Levenswijsheid

Ga!
Uitspraak van kerkvader Augustinus
Gebed voor God
Vertrouwen
Iedereen heeft iets te geven
Als dat wat toeval lijkt je dreigt te vellen
Leed onder ogen zien
Jezus de wijsheidsleraar
Het komende rijk van geluk en voorspoed
Wijze lessen uit het boek Spreuken
Woede en Haat
Efeziërs 5 vers 8-14
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last
Groet hen, die ten onder zullen gaan aan hun eigen kwaadwilligheid
Het Onze Vader vertaalt uit het Aramees
Problemen
De zin der dingen
Besef hoe rijk je bent
Over lijden en Job
Tao van Poeh, van Benjamin Hart
De tollenaar Zacheüs
Uit 'De Meesters van het Verre Oosten'
Uit 'Jezus Sirach'

Ga!

De politiek, de homobeweging, vredesgroepen, werkgroepen in kerken, oecumene, werkers op straat, zorgers bij mensen thuis; Zoveel goedwillende mensen; zoveel vrouwen en mannen die naar eer en geweten hebben gewerkt en werken, hebben gebeden en nog steeds bidden voor een goede zaak; zovelen de eeuwen lang door hebben dezelfde ervaring als Elia gehad. Die gedachte dat het allemaal wel welletjes is. Dat je tijden lang hebt geloofd met hart en ziel in hetgeen je deed – dat je daarin succes hebt gehad en af en toe ervaren moest dat je soms weer helemaal opnieuw moest beginnen. Zoveel mensen, ook in deze kerk die getracht hebben om de kerk tot een gemeenschap te maken naar Gods hart. Zoveel mensen die teleurgesteld zijn afgehaakt want het is niet gelukt in hun ogen. Dromen worden niet waargemaakt, leiders in kerk en wereld gaan niet mee, mensen om hen heen blijven onverschillig terwijl er zoveel moet worden gedaan.

En zo bogen ze het moede hoofd en zeiden tot de Eeuwige: lieve God, ik stop ermee, ik kan niet meer, het is genoeg.

Elia is een mens van alle tijden. Alles meegemaakt, geroepen geworden, succes behaald, mensen op hun spoor naar de Eeuwige gewezen. Maar de terugval van zovelen heeft hem tot in het diepst van zijn ziel teleurgesteld. Hij kan niet meer, hij sterft liever dan nog een stap te zetten. En onder de bremstruik gaat liggen en buigt zijn moede hoofd.

Maar met die bremstruik had hij geen betere plek uit kunnen kiezen. De bremstruik – of beter nog – de doornstruik is uitgerekend de plek waar zijn grote voorbeeld ooit is geroepen. Eeuwen vóór hem stond daar een ander mens – ook niet wetend wat hij verder aan moest vangen met zijn leven. Mozes was zijn naam, en hij liep door de woestijn, verdoold, verdwaasd tot hij aankwam bij die brem. Een struik die in lichterlaaie stond. Dáár werd Mozes geroepen: Mozes, Mozes, ga met mij mee op weg. Stotterend, aarzelend, met frisse tegenzin en met de moed der wanhoop heeft Mozes de uitdaging opgepakt om te gaan met God - de God die beweging is. De God die toekomst heeft.

Wie ben je dan, God? Vroeg Mozes nog aan de God van leven en bevrijding. En die God heeft maar één ding gezegd over zijn naam: ik Ben die is. Dat is mijn Naam. Geen statisch beeld, geen afgod, geen zon maan of sterren. Geen machtige leeuw; nee dat is hij niet. Hij is een dynamische God. Waar mensen gaan, naar het leven toe, daar gaat God mee. En waar God jou roept mag je opstaan en vertrouwen dat Hij je de weg wel wijst.

De doornstruik waar Mozes vóór stond, en waar nu Elia onder ligt is het symbool voor alle wanhoop en ellende. Het is het symbool voor levens die verstrikt zijn geraakt in puntige stekels. In de doornstruik val je als mens makkelijk in, maar eruit komen is een ander verhaal. Dan loop je krassen op, littekens, je haalt je huid open tot bloedens aan toe. Precies in die verstriktheid is God aanwezig. Is de Eeuwige de zijnde.

Zo heeft Mozes hem, die God van bevrijding en leven ervaren, en zo gebeurt Elia hetzelfde. Waar mensen geen weg meer weten en vastzitten in zoveel – daar is God aanwezig om weer heel voorzichtig de takken van de doornstruik van jouw leven weg te buigen. Om misschien wel elke stekel uit je armen, handen en benen te peuteren, om je weer te voeden met levenskracht zodat je weer lef mag hebben om te gaan.

Moe, kapot, hoort Elia zo ook nog ergens zachtjes de roepstem van de Eeuwige: Elia, sta op. Eet en drinkt, en gá. De engel stootte hem aan. Kom op Elia; je bent niet geboren om te blijven staan. Je bent geboren voor het leven. Waar Elia zei: het is genoeg ! Krijgt hij als antwoord van de engel: je wég is genoeg. Zolang de Eeuwige je niet haalt is er nog een weg te gaan. De engel had in Elia het verlangen gewekt om weer te wórden.

Schepen zijn veilig in de haven – maar daar zijn ze niet voor bedoeld.

Gaan is de boodschap waarmee wij geroepen worden. In de hele bijbel van eerste en tweede testament is het gáán hetgeen ons te doen staat. Op weg gaan, en soms met de moed der wanhoop. Met alleen maar die belofte van een God aan onze zijde die we soms maar zo minimaal ervaren. Gaan – en dan in de woorden van Jezus met je hele hebben en houden. Radicaal. Een klein beetje gaan is niet aan de orde. Schoorvoetend gaan omdat de route nog zo nieuw en onbekend is, ook dat al niet.

En soms denk ik wel eens: mogen we dan niet meer aarzelen, eventjes achterom kijken, misschien af en toe heel hard terugrennen naar de veilige haven waar we vandaan komen? Twee stappen vooruit en dan weer eentje terug? Nog even afscheid nemen van wat ons lief is?

Want gaan beangstigt – en daagt uit. Reizen, weggaan uit je vertrouwde omgeving is leuk omdat je weet dat je ooit weer op een thuiskomst in het oude mag rekenen. Reizen met Jezus is een ánder thuiskomen; thuiskomen bij God in het diepst van je ziel.

