensen hoor ik onverdraagzame taal uitspreken.

Mijn moeder woont in een bejaardenhuis.
Zij drinkt koffie met 65 tot en met 80 plussers.
Daar aan die koffietafel wordt met elkaar gesproken over het bejaardenhuis, het personeel, de medebewoners en de situatie op straat.
Ook de politiek komt voorbij, maar eigenlijk vinden de oudjes daar in het bejaardenhuis alle politiek maar niks.
Het Haagse en het plaatselijke politieke gebeuren is voor hen abacadabra.
Hoge heren en stoere dames die elkaar de oren wassen, tekeer gaan tegen elkaar.
Daar begrijpen ze eigenlijk niets van.
Het gedrag van die politici op de televisie bepaalt wel hun visie op onze samenleving als geheel: allemaal maar niks!

En ondertussen wordt hun eet- en recreatiezaal inclusief de keuken met sluiting bedreigd.
De directie komt 25.000 euro exploitatie tekort.
Dat bedreigt direct hun bestaan, hun sociale leven, hun levensgenot.
Verdergaande eenzaamheid dreigt voor deze oude mensen.

“Wij hebben toch bijgedragen aan de welvaart van nu waar deze dames en heren van de politiek telkens zo’n gedoe over hebben!”
“Wij hebben armoede gekend, oorlog meegemaakt, hard gewerkt, kinderen groot gebracht. Mogen wij dan nu met elkaar gezelligheid en geen zorgen meer hebben?
Op onze leeftijd hebben we al zo veel zorgen over onze gezondheid, over eenzaamheid, over niet meer de straat op durven of kunnen.”
“En nu willen ze ook nog de keuken sluiten, onze ontmoetingszaal sluiten. Waar moeten we dan naartoe om elkaar te treffen? Waar moeten we dan een warme maaltijd vandaan halen, als we door ouderdom niet meer in staat zijn te koken?”
“Moeten we dan ook diepvries- of gaarkeukenmaaltijden laten bezorgen? Om die vervolgens stilletjes in ons eentje op onze kamer op te eten?”

“En de jeugd, die doet maar met drugs, met drank, met sex. Ik zag het pas nog op de televisie. Het is schande! De straten lopen vol met buitenlanders, werken doen ze niet! Het is schande! En de regering? Die doet er helemaal niks aan! Het wordt steeds erger in ons land!”

Dat is de gesprekstaal aan de koffietafel in het bejaardenhuis waar mijn moeder huist.
Gevolgd door alle klagerijtjes over slechte gezondheid en doktersonderzoeken.
Moeder loopt dan vaak weg, beu van alle negativisme.
Maar ondertussen begint ook zij zich negatiever te uiten.
Er ontstaat zo een neerwaartse spiraal van negativisme en.... egoïsme!

Voorbeeld: een oude meneer, rustig en stilletjes aanwezig kijkt televisie in diezelfde zaal.
Hij doet dit omdat zijn eigen t.v. in zijn aanleunwoning kapot is.
Hij heeft geen geld om een nieuwe t.v. te kopen.
Hij leeft van alleen zijn alleenstaanden AOW.

De reactie van keurige dames op leeftijd is tegenwoordig: “Daar zit ie weer, van onze belastingcenten t.v. te kijken!”
Dat dit nergens op slaat komt bij niemand in het gezelschap op.
Instemmend wordt er op gereageerd.

“Wilt u vanavond als u de zaal verlaat om naar bed te gaan de lichten uitdoen?” vraagt een bejaardenverzorgster aan de dames.
“Nou moeten we ook al het licht zelf uitdoen”, is de reactie.
“Ja, ik ben daar gek, ze doet het zelf maar”.
Negativisme en ..... egoïsme, van mensen die dat zelf niet in de gaten hebben.
Maar ze beïnvloeden elkaar wel!

Hetzelfde gedrag op straat: een moeder met vier kleine kinderen in de auto wil linksaf slaan.
De motor slaat af. Mevrouw wordt zenuwachtig, want achter haar slaat, direct druk gebarend een kolossale kaalgeschoren bullebak van in de veertig, op zijn claxon.

In de trein: een drukte van belang. Mensen staan omdat er schijnbaar geen plaats meer is.
Verscheidene stoelen worden bezet gehouden door daarop geplaatste tassen.
Zo neemt één passagier de plaats in waar twee passagiers kunnen zitten.
In het gunstigste geval wordt zo’n tas verwijderd. Maar dan moet eerst wel iemand zo vrij zijn om dat te vragen! Uit zichzelf komen mensen er niet eens meer op om zo’n tas weg te halen.
Jonge mensen kijken verveeld naar buiten en staan hun plek niet af aan die oude man of vrouw die naast hen staat.
Egoïsme.....