Met Jezus loop je niet zomaar eventjes mee. Wie de handen aan de ploeg wil slaan kan geen rechte voren maken als hij steeds maar achterstevoren op de trekker zit. Dan trekt die vore krom omdat je simpel weg je blik maar één kant op kan richten. Meegaan met de Eeuwige is zoeken en vertrouwen en luisteren met je hart: is dit jouw weg? En ga ik nog goed?

Het hele pad zal je nooit van te voren weten. Zoveel licht krijg je niet. Maar wel genoeg licht voor elke volgende stap. En zoals ooit iemand schreef:

Hoe hechter je je met Mij, de Eeuwige, verbonden weet,

hoe onthechter jij kan reizen.

Amen

Josephine van Pampus, pastoraal werker te Amersfoort, n.a.v. 1 Koningen 19; Elia, en Lucas 9; 51.57-62.

Terug naar boven

Uitspraak van kerkvader Augustinus

"De grootste vrijheid ervaar je als je het dichtst bij jezelf blijft."

Kerkvader Augustinus, (354-430).

Terug naar boven

Gebed voor God ...

Mateloos ben jij
Droom van leven
Ondoordringbare God
Schoonheid in velerlei
Duister in de nacht
Fluistering in voorbijgaan
Stem die opklinkt
Stilte ter bezinning
Beelden van geluk
Woorden als zucht
Symbool van wijsheid
Grenzeloze God
Rechtvaardige steun
Oprechte ademing
Zachtmoedige streling
Vragende roepstem
Bereider van leven
Zanger, dichter, danser
Toner van verstilling
Dageraad en droom
Monument van hoop
Steunende God
Trouwe God
Liefhebbende God
Levensadem van al dat is
In uw handen leg ik mijn lot.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven

Vertrouwen

Vertrouwen is de uitkomst van
je leven. Hoe groter het
vertrouwen, hoe meer energie we
hebben, want het vertrouwen is
net als liefde een energie.
Als we diepgaand naar de aard
van onze liefde kijken, zien we
ook ons vertrouwen. Als we,
leven met vertrouwen, zijn we
nergens meer bang voor.

Thich Nhat Hanh.

Terug naar boven

Iedereen heeft iets te geven

Richt je op je kwaliteiten die je wel hebt.
Iedereen heeft iets waar hij of zij goed in is en graag doet.

Gandhi richtte al zijn kracht en energie op één enkel ding -ahimsa-, oftewel geweldloosheid.
Dat was zijn grootste kwaliteit, zijn grootste kracht, en doordat hij de wereld die gave aanbood, ontdekte hij dat zijn leven door een onverwoestbare kracht werd voortgestuwd- een kracht die India de vrijheid bracht.

Moeder Teresa was zevenenveertig toen ze voor het eerst in de straten van Calcutta neerknielde om een stervende man te helpen. Ook zij had één zeer grote gave te bieden -haar mededogen, haar niet- aflatende zorgzaamheid.

Ook zij richtte haar hele leven op die ene kwaliteit en verrichtte zo uiteindelijk de wonderen die haar tot een levende heilige maakten.
Ze had niets van tevoren bedacht of gepland, maar bekommerde zich gewoon om de eerste mens die zij tegenkwam, en toen de volgende, en de volgende...

Uit: Crisis en het wonder van de liefde.
Omgaan met verandering en tegenslag in elke levensfase.
Mansukh Patel en Helena Waters.
Uitgeverij: Ankh-Hermes, Deventer.

Terug naar boven

Als dat wat toeval lijkt je dreigt te vellen

Als dat wat toeval lijkt je dreigt te vellen,

Accepteer dan dat het leven vol toeval zit

En dat ieder toeval niet toevallig is.

Alle toeval heeft zijn plaats in je leven.

Leer en ga verder.

Laat los!

Laat God!

Terug naar boven

Leed onder ogen zien

Ten tijde van de Boeddha stierf het enige kind van een vrouw die Kisagotami heette.
Ze was niet in staat dit te accepteren en rende van de een naar de ander om een medicijn te zoeken dat haar kind weer tot leven zou brengen.
Men zei dat de Boeddha zo’n medicijn had.

Kisagotami ging naar de Boeddha, knielde voor hem, en vroeg: “Kunt u een medicijn maken dat mijn kind weer tot leven wekt?”
“Ik ken zo’n medicijn,” antwoordde de Boeddha.
“Maar ik kan het alleen bereiden met bepaalde ingrediënten.”
De vrouw was opgelucht en vroeg: “Welke ingrediënten hebt u nodig?”
“Breng me een handvol mosterdzaad, “ zei de Boeddha.
De vrouw beloofde dat voor hem te halen, maar toen ze wegliep, voegde hij eraan toe: “Ik heb mosterdzaad nodig uit een huis waar geen kind, man of vrouw, ouder of bediende is gestorven.”

De vrouw stemde toe en begon alle huizen een voor een langs te gaan, op zoek naar mosterdzaad.
Bij elk huis waren mensen bereid haar het zaad te geven, maar wanneer ze hun vroeg of er iemand in het gezin was gestorven, kon ze geen huis vinden dat niet door de dood was bezocht—in het ene huis was een kind overleden, in het andere een bediende, en in de overige een man, vrouw of ouder.
Kisagotami slaagde er niet in een huis te vinden waar de dood geen leed had veroorzaakt.

Toen de moeder zag dat zij niet de enige was die verdriet had, legde ze het levenloze lichaam van haar kind neer en ging terug naar de Boeddha, die met groot mededogen zei: “U dacht dat alleen u een kind had verloren; de wet van de dood luidt dat bij alle levende wezens niets blijvend is.”

Kisagotami’s speurtocht leerde haar dat niemand in het leven ontkomt aan lijden en verlies.
Ze was niet speciaal “uitgekozen” voor dit vreselijke ongeluk.
Dit inzicht nam het leed dat onvermijdelijk voortvloeit uit een verlies niet weg, maar het verminderde wel het lijden dat werd veroorzaakt door haar strijd tegen dit droevige maar onontkoombare feit.
Hoewel mensen over de hele wereld dezelfde pijn en hetzelfde leed ervaren, betekent dat niet dat we ons daar gemakkelijk bij neerleggen.

En toch? Leest u deze woorden nog maar eens over als u getroffen bent door groot leed, door pijn over ziekte of overlijden.
Misschien vindt u wat troost, wat verlichting, een beetje minder pijn en vertwijfeling.

Het is niet alleen de Boeddha die dit soort wijsheden heeft uitgesproken, Jezus van Nazareth deed dat ook, met name in de Bergrede die Hij hield ten noorden van het Meer van Galilea:

Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der Hemelen.
Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want zij zullen God zien.
Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der Hemelen.
Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de Hemel. Zo hebben ze de profeten vervolgd die voor u geleefd hebben.

Woorden van hoop, van troost, van mededogen als u groot lijden en onrechtvaardig leed ten deel valt.
Weet dat er altijd weer een nieuwe dag aanbreekt, de zon weer opkomt, de kans op nieuw geluk daar is, ook al lijkt alles verloren, uw leven aan duigen, de ellende te groot.
En uiteindelijk, als sterven u onvermijdelijk treft, is daar van over de grens van dit aardse leven een hemels paradijs dat wacht, op u, op mij, op ons allen, mensen van goede wil!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven

Jezus de wijsheidsleraar

De gulheid die Jezus aanprees, hoopt dat een ander er beter van wordt. Maar zelfs als dat resultaat onzeker is, blijft gulheid van waarde. Kerkvader Augustinus had dat begrepen: "Heb lief en doe wat je wilt." Gulheid zou een principe moeten zijn, waar een mens op een gegeven moment niet eens meer erg in heeft.

Ik houd het erop dat Jezus het eens zou zijn geweest met de uitspraak van Confucius: "Iets liefhebben betekent dat je wilt dat het leeft."

Mij bekruipt nogal eens het gevoel wanneer het in het christendom gaat over liefde, dat we enerzijds langs het randje van kitsch en rozigheid lopen, anderzijds langs het randje van de dwaasheid. Ik vermoed dat Jezus zou neigen naar het randje van de dwaasheid.

C.S. Lewis: "Goed en kwaad groeien beide met rente-op-rente. Daarom zijn de kleine beslissingen die u en ik dagelijks nemen van zo'n oneindig groot belang. Met de kleinste daad van vandaag verover je de strategische positie van waaruit je over een paar maanden misschien een overwinning behaalt waar je nooit van gedroomd had." Jezus zei het zo: "Wie goed doet, goed ontmoet."

Alle verdriet dat de mensen elkaar aandoen is inbreuk op de eenheid Gods. Die belevenis is dé religieuze ervaring. Dat zijn woorden van Willems in 2007. Anselm Grün zei het in 2005 diepzinnig en lichtvoetig: "Van mensen die blij zijn, gaat iets genezends en bevrijdends uit. Daar vinden mensen hulp zonder dat ze de indruk hebben dat ze nu tot dank verplicht zijn. Het handelen vanuit de levensvreugde heeft de smaak van lichtheid, van geschenk en genade, van levenslust en vrijheid. Dat doet iemand goed."

Als wij niet in staat zijn iets te doen aan mensen die elke bewogenheid om anderen vreemd is, is het maar goed dat er een God is.

Jezus zei eigenlijk: "Je bent van niets of niemand. Je bent van God en dat is hetzelfde zeggen als: je bent vrij."

Jezus' wijsheid beoogt te bevrijden tot echt leven. Jezus nodigde mensen uit om zich vrij te maken van egoïsme en leerde de vrijheid tot liefde. Hij wilde mensen bevrijden van het zoeken naar zekerheid in bezit en macht en hen bevrijden tot armoede. Hij nodigde mensen uit zich te bevrijden van prestatiedrang en leerde de vrijheid tot een meer ontspannen, zelfaanvaardend leven. Hij leerde de bevrijding van noodlot en angst in ruil voor de vrijheid tot vertrouwen en levensmoed; de bevrijding van middelmatigheid in ruil voor vrijheid tot het maken van werkelijke keuzes. In deze beweging van 'bevrijding van' naar 'bevrijding tot' ontvouwt zich de wijsheid van Jezus.

Uit het boek: Jezus de wijsheidsleraar van Stephan de Jong.
Een uitnodiging tot spiritueel lezen van teksten van Jezus.
ISBN: 978 90 435 1564 1 - NUR 700.

Op zondag 14 maart is ds. Stephan de Jong te gast in de uitzending van radiokik en is hij daarna op deze website nog acht weken te beluisteren.
Hij zal dan spreken over Jezus als wijsheidsleraar als auteur van dit boek.
Een bevlogen gesprek over de betekenis van Jezus van Nazareth als wijze gids in het leven van alledag.


Terug naar boven

Het komende rijk van geluk en voorspoed...

Een twijg ontspruit aan de stronk van Isaï,
een telg ontbloeit aan zijn wortel.
De geest van de Heer rust op hem,
een geest van wijsheid en inzicht,
een geest van beleid en sterkte,
een geest van kennis en ontzag voor de Heer.
-hij ademt ontzag voor de Heer.

Niet naar uiterlijke schijn spreekt hij recht
en hij doet geen uitspraak
op grond van loze geruchten;
hij geeft de geringen hun recht
en de armen in het land
krijgen een eerlijk vonnis.

Hij kastijdt de verdrukkers
met de roede van zijn mond
en de bozen doodt hij
met de adem van zijn lippen.

Gerechtigheid draagt hij
als een gordel om zijn lendenen,
en trouw als een gordel om zijn heupen.

De wolf en het lam wonen samen,
de panter vlijt zich neer naast het bokje,
het kalf en de leeuw weiden samen:
een kleine jongen kan ze hoeden.

De koe en de berin sluiten vriendschap,
hun jongen liggen bijeen.
De leeuw eet haksel als het rund,
de zuigeling speelt bij het hol van de adder,
het kind strekt zijn hand uit
naar het nest van de slang.

Niemand doet nog kwaad
of handelt nog verderfelijk
op heel mijn heilige berg;
want de kennis van de Heer vervult het hele land,
zoals het water heel de bodem van de zee bedekt.

Bron de Bijbel: Jesaja 11.