Er wordt een extra loket geopend: van achter uit de rij sprinten wachtenden naar voren om als eerste geholpen te worden.
Zo op het oog keurige mensen.
Waarom?
Egoïsme..... IK.
En ze hebben dat niet eens in de gaten van zichzelf!

Ja, ik maak mij zorgen om dat soort negatief gedrag, ook ik.
Maar feit blijft, dat samen met mij, er nog zovele mensen zijn die wél opstaan, die wél sociaal en vriendelijk zijn, die wél uitnodigen tot naastenliefde. Want dat is het!
Negativisme nodigt uit tot verdergaand negatief gedrag.

“Alle goeds begint met vriendelijkheid”, zeg ik wel eens.
Ik geloof dat zeker.
Net zo sterk als ik geloof, dat wij christenen een voorbeeld dienen te zijn voor verdraagzaamheid.
Sociaal dienen te zijn ten opzichte van elkaar.
Ons eigen ego, ons eigen ik, ons eigen belang, ons egoïsme dienen in te perken tot normale, fatsoenlijke en eerlijke proporties.

Egoïsme?
Wat doe je eraan?
“Begin eens met vriendelijkheid”.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 7 maart 2010

De armoede in Nederland

De armoede in Nederland!
Wat kunt u als christen doen?

Soms, beste mensen, soms is leven niet te harden.
Om ziekte die je dragen moet, om verdriet omdat je afscheid hebt moeten nemen van iemand die je dierbaar is, om mensen die je hebben belazerd en gekwetst tot op je botten, om eenzaamheid.
Soms ook omdat leven je zwaar valt door verlies van je baan, je werk, je inkomen.
Omdat daardoor de hypotheek of de huur niet meer valt op te brengen.
Je de studiekosten van je kinderen en al wat daarbij komt kijken niet meer kan betalen.
Vroeger zaten wij kersen te eten aan lange tafels in de Betuwe, kistjes vol.
Nu gaan kinderen naar Londen, Parijs, Praag of zelfs naar New York.
Studiereisje heet dat.
Maar voor ouders kan dat echt teveel van "het goede" zijn, omdat zij gewoon het geld daarvoor niet hebben.
Je kind vraagt daar niet naar, of je het wel of niet kan betalen, die wil niet onder doen voor de rest.
Vroeger had de hele buurt hetzelfde, niets dus.
Dus die vraag kwam zelfs niet bij iemand op.
Tegenwoordig is dat anders.

Het percentage huishoudens dat rond moet komen van het sociaal minimum was 9.3% in 2006.
Dit zijn cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Dat zijn meer dan 1,5 miljoen mensen.
In een studie van het Leger des Heils is naar voren gekomen, dat zo'n 350.000 mensen (en daarachter ook veel partners en kinderen) niet meer rond kunnen komen.
In directe nood zitten en dreigen ten onder te gaan, alles dreigen kwijt te raken door schulden.
Maak dan geen schulden, zult u misschien zeggen.
Maar wat als je beiden een goede baan had en ontslagen werd.
De hypotheek, de hoge huur van je droomhuis is dan al gauw teveel.
Je krijgt nog een aantal maanden geld, een redelijk inkomen ter compensatie van je ontslag.
Je teert nog een tijdje op je spaarcenten en dan is het over en uit.
Je glijdt, als je niet weer snel terug kunt in een andere job, snel de afgrond in.
Maar de mensen om je heen vragen daar niet naar, je kinderen ook niet, die zijn allemaal gewend aan de status die je had.
Je verliest je gezicht, je aanzien, het maatschappelijke leven dat je had.

Wat wil ik nu bereiken met dit verhaal?
Oordeel alsjeblieft niet te snel, beste lezer, je kent de waarheid achter de deur van je buren nauwelijks.
Vroeger zeiden de boeren: “Je kunt iemand wel vur de kop kieken, maor niet der in.”
Onze samenleving is er veelal een van de buitenkant, van status, uiterlijk vertoon, materiële zaken.
Daarom is het goed dat er mensen zijn, zoals pas geleden bij ons voor de radio Hub Crijns, die komen spreken over “de arme kant van Nederland.”
Die met officiële cijfers aantonen, dat mensen zo maar door pech, door ziekte, door ontslag, een totaal ander leven moeten dragen.
Hij en anderen hebben daar een boekje over uitgegeven, dat vol staat met waarheden over armoede in Nederland.
Maar ook met dat wat kerkelijke en burgerlijke overheden en werkers kunnen doen om dit probleem te verzachten.
Een wirwar van regelingen en hulpverlening probeert leed te verzachten.
Maar wie weet de weg nog.
En je bent als kansarme zwakkere in deze rijke samenleving afhankelijk van de man of vrouw aan het loket.
Doet hij of zij wel voor u wat de wet te bieden heeft?
Beziet hij of zij u en uw problemen wel met de nodige empathie?
Wil hij of zij u überhaupt wel ter wille zijn?
De kerken kunnen hier van groot belang zijn om mensen bij te staan, praktische hulp te bieden.