Zie deze tekst geschreven zo’n 700 jaar voor Christus niet te letterlijk.
De wolf en het lam wonen samen, het kalf en de leeuw weiden (werken) samen.
De koe en de berin sluiten vriendschap, hun jongen liggen bijeen.

Zie deze tekst, deze dieren als mensen, als vijanden die vrede hebben gesloten, die samen werken, die begrip voor elkaar hebben.
Die eindelijk weten hoe ze samen moeten leven.
Hoe verschillend zij ook zijn.

Wat een verhaal van hoop!

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven

Wijze lessen uit het boek Spreuken

Het Boek der Spreuken uit het Oude testament wordt toegeschreven aan koning Salomo, de zoon van David, koning over Israël in die dagen. Toch denkt men tegenwoordig dat het meer een verzameling spreuken en zegswijzen zijn, die voortkomen uit allerlei eerdere bronnen. Zo zijn er 31 hoofdstukken in de Bijbel, in het Boek der Spreuken, vol wijsheden en moraal.

Terug naar boven

Woede en Haat

Globaal genomen zijn er veel verschillende soorten schadelijke of negatieve emoties, zoals verwaandheid, arrogantie, jaloezie, begeerte, lust, kortzichtigheid, hebzucht en ga zo maar door.
Maar van al die emoties worden haat en woede beschouwd als de grootste boosdoeners, omdat ze de grootste obstakels vormen voor het ontwikkelen van mededogen en altruïsme, en ze verwoesten je deugdzaamheid en gemoedsrust.
Als we denken aan woede, kunnen we twee soorten onderscheiden. Eén soort woede is positief. Dit is dan voornamelijk te danken aan je motivering. Er kan sprake zijn van woede die is ingegeven door mededogen of verantwoordelijkheidsgevoel. Wanneer woede voortkomt uit mededogen, kan zij worden gebruikt als aanzet tot of een katalysator zijn voor een positieve daad. Onder zulke omstandigheden kan een menselijke emotie als woede zorgen voor de kracht om snel tot actie over te gaan. Zij creëert een vorm van energie die iemand in staat stelt snel en besluitvaardig te handelen. Het kan een krachtige motiverende factor vormen. Dat soort woede kan soms dus positief zijn.

Hoewel sommige vormen van woede onder zeldzame omstandigheden positief kunnen zijn, leidt woede over het algemeen tot kwaadwilligheid en haat. En wat haat betreft, dat is nooit positief. Er zitten geen voordelen aan. Haat is overal en altijd negatief.

We kunnen woede en haat niet simpelweg overwinnen door ze te onderdrukken. We moeten daadwerkelijk de vormen van tegengif voor haat ontwikkelen, namelijk geduld en tolerantie. Wanneer je je bezighoudt met het oefenen van geduld en tolerantie, voer je eigenlijk een strijd tegen haat en woede. Het zal een zware strijd zijn, je kunt die strijd verliezen, je zult vele problemen het hoofd moeten bieden. Maar iemand die door middel van een positieve levenshouding geduld en tolerantie ontwikkelen kan, overwint de haat en de woede.

De destructieve gevolgen van haat zijn duidelijk zichtbaar; je ziet en merkt het meteen. Wanneer er bijvoorbeeld een zeer sterke of gewelddadige gedachte van haat in je opkomt, word je daar, op dat moment, totaal door overweldigd en blijft er niets van je gemoedsrust over; je tegenwoordigheid van geest verdwijnt compleet. Wanneer zulke intense woede en haat naar boven komt, sloopt dat het beste deel van je hersenen, namelijk je vermogen goed van kwaad te onderscheiden en in te schatten wat de langetermijn- en kortetermijngevolgen van je daden zijn. Je vermogen om te oordelen wordt volledig lamgelegd; het kan niet langer functioneren. Het lijkt haast wel of je krankzinnig bent geworden. Door die woede en haat beland je dus vaak in een opperste staat van verwarring, wat je problemen en moeilijkheden alleen nog maar erger maakt.

In sommige gevallen koesteren mensen sterke gevoelens van haat en verdriet ten gevolge van iets wat hen in het verleden is aangedaan.
Dat gevoel kropt zich op. Sommige westerse therapieën verkondigen om alle haat en woede er maar uit te laten komen. Gecontroleerd natuurlijk, dat wel. Maar ik, zegt de Dalai Lama, ben van mening dat woede en haat in het algemeen tot de emoties behoren die, als je ze niet in toom houdt of er geen aandacht aan besteedt, dikwijls erger worden en alsmaar toenemen.
Als je simpelweg steeds meer gewend raakt aan het feit dat die emoties voorkomen en ze ook gewoon blijft uiten, heeft dit meestal tot gevolg dat zij in kracht toenemen. Niet afnemen.
Ik denk dus, dat hoe omzichtiger je ermee omgaat en hoe actiever je probeert hun invloed terug te dringen, hoe beter het is.

Hoe kun je dan wel omgaan met haat en woede?

Allereerst komen gevoelens van woede en haat voort uit een geest die wordt gekweld door ontevredenheid en ongenoegen. Je kunt dus voorbereidingen treffen door constant te werken aan het opbouwen van innerlijke tevredenheid en mededogen. Dit zorgt voor een zekere gemoedsrust die op zich al woedeuitbarstingen kan voorkomen. En wanneer er dan iets gebeurt waardoor je kwaad wordt, moet je je woede direct onder ogen zien en analyseren. Kijk welke factoren debet zijn aan die specifieke uitbarsting van woede of haat. Ga daarna verder met je analyse en kijk of het een gepaste reactie is en in het bijzonder of het constructief of destructief werkt. En je doet een poging een zekere innerlijke discipline en terughoudendheid aan de dag te leggen. Je stort je direct in de strijd tegen je woede en haat door tegengif toe te dienen: je gaat je negatieve emoties te lijf met gedachten van geduld en tolerantie.

Als je eraan werkt woede en haat te overwinnen, kun je in het begin natuurlijk nog steeds deze negatieve emoties ervaren. Maar er zijn verschillende niveaus; als het om een lichte vorm van woede gaat, kun je op dat moment trachten haar direct onder ogen te zien en te bestrijden. Als het echter om een hele krachtige negatieve emotie gaat, kan het op dat moment buitengewoon moeilijk zijn haar aan te vechten, of onder ogen te komen. Als dat het geval is, is het op dat moment misschien het beste om te proberen alles te vergeten. Denk aan iets anders. Ga iets anders doen. Zodra je geest enigszins tot rust is gekomen, kun je analyseren; je kunt dan weer logisch nadenken.

Als we woede en haat willen elimineren, is het bewust ontwikkelen van geduld en tolerantie onvermijdelijk.
Woede wekt woede op. Als we woede niet bedwingen, dreigt zij uit de hand te lopen.

De Dalai Lama in "De kunst van het geluk".
Uitgeverij Nirwana.

Terug naar boven

Efeziërs 5 vers 8-14

Leef als mensen van het Licht.
Want alleen in het Licht rijpen goedheid, gerechtigheid en waarheid.
Probeer te ontdekken wat de Heer graag wil. Doe niet mee met de onvruchtbare praktijken van hen die de duisternis toebehoren; meer nog: stel ze aan de kaak.
Want wat zij heimelijk uitvoeren, is zo schandelijk dat er geen woorden voor zijn.
Maar wanneer al die dingen aan de kaak worden gesteld, komt hun ware aard aan het licht.
En alles wat aan het licht komt, is zelf Licht.

Terug naar boven

Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last..........

Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen.
Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen.
Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.......

Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. Maar als je oog troebel is, zal er in heel je lichaam duisternis zijn. Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die duisternis!

Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten.
Jullie kunnen niet God dienen en de Mammon.

Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?

Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt.
Zijn jullie niet meer waard dan zij?
Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?
En wat maken jullie je zorgen over kleding?
Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld.
Ze werken niet en weven niet.
Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen.

Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal Hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen?
Vraag je dus niet bezorgd af: "Wat zullen we eten? of: wat zullen we drinken? of: waarmee zullen we ons kleden?"
Dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen.

Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben.
Zoek liever eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.

Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last........

Aldus de wijze woorden van Jezus van Nazareth volgens Mattheüs.

Terug naar boven

Groet hen, die ten onder zullen gaan aan hun eigen kwaadwilligheid

"Groet hen, die ten onder zullen gaan aan hun eigen kwaadwilligheid".

Het had een uitspraak kunnen zijn van de profeet Jesaja.
Er spreekt een sterke wil tot het Goede uit.
"Groet hen, die ten onder zullen gaan aan hun eigen kwaadwilligheid".
Groet hen die jou kwaad willen toebrengen, keer de andere wang toe.
Maar wees geen dwaas, stel je grenzen: "Tot hier en niet verder!"
"Het is genoeg!"

Er zijn nu eenmaal mensen onder ons die de negativiteit dragen in hun hart.
Die verloren zijn door de manier waarop zij zich gedragen.
En...die vanuit hun eigen bevroren hart aan anderen kwaad berokkenen.
Misschien wel omdat zij niet anders meer kunnen, zo zijn zij in de ban van hun eigen ellende.
Zij verstieren het leven van anderen, omdat zijzelf niet in staat zijn tot een gelukkig en zinvol leven.
Vaak weten zijzelf ook niet dat zij zo'n ellendig gedrag vertonen.
Zij zijn zover van zichzelf verwijderd, en daarmee bedoel ik, van hun eigen goede kern, en van hun verbondenheid met God, met de Levensadem.
Dat zij geen voeling meer hebben met hun eigen geweten, met de Goedheid in henzelf.
Zij zijn verloren zielen.
En daarom verdienen zij onze goede wil.
"Groet hen, die ten onder zullen gaan aan hun eigen kwaadwilligheid".

Stel je grenzen ten opzichte van dit soort mensen.
Keer, op keer, op keer.
Wijk niet!
Geen centimeter.
Ook al ziet het ernaar uit dat de kwaadwilligen de overhand zullen bevechten.
Want vechten is het. Strijd is het, met hen die van kwade wil zijn.
Maar wees geen dwaas. Pas op met wat je zegt.
Het zou tegen je gebruikt kunnen worden.

Jesus Sirach zegt: "Ga geen woordenstrijd aan met een machthebber, anders val je hem in handen".
Maak geen ruzie met een rijkaard, anders laat hij je zijn overwicht voelen.
Want goud heeft velen omgebracht en het hart van koningen misleid.
Ga geen woordenstrijd aan met een lasteraar, stapel geen hout op zijn vuur.
Laat je niet uidagen door een snoever, anders vangt hij je met je eigen woorden.
Maak met een driftkop geen ruzie, trek niet met hem door de woestijn (van zijn uitzichtloze gedrag).
En dan zegt Jezus Sirach het volgende: "Open je hart niet voor ieder mens, probeer niet ieders gunst te verwerven".

Moet je dan je eigen hart hard maken?
Nee, natuurlijk niet!
"Groet hen, die ten onder zullen gaan aan hun eigen kwaadwilligheid".
Blijf in gesprek op die momenten dat het waard is en de kans gegeven wordt tot een eerlijk gesprek.
Zo niet, groet dan en zwijg.
Zwijg tot het moment daar is om te spreken.
Maar aarzel niet om je grenzen te stellen!
Anders walsen de kwaadwilligen zo maar over je heen en zul je vertrapt, vernedert, uitgezogen achterblijven.

Hoe is het spreekwoord ook alweer?
"Al te goed is buurmans gek".

Maar wie het Goede niet zelf tot leven brengt in de daden die hij/zij doet, die heeft zelf geen recht van spreken.
Zijn woorden blijven loos en daarmee krachteloos ten opzichte van de kwaadwilligen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven

Het Onze Vader vertaalt uit het Aramees

Bron van Zijn, die ik ontmoet in wat mij ontroert,
Ik geef u een naam omdat ik u een plaats kan geven in mijn leven.
Bundel uw Licht in mij, maak mij nuttig.
Vestig uw rijk van eenheid nu.
Uw enige verlangen handelt dan samen met het onze.
Voed ons dagelijks met brood en met inzicht.
Maak de koorden van de fouten los die ons vastbinden aan het verleden.
Opdat wij ook anderen hun misstappen kunnen vergeven.
Laat oppervlakkige dingen ons niet misleiden.
Uit u wordt geboren:
De afwerkzame wil.
De levende krachten om te handelen.
En het lied dat alles verfraait.
En zich van eeuw tot eeuw vernieuwt.