Mijn oproep is: bestel “Dossier Armoede in Nederland 2009” , een uitgave van de werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA.
ISBN: 978-90-75684-16-2.
Te bestellen bij: www.armekant-eva.nl
Email: info@armekant-eva.nl
Telefoon: 073-6121939

En probeer de leer van Jezus van Nazareth, de Christus, als christenen in de praktijk te volgen.
De werken van barmhartigheid behoren tot de oudste tradities van de christelijke kerk.
Het zijn daden van christelijke naastenliefde.
Het zijn werken die uit liefde tot de naaste en uit liefde tot God verricht worden.
Zie Mattheüs 25, 31-46 er maar op na.

Bestel dan ook maar: “Eerste hulp bij schulden” over schuldhulpverlening en de kerken.
De prijs hiervan is 6,50 euro.
ISBN: 978-90-75684-17-9
Te bestellen op hetzelfde adres.

Beide uitgaven zijn tot stand gekomen met de medewerking van de Raad van Kerken Nederland.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 17 februari 2010

Auschwitzherdenking 2010

Het is alweer ruim 65 jaar geleden dat in Europa een dictator omgeven door wat griezelig denkende kornuiten van hun zwarte macht werden ontdaan.
Tientallen miljoenen oorlogslachtoffers hebben zij op hun geweten, soldaten en burgers.
Slachtingen werden aangericht op slagvelden, in steden, aan massagraven en in de vernietigingskampen als Auschwitz.
Hoe kan het toch bestaan, dat vanuit één gefrustreerde geest zo'n groot en machtig apparaat van het Kwaad kon ontstaan?

Vandaag de dag zijn er nog steeds enge dictators op diverse werelddelen te vinden.
Hun macht groeit, hun gezwollen taal zwelt aan vol haat en oorlogszucht, hun burgers zuchten.
Maar al deze dictators, van links en van rechts, kunnen alleen maar hun verschrikkelijke praktijken ten uitvoer brengen als de gewone burger zwijgt.
Als tegenkrachten lijdzaam en zwijgend toezien hoe ook hun wereld vernietigd wordt.
Demagogen of populistisch denkende kleine geesten verontreinigen de samenleving met hun haatzaaiende boodschappen.
Onderdrukkers komen er uit voort, zoals toen.

Maar ook nu bijvoorbeeld in islamitische landen waar vrijheid van meningsuiting en van geloofsovertuiging niet wordt toegestaan.
Waar haat gezaaid wordt, waar mensen vervolgd worden, geïntimideerd, vermoord omdat zij anders denken.
Of waar christenen niet wordt toegestaan hun kerken te bouwen, hun geloof te belijden.
In Afrika, Azië, Zuid- en Midden-Amerika zijn linkse of rechtse regeringen die de naam regering volledig te schande maken.
Uit machtswellust, uit hebzucht, uit geloofsdwang, zij "regeren" met ijzeren hand, wapens in de vuist.
Ik ben daar bang van.
Ik ben bang voor dit soort duistere figuren, machthebbers vanuit de duisternis.
Het Kwaad.

En als wij zwijgen of stilzwijgend volgzaam zijn, dan steunen wij de dictator en maken wij onszelf tot slachtoffers.
En als wij de moedige strijders van het Licht, de goede krachten in die landen niet steunen, dan zijn wij mededaders van onrecht.
Daar moest ik aan denken bij deze Auschwitzherdenking.

Rik Bronkhorst

Terug naar boven, geplaatst op 1 februari 2010

Christenvervolging

Kopten zijn in Egypte met 20% van de bevolking geen kleine minderheid.

Een der oudste christelijke kerken ter wereld.

Zij worden vervolgd, hun kerken worden verbrand, er vallen doden.

Ook in andere moslimlanden worden christenen vervolgd en bedreigd.

Vrijheid van godsdienst is een fundamenteel recht, wereldwijd.

En het wordt geschonden op grote schaal.