Terug naar boven

Problemen

Niemand ontkomt er aan: problemen!!
Problemen kunnen zelfs zo erg worden ervaren, dat u of ik erin dreigt te verdrinken.
De problemen of het probleem laten u niet meer los.
Malen, steeds weer denken aan de moeilijkheden die u ondervindt, er lijkt niets meer met uw leven aan te vangen.
Al uw denken wordt in beslag genomen door "het probleem".

Dit zegt de Dalai Lama erover:
Wanneer zich problemen voordoen, lijkt het vaak alsof we onze blik vernauwen. We steken mogelijk al onze aandacht in het piekeren over het probleem en misschien het gevoel dat wij de enigen zijn die zulke moeilijkheden moeten doorstaan. Dit kan ertoe leiden dat we alleen nog maar met onszelf bezig zijn, waardoor het probleem buitengewoon intens kan worden. Wanneer dit gebeurt, kun je er, denk ik, beslist baat bij hebben als je de dingen in een breder perspectief plaatst-- dat je je bijvoorbeeld realiseert dat er tal van andere mensen vergelijkbare ervaringen hebben gehad--, en zelfs nog ergere dingen. Als je maar naar één gebeurtenis kijkt, lijkt die in omvang toe te nemen. Maar als je vergelijkingen maakt, je eigen situatie vanuit een andere invalshoek kunt bezien, verandert er iets.

Ik voeg daaraan toe:
Deze gewoonte om dingen van een andere kant te bekijken, kan zelfs helpen bij bepaalde ziekten of wanneer we zielenpijn lijden. Als de zielenpijn opkomt valt het niet mee om te gaan mediteren of zelfs maar te bidden.Soms zijn we zo ontredderd dat niets er meer toe schijnt te doen. Dan kan het bovenstaande helpen om e.e.a. weer in een wat ruimer perspectief te zien.

Gedurende de Vietnamoorlog werden we dagelijks overspoeld met (kleuren)foto's van oorlogsslachtoffers. Soldaten of burgers die zwaar gewond, ontredderd, in de camera staarden. Sommigen konden dat zelfs niet meer, zwaar verminkt en overleden.
Bij ernstige tegenslag of als ik een pijnlijke medische ingreep moest ondergaan haalde ik mij deze verschrikkelijke foto's voor de geest.
En echt, de pijn, de angst, het gevoel alleen te staan met deze ellende, werd minder.
Voor foto's van oorlogsslachtoffers hoeven we niet in de archieven te duiken, we krijgen ze bijna dagelijks onder ogen.
Probeer als je probleem te intens, te groot, te overheersend dreigt te worden, enige rust te vinden door gebed en door uw probleem in een groter kader te zien, lees wat de Dalai Lama zegt er nog maar eens over na.
En als het u lukt en gegeven is praat er dan over met een vertrouwd persoon.
Ook het delen van problemen helpt.
Gedeelde smart is toch halve smart!! Ook al lijkt er soms geen einde aan te komen.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven

De zin der dingen

Er is onrecht op aarde en onderdrukking, en wat wordt er aan gedaan? Dit zegt Prediker, en dan schrijft hij die prachtige woorden op:

Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd.
Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven.
Een tijd om te planten en een tijd om wat geplant is te oogsten.
En zo gaat hij verder.
Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen.
Een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.
En die vind ik ook zo mooi: Een tijd om stenen weg te gooien en een tijd om stenen te verzamelen.

Als hij klaar is vraagt Prediker zich af:

Wat heeft iemand dan aan al zijn werken en zwoegen. Als je niet begrijpt dat alles zijn tijd en uur heeft. Dat alles betrekkelijk is. Vluchtig.
Dan zegt hij iets, wat ikzelf aan den lijve heb ervaren: Overigens, zegt Prediker, moet je ook in je omgang met God voorzichtig zijn.
Luister liever naar Hem dan al te haastig het woord tot Hem te richten.
Je kunt beter niets beloven aan God, dan een gedane belofte niet nakomen.

Wijs is Prediker ook als hij zegt: Het streven naar rijkdom is ijdelheid.
Wie uit is op geld heeft nooit genoeg. En wie uit is op rijkdom wil altijd meer.
Uiteindelijk raak je alles toch weer kwijt.

Heel gewoontjes, maar oh zo waar roept Prediker op te berusten: Heb je een goede dag, geniet er dan van. Heb je een beroerde dag, bedenk dan dat ook die erbij hoort, bij leven op aarde.

Trouwens, de mens moet niet al te moeilijk doen. Dat is niet wat God wil. Leef je leven als een rechtvaardige en geniet. Haal niet van alles in je hoofd. Er zijn teveel bijzaken die ons mensen bezighouden. En ja, in de wereld doet zich de ongerijmdheid voor dat er rechtvaardigen zijn die lijden onder onrechtvaardigheid alsof zij kwaadwilligen zijn. Terwijl er kwaadwilligen zijn die leven als God in Frankrijk. Ja, dat is onrechtvaardig! Maar dat is niet van God, dat is van de mensen. Uiteindelijk wordt ieder mens ter verantwoording geroepen als hij of zij dit aardse verlaten heeft. Dat is mijn stellige overtuiging, zonder welke het leven op aarde en al wat wij doen zinloos zou zijn.

Rik Bronkhorst.

Terug naar boven

Besef hoe rijk je bent

Of je nu ziek of gezond bent, of je onbehagen zich nu uit in je lichaam of je geest, er ligt altijd een waar verhaal voor je. Het verhaal gaat over een verborgen schat, het doet je beseffen hoe rijk je bent, het is een uitnodiging om de erfenis die je toebehoort op te eisen. Kun je je herinneren over welke overvloed ik het heb, over welke schat? Het kostbaarste kleinood dat lang geleden in je binnenste is gelegd. Ongezien en toch onweerstaanbaar – het is je kern, degene die zij aan zij met je loopt ook al verbeeld je je dat je alleen bent. Kun je dit voelen?

Misschien heb je onder het lezen al de vage gewaarwording dat het zich roert in een zachte vochtigheid die opwelt in je mond, of in het gefluister in de oude taal die diep in je buik wordt gesproken. Je kent die klanken, het zijn de klanken die oprijzen uit de opening waar je ribben uiteenwijken of misschien de klanken die voortkomen uit een fluisterend briesje dat midden in de nacht je oren vult als de slaap je verlaat en je plotseling tot waakzaamheid wordt geroepen. Het is je oude vriend, een bondgenoot die je je hele leven al vergezelt. Misschien wordt het tijd dat beiden de kennismaking hernieuwen en samen in een nieuwe hoedanigheid de wereld intrekken.

Want helaas in het proces dat opgroeien heet, heeft de mensheid geleerd deze ingeboren aanwezigheid te vergeten. Vaak verblijven we in een soort levenstrance, soms worden we eruit losgescheurd, door omstandigheden die ons vertrouwde leventje overhoop halen en ons terugwerpen op onszelf. Dat losscheuren hoort bij het leven. Soms staat het vermomd als een ziekte, soms als het verbreken van oude relaties, als het verlies van dierbaren, of als abrupte gebeurtenissen op middelbare leeftijd die (zou je kunnen gaan denken) ons bijna geen andere keus laten dan geïsoleerd en wanhopig achter te blijven of… juist onze kans te grijpen en langzaam te beginnen onze harde, beschermende schil te verwijderen. Geen van ons ontsnapt aan deze afrekening in het leven. Op een of andere manier worden we onontkoombaar vaak meerdere malen in ons leven de diepte ingetrokken. Ook op die punten hebben we de kans te ontdekken of te herinneren dat we een innerlijke pracht en kracht hebben en zal ons leven zich dan binnenste buiten gaan keren. Juist dan is het ook wederom een kans om te ontdekken wat duurzaam en blijvend is en gaan we langzamerhand die kwaliteit in de dagelijkse beslommeringen van ons leven vorm geven.

Bron het boek: 'Het wonder van genezing' van Saki Santorelli

Saki Santorelli is verbonden aan het Center for Mindfullness, Medicine and Health Care van de University of Massachusetts.

Terug naar boven

Over lijden en Job

Is lijden altijd straf voor verkeerd gedrag, voor zonde, of lijden mensen ook onschuldig?
En als mensen onschuldig lijden, waarom laat God dat dan toe?
Een stukje uit het verhaal van Job:

Om kort tegaan, Job had alles wat een mens kan begeren, dan verliest hij alles door toedoen van de Satan.
Het kwaad slaat toe op alles wat Job goed stemde.
Zijn bezit wordt hem afgenomen, zijn huis stort in en al zijn tien kinderen komen te overlijden, hijzelf wordt overdekt met vreselijke zweren.
Tot overmaat van ramp roept zijn vrouw honend naar hem: "Dat hij alles wat God hem aandoet, zwijgend over zich heen laat komen".
En Job antwoordt haar: "Het goede nemen we wel aan van God, waarom het kwade dan niet?"
Weer klaagt Job niet. Er komt geen onvertogen woord over zijn lippen.

Drie vrienden van Job horen wat hem allemaal is overkomen. Ze gaan naar hem toe.
Ze scheuren, naar oud gebruik, hun kleren en gaan eerst zeven dagen zwijgend naast hem zitten.
Ze zien hoe groot het lijden van Job is.
Dan klaagt Job voor het eerst.
Hij vervloekt zijn bestaan en betreurt dat hij ooit geboren is.
Wat heeft een mens aan zijn leven als het van ellende aan elkaar hangt?

Dan nemen zijn vrienden een voor een het woord en ze proberen Job aan te praten dat het allemaal zijn eigen schuld moet zijn.
God is rechtvaardig en Hij straft een mens niet als die zelf daartoe geen aanleiding heeft gegeven.
Dat zeggen ze tegen Job.
Job verweert zich heftig. Hij heeft geen kwaad gedaan en toch is zijn lijden ondraaglijk.
Hij geeft toe, dat geen mens geheel en al onschuldig is ten opzichte van God-iedereen schiet weleens te kort-.
Maar hij heeft door zijn daden niet verdiend wat hem nu allemaal is overkomen.

Terwijl hij eerst alles gelaten over zich heen heeft laten komen, is Job nu, na de woorden van zijn vrienden, behoorlijk opstandig.
En hij gaat tekeer tegen God. Job voelt zich niet goed behandeld.
Job is ook kwaad op zijn vrienden, die hem zogenaamd kwamen troosten.
Van je vrienden moet je het maar hebben, denkt Job.
Hij is echt onschuldig! Maar zijn vrienden moeten zonodig partij voor God trekken.
In zijn verweer trekt hij ook een zwart beeld van het leven van de mens op aarde.
Leven is lijden.

En dan gaat God met Job in discussie.
God laat Job Zijn grootheid zien en de kleinheid van de mens, Job.
En dan vraagt God aan Job of hij nog een laatste woord tot God wil spreken.
Maar Job ziet als gelovig man zijn eigen kleine menszijn.
Hij klaagt niet meer. Zo heeft het moeten zijn.
En God reikt Job de hand.
Want na alles wat Job heeft meegemaakt zorgt God ervoor, dat het Job weer goed gaat.
Hij wordt weer welvarend, hij krijgt weer tien kinderen en hij sterft pas op hoge leeftijd, zodat hij zijn kleinkinderen heeft mogen zien.

Terug naar boven

Tao van Poeh, van Benjamin Hart

Bij de kloof van Lu stort de grote waterval zich honderden meters in de diepte; de nevel van fijne waterdeeltjes die er boven hangt is kilometers ver zichtbaar. In het kolkende water beneden is nooit een levend wezen te zien. Op zekere dag stond K'oen Foe-tse op enige afstand van de oever, toen hij plotseling een oude man zag, die in het woelige water heen en weer werd geslingerd. Hij riep zijn volgelingen en gezamenlijk renden zij naar de waterkant om de drenkeling te redden. Maar tegen de tijd dat ze daar aankwamen was de oude man al op de oever geklauterd, en liep, voor zich heen neuriend, weg. K'oen Foe-tse haastte zich naar hem toe. 'U zou een geestverschijning moeten zijn om zoiets te overleven,' zei hij, maar u schijnt toch een mens te zijn. Wat voor geheime krachten bezit u?" ' Niets bijzonders" antwoordde de oude man. ' Ik ben begonnen het te leren toen ik nog heel jong was en bleef oefenen in de jaren dat ik opgroeide. Nu ben ik zeker van het welslagen. Ik ga de diepte in met het water en kom weer boven met het water. ik volg het en vergeet mijzelf. Ik breng het er levend van af omdat ik mij niet verzet tegen de overmacht van het water. Dat is alles.