Wie komt er op voor de rechten van onderdrukte christenen?

Wat doet de nederlandse regering hieraan in haar buitenlandse beleid?

Wat doen de Verenigde Naties aan deze christenvervolging?

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 26 januari 2010

Oecumenische viering

Wat was het prachtig, de oecumenische viering op ’t Zand van zondag 17 januari j.l.
Een zee van licht danste door de kerk, geloofslicht, licht van verbondenheid.

Het was de Dag van de Eenheid van de Christenen, mooier kon het niet zijn.
En toch.....jammer!
Jammer, dat onze protestantse vrienden en vriendinnen, geloofsgenoten in Christus, niet gezamenlijk brood en wijn mochten delen.
Mochten? Ja, niet mogen delen.
Maar de bisschop of de kardinaal zijn ons geweten toch niet?
Dat geweten, dat weten, die waarheid ligt toch in onszelf?

Stel je voor dat Jezus van Nazareth zijn leerlingen had opgedragen om eerst aan alle vijfduizend toehoorders te vragen of zij wel besneden waren, of zij wel echte Joden waren, daar bij het meer van Galilea?
Voordat Hij de vijf broden en twee vissen zegende en vermenigvuldigde om allen te eten te geven.
En Paulus dan, die nadrukkelijk alle niet-joden tot Christus en christenen wilde bekeren.
Waar wij, als niet Joden, een eigen christelijke kerk aan overgehouden hebben.
Die echt niet eerst in de broek, het hart, of naar de geloofsovertuiging van zijn verzamelde toehoorders keek.
Nee toch? Paulus droeg zijn geloof uit op zeer oecumenische wijze, maar met een rotsvaste overtuiging christen te zijn.
Ook al zal hij dat toen niet zo benoemd hebben.

En wij dan? In Gods huis, de kerk?
Hoe doen wij dat dan?
Het was een hele mooie viering, een volle kerk met mensen, gelovigen, vol goede wil.
Ondanks dat de katholieke vrienden van de Franciscus Xaverius aan ’t Zand de protestantse vrienden en vriendinnen niet konden uitnodigen om brood en wijn te delen.
Samen te zijn, ook aan de Tafel van de Heer, met mede-christenen.
Juist op dat moment had ’t Zand zijn sterke eigen Rooms-Katholieke christelijke identiteit behouden.
Juist dan had ‘t Zand haar eigen gezicht getoond.
Samen, op de Dag van de Eenheid van de Christenen, samen als christenen, als echte volgers van Jezus Christus, die altijd een ieder uitnodigde om brood en wijn te delen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 20 januari 2010

Ik kan niet meer zwijgen

Zo, we zijn begonnen....

Ja, we zijn begonnen aan een nieuw jaar.
Niets bijzonders zou ik zo zeggen, louter een kalendergegeven.
Goede voornemens?
Iedere dag weer opnieuw, het gehele jaar door.
Foute gewoontes?
Aanpakken, iedere dag weer, het gehele jaar door.

Bisschop Eijk toonde direct aan het begin van dit nieuwe jaar zijn goede voornemens:
Zonder gesprek, zonder overleg, zonder enige emotie trapte hij een actieve, behoudende rooms-katholieke vrouw op haar ziel.
Nelly Stienstra heet de volgende in de rij ontslagen werkers.
Over mede-werkers durf ik al helemaal niet meer te spreken.
Bisschop Eijk heeft er maar een paar, ja-knikkers zo gezegd.
Mevrouw Stienstra is naar verluid echt niet een progressief geluid binnen het Utrechtse en de Rooms-Katholieke Kerk Zelfs Jan Willem Wits, oud-persvoorlichter van kardinaal Simonis noemt haar een onvermoeibare pleitbezorger van het orthodoxe katholieke geluid.
Een der meest begaafde vertalers van pauselijke documenten.
Maar ze was tijdens een overweging, waar het ging over het sluiten van een priesteropleiding in Utrecht, in tranen uitgebarsten.
En zij heeft zich openlijk afgevraagd of de financiële noden van het aartsbisdom daarvoor voldoende zwaar wegen.
Straf daarvoor!!
Nelly Stienstra moet in de hoek van de kerk gaan staan.
Zij mag als lector niet meer voorlezen uit de Bijbel tijdens de eredienst.

Na die lieve zorgzame Maria ter Steeg, ook een leek, en uit de bisdomraad gezet.
En dan de oude kardinaal Simonis die ook met de hardheid van Eijk te maken kreeg: Hij moest hals over kop vertrekken uit zijn bisschoppelijk onderkomen aan de Maliebaan.
Zo zijn er legio voorbeelden te benoemen van werkers binnen het aartsbisdom die vertrokken konden zonder enig fatsoenlijk overleg.
In Trouw zegt hoogleraar katholieke theologie Peter Nissen, echt geen kleine jongen: Dat bisschop Eijk en zijn rechterhand Zuijdwijk alle macht naar zich toegetrokken hebben.
“Je mag de leider alleen maar toejuichen en met zijn beleid instemmen, anders lig je eruit.”
De vergelijking, die hoogleraar Nissen met een vroeger communistisch bewind maakte, zal ik hier verder niet maken.
Maar dat Bisschop Eijk een groot communicatieprobleem heeft is wel heel duidelijk.
Zeer integere oud-medewerkers van kardinaal Simonis, zoals Jacques Klok, voormalig econoom en Jan Willem Wits, oud-persvoorlichter onder Simonis, die twee jaar lang hun mond hielden staan nu op.
Zij kunnen dit beleid, dit gedrag, niet meer aanzien.

En wij?
U?
Ik?
Hoe gaan wij hier nu mee om?
Laten we alles op zijn beloop?
Eén harde Eijk in een bos vol zachte beuken?
Wij dus, als kerkgangers en parochianen vol van de liefdevolle leer van Jezus van Nazareth.
Hoe gaan wij hiermee om?
Zwijgend de andere kant opkijkend?
Bang voor eigen pak voor de broek?
Zo willen we dat toch niet?
Ik kan u zeggen wat ik wil: een liefdevolle open kerk, een huis van God waar iedereen welkom is!
Waar ook in oecumenische kerken, waar al die tijd katholieken en protestanten het goed samen konden vinden, protestanten worden uitgenodigd aan de Tafel van de Heer.
En niet worden geweerd of zij de pest hebben, tweederangs gelovigen zijn.
Dat vind ik zo kwetsend, zó onchristelijk, zó liefdeloos.

Nee, bisschop Eijk, daar doe ik niet aan mee.
Daar verzet ik mij tegen!
En.... ik zal voor u bidden, dat de liefde van Christus en de Vredesduif op u neer mogen strijken.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 9 januari 2010

Door de kracht en rust van ons hart in balans komen

We beschikken over ons hart als kompas, het is onze grootste schat die in onze binnenwereld ligt te wachten. Hetgeen wat ons 'ontkrampt' onderweg naar ons eigen hart is vertrouwen en het houdt ons ook in beweging als de angst toeslaat.

Gaandeweg merk ik op dat ik steeds meer moed heb om nog dieper te duiken in mijn oneindige hart, want moed en de tijd nemen maakt de weg vrij om mijn eigen pad van zelfgenezing te kiezen, naar de onmetelijke bron van mijn hart waarin liefde, Liefde IS. Mijn hart heelt het geheel en als ik 'aanvallen' van twijfel heb, dan hoort dat er eigenlijk een beetje bij, dat is nu eenmaal mijn menselijk zijn. Wat ik wel al heb mogen ervaren is De Liefde die al in mijn hart aanwezig is, die twijfelt niet, die IS.

Vergeving, Vertrouwen, Overgave en Mededogen blijken prachtige, krachtige geneesmiddelen voor mezelf te zijn, die ik gratis kan krijgen bij de eigen apotheek van mijn hart. Het blijkt dus echt mogelijk te zijn mijn leven te doordrenken met het hart als eigen hoorn des overvloeds.

Met praktische ontvankelijkheid, openheid en vertrouwen er voor mezelf zijn en anderen. Wanneer ik toch even in mezelf de richting kwijt ben en het gevoel kan hebben gevangen te zijn in de chaos van het denken, waar afscheiding, angst, schuld, schaamte enzovoorts, vorm kan krijgen, dan volg ik mijn intuïtie, mijn hart, om weer helemaal mee te kunnen stromen in het leven.

Dit hart wat ik altijd in me draag, is een schitterend groot invoelend zintuig op mijn levensweg en heeft de kwaliteit dat alles gevoeld mag worden, zelfs de meest ingewikkelde emoties kan ik zelf in mijn eigen hart eerst accepteren, het behoeft daar dan alleen nog maar een trilling te zijn zonder verhaal. Wat ik gaandeweg ook steeds meer ontdek, is dat er in de diepte van mijn hart een onverstoorbare tijdloze open ruimte van reinheid bestaat, waar niets mezelf in de weg staat om in vrede en rust te zijn met mezelf en mijn persoonlijke gevoelens en/of emoties.