Toevoeging in het boek:
Wanneer we leren werken met onze eigen innerlijke aard en met de natuurwetten die rondom ons werkzaam zijn, bereiken we het niveau van Woe Wei...... Fouten worden gemaakt - of ingebeeld - door de mens, het schepsel met het overbelaste brein dat zich afscheidt van het weefsel van ondersteunende natuurwetten doordat hij zich overal mee bemoeit en altijd zoveel moeite doet.

Tegenwoordig heet dat "Go with the flow". Of met andere woorden: neem het leven zoals het komt......

Terug naar boven

De tollenaar Zacheüs

Jezus is op weg naar Jeruzalem via Jericho. Daar woont een tollenaar, Zacheüs, die intussen behoorlijk rijk is geworden op de manier waarop tollenaars rijk worden. Deze Zacheüs is bijzonder in Jezus geïnteresseerd en wil Hem tot elke prijs zien. Nu is Zacheüs niet alleen weinig populair, maar ook nog eens letterlijk een klein mannetje. Hij komt dus niet door de menigte heen. Maar wie niet sterk is, moet slim zijn. Zacheüs kan wel ongeveer berekenen hoe de route van Jezus door Jericho zal gaan. Hij loopt hard vooruit en klimt in een wilde vijgenboom waar die route zeker langs zal lopen; dan kan hij Hem in ieder geval zien.

Als de menigte rond Jezus bij de vijgenboom arriveert, kijkt Jezus omhoog en zegt: 'Zacheüs, klim vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in uw huis te gast zijn'. De tollenaar is uiteraard helemaal opgetogen, klimt uit de boom en ontvangt Jezus vol blijdschap. De omstanders zijn minder enthousiast: Zacheüs is een publiek zondaar!

Zacheüs is door het bezoek van Jezus geheel en al bekeerd en kondigt na afloop aan: 'Bij deze schenk ik de helft van mijn bezit aan de armen; en als ik iemand iets afgeperst heb, geef ik het hem vierdubbel terug'. Jezus zegt dan:'Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen. De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was'.

Uit dit verhaal blijkt op de eerste plaats dat Jezus mensen die in de fout zijn gegaan niet op voorhand verwerpt, maar hen weer een kans geeft. Op de tweede plaats blijkt ook dat in de aanwezigheid van Jezus de gebrokenheid van mensen, op welk gebied dan ook, niet kan blijven bestaan, mits ze zich voor Hem openstellen.

Bron: de Bijbel, Lucas 19.

Terug naar boven

Uit 'De Meesters van het Verre Oosten'

'De goede herder weet de plaatsen, waar het goed is voor zijn schapen, vandaar: Mij zal niets ontbreken. Met David kunnen wij zeggen: 'Mij kan niets ontbreken', want IK-BEN wordt behoed tegen elk kwaad. In iedere behoefte van de stoffelijke natuur wordt voorzien. Niet alleen zullen de schapen in groene weiden grazen, maar er zal een overvloed overblijven. Wij kunnen ervan verzekerd zijn, dat voor de vervulling van iedere wens al gezorgd is. Wij kunnen alle vermoeidheid opzij zetten en met David zeggen: 'Hij doet mij nederliggen in grazige weiden. Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren.' Hun stille blauwe diepten vervullen ons gemoed met een grote vrede en ons opgejaagd bewustzijn komt tot rust'.

'Wanneer lichaam en geest rustig zijn, doorstroomt de hemelse inspiratie van het Allerhoogste Principe onze ziel met het zuivere licht van leven en kracht. Het licht binnenin ons schijnt met de heerlijkheid des Heren, de Wet, die ons allen verenigt. Dit stralende licht des Geestes hernieuwt ons inzicht, ons ware Zelf wordt ons geopenbaard, zodat wij onszelf zien als één met het Oneindige en weten, dat elk van ons uitgezonden wordt van het Vader-Principe om Zijn volmaaktheid tot uitdrukking te brengen. In de rustige stilte van onze ziel herwinnen wij ons zuivere zelf en weten, dat wij volmaakt zijn; vandaar de woorden: 'Hij verkwikt mijn ziel, al ga ik ook in het dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen'. Wat zouden wij vrezen bij de overvloedige goedheid van dit Gods-principe? Hier vinden wij rust voor ons lichaam, God geeft vrede voor onze geest en onze ziel, God geeft ons de inspiratie om te kunnen dienen. En welke uiterlijke beproeving zou ons bij zult een volmaakte voorbereiding van binnen uit kunnen vervullen met vrees, dat iets kwaad ons kan deren? God woont binnenin ieder van ons, voor elkeen is Hij een steeds aanwezige bron van hulp in moeilijkheden en gevaar. IN Hem leven, bewegen en ademen wij. Eenstemmig zeggen wij: Alles is Goed'.

'Iedereen kan zeggen: 'Gods liefde leidt mij rechtstreeks naar de kudde. Het juiste pad wordt mij getoond en mij wordt erop gewezen, als ik afdwaal van de kudde. De kracht van Gods liefde trekt het goede voor mij aan en zo wordt al het kwade voor mij buitengesloten'. Met David kan een ieder zeggen: 'Gij zijt met mij, Uw staf en Uw stok, die vertroosten mij'.

Een stukje uit het boek: De Meesters van het Verre Oosten - Baird T. Spelling

Terug naar boven

Uit 'Jezus Sirach'

Kind, als je aankomt om de Heer te dienen, bereid dan je ziel voor op beproeving.
Houd je hart in het spoor en volhard, laat je niet opjagen in een tijd van tegenwind.
Hecht je aan Hem, neem geen afstand, daar word je in je laatste dagen méér van.
Alles wat je wordt toegebracht, ontvang het en heb lange adem in de wisselvalligheden van je vernedering.
Want goud wordt gelouterd door vuur en welaangename mensen in de oven der vernedering.

Jezus Sirach. (Jezus ben Sira).
(190 voor Christus)


Terug naar boven

Klik hier om terug te gaan naar de hoofdpagina.