Wanneer er dus aan de oppervlakte van het dagelijkse leven beroering is en ik zoek naar liefde en rust, dan is er echt maar één plek om te beginnen met rusten en dat is in mijn eigen grootse hart. En als het levensritme vraagt om te spreken en te handelen dan doe ik dit vanuit een zuiverend hart, omdat het leven eigenlijk een 'kloppen op mijn eigen deur' is.

Zo kan het leven voor jou en voor mij echt wat dieper gaan dan onze oppervlakkige menselijkheid wanneer er bij onszelf een open vertrouwen is. In dit open vertrouwen kan alles erkent worden en samenvallen met het leven, alles kan zich herstellen, en helen.

Vrede en balans is absoluut niet iets wat we hoeven te bevechten met een strijd van woorden of door ons gelijk te willen halen, maar het is juist een vaardigheid binnen in het hart waarin ruimte is voor stilte en een spontaan stromen in liefde.

Dat het alles Zijn en niets Zijn, mag samenvallen met de melodie van ons Leven.

Margie Mieke van Abkoude, wonende in Ede, luisteraar van ons programma via www.radiokik.nl heeft dit geschreven als bijdrage aan ons programma. Zo zijn er ook mensen, die God, de Levensadem in hun eigen hart vinden. Die de moed hebben om zichzelf in de spiegel te aanschouwen. Die aan de slag gaan om die Vrede te vinden. Ik sta deze keer, vlak na de kerstdagen, graag mijn column aan haar af.

Rik Bronkhorst

Terug naar boven, geplaatst op 27 december 2009

Uw lichtend spoor ...

Een hoge kreet trekt scherp zijn zilver voor.
Dan gaat de vogel in de nacht teloor.
Ik ben ontwaakt. Gij hebt mij opgeroepen.
En ademloos volg ik uw lichtend spoor.

Deze prachtige tekst is van Ida Gerhardt, dichteres.
Mooier kun je volgens mij “geloven” niet verwoorden.
Hoe velen van ons hebben in hun eigen leven talloze jaren in “de nacht”geleefd?
Om dan, vaak na jaren van strijd, te ontwaken in het Licht.
Mooi is dat, samen met Ida Gerhardt volgen zij dan ademloos Zijn lichtend spoor.

Als je wordt opgeroepen door de Goedheid, de Levensadem, God, dan is er geen omkeren meer aan. Dan volg je ademloos Zijn lichtend spoor.
En....je leven verandert compleet.
Er valt niet aan te ontkomen.
En dat wil je ook niet, onder geen enkele voorwaarde.

Vroeger, in mijn jeugd, sprak ik zo af en toe een vroegere kennis uit het uitgaansleven.
De tijd van soul en disco, van wijde pijpen en lange haren, love is in the air....
Hij dronk heel erg veel in zijn jonge jaren.
Maar plotseling kwam hij niet meer in de kroeg.
Hij trouwde een gelovig meisje, kreeg kinderen en evangeliseerde langs de deuren.
Wij, zijn vroegere stapmaats, lachten om hem en zijn ommekeer.
“Ongelooflijk”, zeiden we dan tegen elkaar.
En echt, we konden het ook amper bevatten.
Hij, die ruige bink, die enorme innemer waardoor de aandelen Heineken stegen.
Hij, die was onder gegaan in Sodom en Gomorra, in drank en vrouwen.
Hij leefde nu als een gelovig man, was goed voor vrouw en kinderen, en redde het om langs de open kroegdeur, waarachter de “vrinden” zaten te zuipen, door te lopen.
Sterker nog, soms kwam hij onverwacht binnen en sprak dan over zijn ommekeer en zijn geloof in God.
Zo sterk was zijn uitstraling geworden, zo krachtig zijn woorden, zo anders dan wat wij eerder van hem gezien en beleefd hadden, dat wij in bewondering steeds minder om hem smaalden en lachten.

Ja, in de kroeg bespraken wij het leven en de politiek, de sport en de vrouwen.
Maar nu ook deze oude bekende.
“Hoe kan dat?”, vroegen wij ons af.
In al die jaren waren er al meerdere “vrienden” uit de kroeg weggebleven.
Soms omdat zij een vrouw troffen en niet meer eenzaam waren.
Plotseling een doel kregen om voor te leven.
En om voor te laten....
Maar ook gingen er vrienden door eigen hand, door ongelukken, door verloedering.
En allemaal onder invloed van “de geschenken van Bacchus”.
Duur betaalde geschenken, dat wel...

Maar deze mens deed dat anders. Mens? Ja, Mens!!
Hij was mens geworden, meer mens en meer mans.
Een mens, een man om van te houden, respect dwong hij af door zijn nieuwe levenswijze.

Wat ik toen nog niet begreep, was dat hij ook bij mij respect afdwong.
Ik ben ze bijna allemaal vergeten, de “vrienden” uit mijn jeugd, de kroeg, de flowerpowertijd.
Maar hem vergeet ik nooit!
Harry heet hij en hij ontwaakte uit de nacht en volgde Zijn lichtend spoor, ademloos...
Jaren later, volgde ook ik dit spoor.
Eindelijk.
Hij had mij al veel eerder opgeroepen, maar ik moest nog strijd leveren.
Strijd met de samenleving, met mensen, met mezelf en met God.
Onkundig, onverstandig, eigenwijs en stom, hartstikke stom.
Ja, leven loopt soms over verschillende sporen.
Maar van één ben ik al jaren zeker.
Dat is Zijn lichtend spoor.
Als je dat eenmaal ontdekt hebt, dan is er geen weg meer terug.
Want weet je? Zijn Licht blijft je aantrekken.

Bid dus maar gerust.
En kijk dan eens omhoog in verwachting, in hoop op beter.
Misschien, als jij het oprecht meent, word je dan opgeroepen, aangeraakt.
En wat je zult ervaren is Liefde.
Echte diepe Liefde.
Je zult veranderen.
Je kunt niet anders.
Je wordt er beter van.
Een mens om van te houden.
Harry wist het al, Ida Gerhardt zeker ook.
En ik?
Ik weet het zeker!!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 12 november 2009

De droom....

Ik droomde vanaf een heuvel.
Het was hoogzomer en warm.
Ik droomde, dat ik, daar op
die heuvel, dat ik alleen was.
Alleen samen met God en
dat Hij lachte om mijn grappen.
Ik op die heuvel, Hij tussen
wolken zo roomwit als
vrouwendijen na een lange,
lange eenzame winter.
Hij had een vriendelijk gezicht.
Ik kan dat niet beschrijven.
Hij lachte, daar bij die heuvel.
Ik voelde een eenzaam verlangen.
Een verlangen om bij Hem te zijn.
En dat we samen, God en ik,
’s middags thee zouden drinken.
Vertellend over onze levens.
Over de liefde en ellende.
Over voetbal en Johan Cruijff.
Over warme zomers en koude winters.
We raakten niet uitgepraat met elkaar.
Dronken telkens thee of ranja.
En vertelden wat er was geweest.
Over de toekomst spraken wij niet,
God en ik, we zwegen daarover.
Toekomst, vonden wij, moet
toekomst blijven, want dan is er
ook hoop.
En het was goed daar op die heuvel,
met uitzicht over het dal der mensen.
We dronken thee en maakten
grappen, God wat heerlijk was dat!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 23 oktober 2009

Over moslima's, kaalkoppen en ezels.....

Tijdens een van mijn fietstochten zag ik opeens een ezel aan een touw rondjes draaien rond een paal die in de grond vastzat.
Voelde mij gelijk verbonden met hem.
Zelden zie je nog een ezel, hoewel ik stellig geloof dat er nog velen zullen zijn.
Maar goed, die eenzame ezel aan dat touw, dat boeide mij.

Als ik om mij heenkijk zie ik vaak ezels. De meeste zijn kaalgeschoren.
Hoe dat bij de ezelinnetjes van tegenwoordig zit weet ik niet zo goed.
Maar veel van die kaalgeschoren koppen met hun weerbarstige borsten vol tatoeages doen mij in hun stoere koppigheid veel denken aan ezels.
Ze staan namelijk zo op hun achterste benen.
Bij het geringste dat hen niet aanstaat beginnen ze te bokken.
Voor je het weet heb je een beuk van hun achter(lijke) poten te pakken.
Ezels hebben een kort lontje. Zij steigeren om het kleinste dat hen even niet uitkomt.

Het gekke bij deze ezels is, dat zij zich vrij mogen begeven in de openbare ruimte.
Dit in tegenstelling tot die gefrustreerde ezel in het veld die uitzichtloos rondjes bleef draaien.
Ook ik ben een ezel.
Gewoon omdat ik mij soms laat opjutten door het negatieve gedrag van die doorgeslagen ezels.
Zij zijn niet aardig.
Ik stoor me aan hen.
Zie en voel soms hoe zij intimideren.
Zij vervuilen de openbare ruimte.

Ik hoor Wilders over de hoofddoekjes van smachtend kijkende jonge moslima's in de openbare ruimte.
Maar als ik die in de ogen kijk zie ik hun verlangen.
Bij die ezels met die grote bekken zie ik leegte en agressie.
Misschien heeft die in rondjesdraaiende ezel zich ook wel misdragen.
Is het zijn straf, opgelegd door een vrome christenboer, die ook zijn koeien op stal houdt.

Ikzelf wil mij vrij bewegen, op straat, thuis, in mijn hoofd.
Maar soms draai ook ik rondjes.
Dan voel ik mij als die ezel aan die paal, vastgehouden, beperkt in mijn eigen vrijheid.
Dan denk ik aan die schuimbekkende ezels in het voorbijgaan, die schreeuwen en tieren en onvriendelijk zijn bij het kleinste ongemak dat hen even raakt.
Ik ben dan van slag.
Draai dan rondjes in mijn hoofd waar ik denk: "Hoe kan dat toch, die onvriendelijkheid, die intolerantie, die agressie."
Ben ik dan ook een ezel?
Omdat ik mij niet zomaar kan losscheuren van wat ik denk en voel, ervaar in het voorbijgaan van ezels, die losgeslagen zijn en opgefokt, of die stilletjes lijdzaam rondjes draaien?

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven, geplaatst op 1 oktober 2009

Onderweg van Jeruzalem naar Jericho

Soms voel ik mij als die reiziger onderweg van Jeruzalem naar Jericho.
Nu, met de gevolgen van de door hebzucht veroorzaakte kredietcrisis, hebben meer mensen dat gevoel.
De grote jongens van de banken en de financiële wereld geselen nu onze ruggen nadat zij hun zakken gevuld hebben.
Zij geselen onze ruggen omdat door hun hebzucht wij getroffen zullen worden door grote bezuinigingen.
Tientallen miljarden euro's moeten over onze ruggen bezuinigd worden door de hebzucht van een relatief kleine groep grootgraaiers.
Ondertussen verdienen de banken in korte tijd weer miljarden.
Dit mede door de ondersteuning van ons allen.
Want uiteindelijk zijn het onze belastingcenten die de boel overeind gehouden hebben.

Wij moeten bezuinigen, terwijl diezelfde grootgraaiers alweer hun bonussen op zak steken.
Vandaag in het nieuws: een bankdirecteur die anderhalfmiljoen euro per jaar verdiend.
En die, nu het weer goed gaat met zijn bank, een bonus krijgt van 300% van zijn jaarsalaris.
Dit terwijl de service van banken wel heel erg achteruit is gegaan.
Oude mensen kunnen niet meer in hun wijk aan het loket terecht, de wijksteunpunten van de banken zijn gesloten.
Vroeger kreeg je op je betaalrekening een fatsoenlijke rente, nu moet je betalen voor je pinpas en je rekeningafschriften.
Ik hoorde van een jonge moeder met haar kind.
Het kind had nog een ouderwetse spaarpot.
Zij gingen samen naar de bank om de spaarpot te legen en op een rekening te storten.
Een spaarbankboekje bestaat al helemaal niet meer.
"Het spijt me, mevrouw, wij kunnen geen spaarpotje meer accepteren", zei de baliemedewerkster.
De service van de banken is geminimaliseerd.
Klantvriendelijkheid is een onderdeel van bezuinigen geworden.
Dit terwijl er vroeger en nu alweer miljarden winst gemaakt wordt door banken.
Terwijl die bonussen en riante salarissen toch echt betaald worden van onze centen als rekeninghouders.
Op welke wijze dan ook.

Is het dan gek, dat ik mij soms voel als die reiziger onderweg van Jeruzalem naar Jericho.
Waar rovers en andere schurken op de loer lagen om zakken te legen.
Hun eigen zakken te vullen.
Alleen de barmhartige Samaritaan komt in onze tijd niet langs.
De politiek wereldwijd en hier bij ons, inclusief alle Tweede Kamerleden, hebben collectief de andere kant op gekeken al die jaren toen het mis ging.
Vanuit die hoek had een barmhartige Samaritaan moeten opstaan om ons te redden van deze rovers.
Ons te beschermen tegen hun hebzucht.
Maar in plaats van de ons toegebrachte wonden te verzorgen geselen zij onze ruggen met vergaande bezuinigingen.
Dit terwijl de rovers verder gaan met hun, zo lijkt het, gelegaliseerde praktijken.

De weg van Jeruzalem naar Jericho loopt door de woestijn.
Als we de rovers hun gang blijven laten gaan, zitten we binnenkort allemaal in die woestijn.
Beroofd en berooid......

Rik Bronkhorst

Terug naar boven

Klik hier om terug te gaan naar de hoofdpagina.